Ferris | Jack
- Voornamen
Jack
- Leeftijd
19
- Geboortedatum
1925
- Datum overlijden
17-10-1944
- Servicenummer
14606597
- Rang
Gunner
- Regiment
Royal Artillery, 7 Field Regt.
- Grafnummer
IV. D. 3.
Biografie
Jack Ferris was de zoon van William John Ferris en Kathleen Ferris (nee Sainsbury).
William J Ferris was de zoon van Charles en Louisa Ferris, geboren in Bristol in respectievelijk 1863 en 1865. Charles werd beschreven als een katoen spinner of katoen slasher in een fabriek, werkzaam bij de Great Western Cotton Works in 1921. In 1901 woonden ze in 20, Cobden Street, Bristol, maar in 1911 waren ze verhuisd naar 126 Victoria Avenue, Redfield, Bristol. Ze schijnen minstens zes kinderen te hebben gehad, waarvan William de jongste was. In 1921 woonden ze op hetzelfde adres en was William hun enige kind dat nog thuis woonde. Zijn beroep werd beschreven als timmerman bij Fry & Sons Cocoa Manufacturers in Bristol, maar hij was op dat moment werkloos.
Kathleen Sainsbury was de dochter van William en Fanny Sainsbury. William was geboren in Westbury, Wiltshire in 1850 en Fanny in Colwall bij Malvern in 1865. Ze waren getrouwd in 1893. In 1901 woonde het gezin in Church Street, Westbury. William werkte als kolenhandelaar. Er waren zes kinderen, waarvan Kathleen de vierde was, evenals William’s 80 jaar oude moeder en een bediende. Een zevende kind werd geboren in 1905, maar slechts een paar maanden daarvoor, eind 1904, was William overleden. Fanny bleef tot minstens 1939 in Westbury wonen en stierf in 1948 in Warminster op 83-jarige leeftijd.
In 1911 woonde Kathleen echter in 1 Sloan Street, St. George, Bristol in het huishouden van George E Sainsbury en zijn vrouw Elizabeth. Hoewel ze werd beschreven als zijn dochter, was ze in feite zijn nicht. De familie gelooft dat ze naar Bristol was gestuurd om voor haar tante te zorgen, maar ze behandelden haar als een bediende. Hoewel ze pas 14 jaar oud was, werkte ze als chocoladeverpakker bij Fry’s Chocoladefabriek. In 1921 was haar tante weduwe en Kathleen woonde nog steeds bij haar. Ze werkte nu als chocoladevormer bij Messers. Fry & Sons, chocoladefabrikant.
William J Ferris (geboren op 4 mei 1900) trouwde begin 1922 in Westbury in Wiltshire met Kathleen Sainsbury (geboren op 1 februari 1897). Ze kregen vier kinderen, allemaal in Bristol: Kenneth William 1922, Mary Kathleen 1923, Jack 1925 en Mervyn 1927.
In 1939 werkte William als scheepstimmerman en timmerman en woonde het gezin op 126 Victoria Avenue, Bristol, waar hij eerder met zijn ouders had gewoond. Zijn vader was laat in 1921 overleden en zijn moeder in 1924. Bij hen waren hun zoon Kenneth W Ferris en twee andere kinderen van wie de namen niet bekend zijn gemaakt. Het is niet bekend waar het andere kind zich op dat moment bevond. Kenneth (geboren 16/7/1922) werkte als Photo Print Worker.
Militaire carrière
Het is niet bekend wanneer Jack Ferris bij het leger ging, maar omdat hij pas 19 was ten tijde van zijn dood, wordt gedacht dat het niet lang daarvoor was. Hij was schutter bij het 7 Field Regiment van de Royal Artillery.
Dit regiment diende de hele oorlog bij de 3e Infanterie Divisie. De divisie was in september 1939 naar Frankrijk gestuurd, maar moest in mei 1940 vanuit Duinkerken geëvacueerd worden. Ze waren de eerste Britse formatie die landde op Sword Beach op D-Day, 6 juni 1944, als onderdeel van de invasie van Normandië. Na D-Day vocht de 3rd Infantry Division tijdens de Slag om Caen, in Operatie Charnwood en Operatie Goodwood. Toen de gevechten in Normandië voorbij waren na de Slag om Falaise Gap, nam de divisie ook deel aan de geallieerde opmars van Parijs naar de Rijn en vocht in Nederland en België en later de geallieerde invasie in Duitsland.
Van 5 tot 16 september 1944 was het 7 Field Regiment van de Royal Artillery gelegerd in Les Andelys in Frankrijk, nadat ze net de Seine waren overgestoken. Ze konden trainen en ontspannen na hun eerste aanval en ter voorbereiding op de uitdagingen die zouden komen. Sommigen konden een uitstapje naar Parijs maken terwijl anderen Rouen bezochten. In het Oorlogsdagboek staat: “Er is geen verslag van wat ze deden, maar ze hadden het duidelijk naar hun zin.
Op 17 september trokken ze België binnen en werden ten oosten van Bergen gelegerd. Er werd gerapporteerd dat “de burgers in België in grote vorm zijn” en dat “de Lt. QM, een getrouwde man, verklaarde dat hij nog nooit in zijn leven zo gekust was”. Het was echter niet alleen maar plezier want er werd ook genoteerd dat ze de nacht doorbrachten zonder dekking in de meest onaangename regen. Op de 18de assisteerden ze de 9de Brigade bij het oversteken van het Scheldekanaal. Het oorlogsdagboek vermeldt “Dit is de eerste keer dat we met de 25 ponders hebben geschoten. Het is goed om het werk te doen waarvoor we bedoeld waren in plaats van te trainen in de achterliggende gebieden”. Ze bleven tot 24 september in de buurt van dit gebied met de opmerking dat: “Dit is een onplezierig gebied, de boerderijen zijn erg arm en de inwoners zijn erg hongerig.”
Op de 24ste trokken ze Nederland binnen bij Someren (ten oosten van Eindhoven) om te kunnen aanvallen ter verdediging van het bruggenhoofd bij Asten dat de Amerikaanse 11de Pantserdivisie had opgericht. Op dit punt werden hun hoofdkwartier en observatieposten zwaar beschoten wat ze sinds half augustus niet meer hadden meegemaakt. De vijand had zich ten oosten van Meijel teruggetrokken en het regiment bleef ongeveer in dit gebied, waar nodig troepen ondersteunend, maar waar het over het algemeen rustig was.
Op 1 oktober rukte het regiment op over de Maas naar een gebied ten zuiden van Malden, net ten zuiden van Nijmegen. Ze bleven in dit gebied tot 9 oktober. Er waren weinig gevechten en het regiment bestookte de vijand, maar ze werden ook beschoten. Twee officieren en vier andere rangen raakten gewond en twee andere rangen sneuvelden in deze periode.
Op 9 oktober verplaatste het regiment zich naar een positie ten zuiden van het dorp Oploo. Het Oorlogsdagboek vermeldt dat ze: “omsingeld door de grootste concentratie artillerie die we gezien hebben sinds de begindagen in Frankrijk”. Er werd echter ook vermeld dat: “Dit gebied is erg onpopulair, de grond is doorweekt en de meeste loopgraven zijn gevuld met water. Ze hadden weinig te doen tot 12 oktober toen ze schoten ter ondersteuning van de 8ste Brigade die als doel had Overloon te veroveren en te consolideren. Daarbij raakten 3 andere rangen van het artillerieregiment gewond.
Vanaf de 13de was het de bedoeling dat het regiment de 9de en 185ste Brigade zou blijven ondersteunen om naar het zuiden op te rukken om Venray in te nemen, de ene vanuit het noorden en de andere meer vanuit het westen. Op de 13de en 14de was de vooruitgang niet zo goed als gehoopt omdat de brigades moeite hadden een met water gevulde greppel, de Molenbeek, over te steken. Twee vijandelijke observatieposten bij de kerk van Venray en een toren bij Maashees in het oosten zorgden voor vijandelijk vuur dat de voortgang vertraagde. Op de 15de verplaatste het regiment zich naar een positie net ten westen van Overloon aan de weg van Oploo naar Overloon in voorbereiding op een verdere aanval op de 16de met als doel de Molenbeek over te steken tijdens de vroege ochtenduren van de duisternis. Dit lukte ondanks het slechte weer en het gebied dat dik bezaaid was met mijnen. Aan het eind van de dag boekten beide brigades vooruitgang in de richting van Venray. Eén officier van het regiment en twee andere rangen raakten gewond.
De strijd om Venray ging verder op de 17de met de Brigades die verdere vooruitgang boekten, hoewel ze die dag niet slaagden in hun doel om het Sint Servatius klooster ten zuidoosten van Venray te bereiken. Drie andere rangen van het artillerieregiment werden die dag gedood, waaronder Jack Ferris. De anderen waren collega-schutters Philip Holmes en Joseph Wade. De slag om Venray werd de volgende dag gewonnen en het regiment kreeg een rustperiode van 20 tot 24 oktober.
De drie mannen werden aanvankelijk begraven net buiten Overloon, waar ze op de 15e waren gestationeerd. Dit was tussen de Heldersweg en de Merseloseweg op het land van Marte Willems, vlakbij het pand van A. Bloemen. Op 29 mei 1946 werden ze zij aan zij herbegraven op de Oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest Overloon. De inscriptie van Jack luidt: “Moge de zonneschijn die hij miste op zijn levensreis de zijne zijn in deze tuin van rust.”

Jacks moeder, Kathleen Ferris, stierf in 1974 in Bristol op 77-jarige leeftijd en zijn vader, William John Ferris, in 1995 op 94-jarige leeftijd.
Jacks oudere broer, Kenneth William Ferris, trouwde in 1944 in Londen met Violet F Brushmear en kreeg twee kinderen. Kenneth overleed in Devon in 2002.
De zus van Jack, Mary Kathleen Ferris, zou voor 1947 getrouwd zijn, maar haar man is overleden. Ze trouwde begin 1947 met Norman S Sager in Bristol. Hij was een sergeant in de Royal New Zealand Air Force die gestationeerd was in het Verenigd Koninkrijk. Op 14 februari 1947 zeilden ze samen naar Nieuw-Zeeland waar ze twee kinderen kregen. Voor haar vertrek woonde ze nog steeds op 126, Victoria Avenue, Redfield, Bristol. Kathleen bezocht het Verenigd Koninkrijk opnieuw in 1957 en nam haar kinderen mee, maar keerde op 7 juni terug naar Wellington.
Jacks jongere broer, Mervyn Ferris, trouwde in 1956 in Bristol met Janet M Iles. Ze kregen twee kinderen. Mervyn overleed in 2018 in Weston Super Mare, 91 jaar oud.
Bronnen en credits
FindMyPast website: Burgerlijke en parochiële geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters; Engelse volkstelling en registers uit 1939; kiezerslijsten; militaire registers; reisregisters
Traces of War website voor 7 Field Regiment Royal Artillery oorlogsdagboeken
Wikipedia voor informatie over de Royal Artillery en de 3e Infanterie Divisie
Foto van zijn nicht, Gilly Cooper (nee Ferris)
Research Elaine Gathercole