Skip to main content

Greenall | Terence Haigh

  • Voornamen

    Terence Haigh

  • Leeftijd

    24

  • Geboortedatum

    21-05-1920

  • Datum overlijden

    29-10-1944

  • Servicenummer

    189578

  • Rang

    Major

  • Regiment

    Reconnaissance Corps, R.A.C., 3rd (8th Bn. The Royal Northumberland Fusiliers) Regt.

  • Grafnummer

    II. A. 2.

Major-Terence-Haigh-Greenall
Major Terence Haigh Greenall
Graf Major Terence Haigh Greenall
Graf Major Terence Haigh Greenall

Biografie

Terence Haigh werd op 21 mei 1920 geboren als zoon van Humphrey Greenall en zijn vrouw, Mabel Elizabeth (geboren Haig). Zij woonden in Little Croft 21 Buidlon Road Guilford Esher, Surrey. Terence was hun jongste zoon. Zijn oudere broer Greville werd negen jaar eerder, in 1911, geboren. In de jaren ‘20 reisde het gezin verschillende keren naar China, wat blijkt uit een passagierslijst uit 1925 van een schip van Liverpool naar Shanghai. Zijn vader was toen koelhuismanager en werd uiteindelijk bedrijfsdirecteur. Voor de oorlog trad Terence toe tot hetzelfde familiebedrijf en in het register van 1939 werd hij beschreven als bediende bij een “Produce Importer”.

Schooltijd

Hij was Head Boy (schoolvertegenwoordiger) op Felsted School in Essex waar hij van 1934 tot 1939 studeerde. Zijn overlijdens bericht in het gedenkboek van de school vermeldt:

Terence Greenall was een van de beste Felstedians van zijn generatie; hij zou in elke generatie vooraan staan. Zo was hij vertegenwoordiger van de school, vertegenwoordiger van het Follyfield Internaat, aanvoerder van het rugbyteam, aanvoerder van het tennisteam.
Maar hij was niet iemand voor wie onderscheidingen gemakkelijk waren. Alles wat hij was en deed bereikte hij door puur kracht van karakter, door moed, transparante eerlijkheid en oprechtheid, en door hard werken. Hij stelde hoge eisen en bepaalde zelf het tempo dat hij van anderen verwachtte. Als officier werd hij snel aangemerkt voor promotie; en omdat hij zich gedisciplineerd had om verantwoordelijkheid te aanvaarden kreeg hij bijna meer dan zijn deel. Maar hij droeg het tot het einde. Hij “stierf aan een plotselinge aanval van infantiele verlamming in actieve dienst”. Zeer velen herinneren hem met bewondering; velen van ons kenden hem als een persoonlijke vriend. Bewondering en vriendschap zullen zijn herinnering levend houden.

De oorlog

Terence ging op 14 oktober 1939 in dienst, kort na het begin van WO2. Hij werd op 30 mei 1941 ingedeeld bij de Royal Northumberland Fusiliers en werd uiteindelijk bevorderd tot majoor (reg.nr. 189578).
In september 1944 maakte Terence deel uit van het 3de Reconnaissance Regiment, dat als een verkenningseenheid geldt. Zij verblijven in Noord-Brabant, in Budel-Dorplein.

Major Terence Greenall
Major Terence Greenall

Beknopte historie Budel-Dorplein

Begin 1892 wilden enkele Belgen een Zinkfabriek stichten in België. Omdat ze daar, in de omgeving van Luik, geen toestemming kregen zochten ze hun heil in Nederland. Het waren de heren Lucien en Emile Dor en Francois Sepulchre, alle drie uit de omgeving van Luik. In hun zoektocht naar een locatie kwamen ze uit bij de gemeente Budel, een agrarische gemeenschap met weinig economisch perspectief. Op 7 juli 1892 kochten zij van de gemeente Budel ongeveer 628 hectare grond. De nabijgelegen spoorlijn Antwerpen-Mönchengladbach en de Zuid-Willemsvaart vormden een onmisbare schakel in de aan- en afvoer van grondstoffen (zinkerts, steenkool, bouwmaterialen) en gerede producten.

In december 1892 werkten er al 110 arbeiders in de snel opgetrokken Kempensche Zinkfabriek.
Hierdoor moest er ook huisvesting en andere voorzieningen komen. Een van de directeuren, Emile Dor, tekende zelf het dorp. Het zogenaamde “Le projet de Dorplein“.
Op 5 september 1893 kreeg het “fabrieksdorp” de naam Dorplein als blijvende herinnering aan de gebroeders Dor. Het project was voor die tijd een ambitieus plan.
Emile Dor tekende een dorp met allerlei voorzieningen zoals een jongens- en een meisjesschool, een bakkerij, een was- en strijkinrichting, een toneelzaal, winkel, ziekenzaal, klooster en kapel.

Via correspondentie van Elsie Dor (echtgenote van één van de zoons Dor én de directeur van de zinkfabriek in 1944) aan Terence Greenall zélf (brief d.d. 30-11-1944) en later aan zijn moeder Mabel Greenall (brief d.d. 11-10-1945) is bekend dat Terence in september 1944, vijf dagen bij de familie Dor ingekwartierd zat.
De familie Dor gaf vele Britse officieren onderdak, maar Elsie schrijft dat er wel meer sympathiek waren, maar dat Terence vooral opviel zoals hij zijn hoogste idealen nastreefde, gevoelig was en een hoog verantwoordelijkheidsbesef had ten opzichte van zijn manschappen.

Enkele passages uit de brieven van Elsie Dor

“We wilden dat de officieren het zo comfortabel mogelijk hadden in ons kleine dorp, dus we vroegen Maj. Greenall en Capt. Robinson om met ons te eten.
Capt. Robinson verscheen alléén om 19.30 uur en excuseerde de majoor omdat deze nooit zijn post verliet, vóórdat de laatste man terug was van zijn missie. Hij zou geen rust hebben in de wetenschap dat één van zijn mannen nog in gevaar was.

Om 22.30 uur verscheen Maj. Greenall eindelijk. We waren erg teleurgesteld, maar toen hij zijn redenen uitlegde, zo eenvoudig en duidelijk, begrepen we het onmiddellijk.
We waren blij om te zien hoe hij genoot van het zitten in een fauteuil met armleuning, voor het eerst sinds D-day, in een comfortabele woning.  “Het voelt als thuis”, zei hij.
Alles wat hij vertelde was zó interessant dat het al 2.30 uur was, voordat er iemand op de klok keek. Dit was rond 24 september 1944.”
 
“We vroegen aan hem of het hem nog steeds persoonlijk raakte als één van zijn mannen sneuvelde en hij gaf ons daarop het volgende prachtige antwoord: “je begrijpt dat ik hun leidinggevende ben en iedere keer als één van mijn mannen sneuvelt, bedenk ik me: “Heb ik écht alles gedaan om onnodig gevaar te voorkomen?”

“Wij zullen onze blijdschap nooit vergeten toen zijn unit ons bevrijdde, maar ook hoe verdrietig we waren dat deze moedige soldaten ons gingen verlaten. Meestal in afwachting van verschrikkelijke gevechten, gevaar van mijnen, beschietingen van de Duitsers etc.” 

“We wisten dat het een wonder zou zijn als hij aan de dood zou ontsnappen. Hij haatte de oorlog, maar hij deed zijn plicht tot aan het bittere eind. U kunt trots op hem zijn!”

Samenzijn met Britse soldaten uit collectie familie Greenall. Details zijn nog onbekend.
Samenzijn met Britse soldaten uit collectie familie Greenall. Details zijn nog onbekend.

Oktober 1944

Op 1 oktober 1944 verblijft het Reconnaissance Corps, R.A.C., 3rd in Haps. Ze hebben als taak om patrouilles uit te voeren aan de westkant van de Maas. Ze moeten deze flank bewaken en komen daarbij in Haps, St. Agatha en Oeffelt en Beugen. Ze hebben regelmatig contact met het Nederlandse verzet en ontvangen waardevolle informatie over de Duitse posities. Er zijn op die, vaak nachtelijke patrouilles, regelmatig schermutselingen met de Duitsers, die zich overdag terugtrekken achter de linies en ’s nachts weer op patrouille gaan.

Op 12 oktober zijn ze in St. Hubert en wachten ze als reserves af wat “Operation Aintree” gaat opleveren. Dit is het begin van de Slag om Overloon voor het Britse leger. 
Vanaf 15 oktober nemen ze de positie over van het 4e Bn van de King’s Shropshires Light Infantery en voeren ze regelmatige patrouilles uit rondom Vortum, Groeningen en Vierlingsbeek. Ze moeten voorkomen dat de Duitsers een tegenaanval doen vanaf de flank.

Humber MII scout cars bij Vierlingsbeek
Humber MII scout cars bij Vierlingsbeek

Op 20 oktober 1944 gaan de 27-jarige Sgt. Frank Thomas Reed uit Palmer’s Green, Middlesex en Maj. Terence Haigh Greenall van “A”-compagnie in hun Humber MII Scout Car bij Vierlingsbeek op verkenning. De zandweg, waar ze op rijden loopt naar boerderij “de Kiekuut”, parallel aan de spoorlijn richting Boxmeer.  
Sgt. Reed en Maj. Greenall zijn gewaarschuwd voor mijnen en boobytraps en speuren met hun getrainde ogen de weg af. Ze komen aan ter hoogte van de woning van de familie Pijls.
Plotseling is er een enorme explosie, waarbij Sgt. Reed direct om het leven komt en Maj. Greenall ernstig gewond raakt. De Humber MII Scout Car is op een Duitse mijn gereden, met verschrikkelijke gevolgen van dien.

Luchtfoto perceel familie Pijls
Luchtfoto perceel familie Pijls

De beiden mannen worden naar het veldhospitaal in Oploo vervoerd, waarna Sgt. Reed begraven wordt op de tijdelijke begraafplaats aan de Deurneseweg in Oploo. Maj. Greenall wordt verpleegd in het veldhospitaal. Het is niet duidelijk of het met zijn verwondingen te maken heeft, maar uit de rapporten blijkt dat hij op 29 oktober 1944 overlijdt ten gevolge van hersenvliesontsteking. Na negen dagen eist de Duitse mijn dus alsnog een tweede slachtoffer. Majoor Terence Haigh Greenall wordt naast Sergeant Reed begraven aan de Deurneseweg in Oploo. 

Op 28 januari 1946 worden de beide mannen herbegraven op Overloon War Cemetery. Terence Haigh Greenall ligt begraven in graf II.A.2. en Frank Thomas Reed ligt naast hem in graf II.A.1.

Humber MII Scout Car

Vanaf 1945 wordt er door o.a. Harry van Daal uit Overloon al een begin gemaakt met het verzamelen van het oorlogstuig, wat het begin zou vormen van het Nationale Oorlogsmuseum in Overloon. In september 1945 komt een Engelse delegatie met Churchill-tanks helpen om het grotere materieel naar Overloon te halen. Ook de beschadigde Scouts Car van Sgt. Reed en Maj. Greenall bij de woning van Pijls wordt opgehaald en buiten in het park geplaatst.

De Humber Scout Car heeft tientallen jaren in weer en wind buiten gestaan, waarbij het weer vrij spel had. Dit deed het voertuig duidelijk geen goed en het verdween naar de achtergrond. Een paar jaar geleden werd het voertuig volledig gerestaureerd en is het weer te zien in het Oorlogsmuseum zoals het er voor de explosie zou hebben uitgezien. Zoals bijna alle voertuigen wordt het nu binnen tentoongesteld.

Humber MII Scout Car Overloon
Humber MII Scout Car Overloon

De Maj. Greenhallweg in Budel-Dorplein

Bij de zoektocht naar informatie over Majoor Terence Haigh Greenall ontdekten we dat er in Budel-Dorplein een straat genoemd is naar Maj. Greenhall. De gemeente Cranendonck verklaarde al eerder:
“De Maj. Greenhallweg herinnert aan de Engelse majoor Greenhall, onder wiens bevelvoering op 20 september 1944 Dorplein bevrijd werd van de Duitse bezetter.”

Maj. Greenhallweg Budel-Dorplein
Maj. Greenhallweg Budel-Dorplein

 Uit de gegevens van de Gemeente Budel blijkt dat op 16 mei 1955 een commissie van advies inzake straatnaamgeving werd geïnstalleerd door de burgemeester. Bij raadsbesluit werden de namen van straten in Dorplein officieel vastgelegd op voorstel van de commissie en twee vertegenwoordigers van de Zinkfabriek (Fr. Dor en D. Rooymans). Er is dan sprake van een “Green Hallweg” naar de kapitein of majoor die het dorp bevrijdde. De juiste rang en schrijfwijze blijken dan niet zo zeker. Bij raadsbesluit van 2 mei 1968 werd besloten de titel majoor toe te voegen aan de straatnaam ter verduidelijking. De straatnaam “Maj. Greenhallweg” gold officieel per 1 december 1968.
Er is in de afgelopen jaren wat twijfel ontstaan of Major Terence Haigh Greenall de daadwerkelijke bevrijder van Dorplein is geweest, maar de straatnaam is nog altijd aanwezig.

Brieven van Elsie Dor uit 1944 en 1945

Brief  Elsie Dor December 1944
Brief Elsie Dor December 1944
Brief Elsie Dor December 1944
Brief Elsie Dor December 1944
Brief Elsie Dor aan de moeder van Terence 1945
Brief Elsie Dor aan de moeder van Terence 1945
Brief Elsie Dor aan de moeder van Terence  1945
Brief Elsie Dor aan de moeder van Terence 1945
Brief Elsie Dor aan de moeder van Terence 1945
Brief Elsie Dor aan de moeder van Terence 1945

Bronnen en credits

Mrs Angela Aziz, nicht van majoor Greenall

Tonnie Ebben vanwege de motorkap van Humber MII Scout Car in zijn museum “van Postzegel tot Tank”

Frank van Duin

Willem Kiggen en Wim Ogier van Heemkundekring “De baronie van Cranendonk”

Research Sue Reynolds en Oscar Huisman

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles

©2021 Overloon War Chronicles