Smith | Anthony Frith

  • Voornamen

    Anthony Frith

  • Leeftijd

    36

  • Geboortedatum

    23-11-1907

  • Datum overlijden

    14-10-1944

  • Servicenummer

    66195

  • Rang

    Major

  • Regiment

    Lincolnshire Regiment, 2nd Bn.

  • Grafnummer

    I. B. 10.

Major Anthony Frith Smith
Major Anthony Frith Smith
graf Major AF Smith
graf Major Anthony Frith Smith

Biografie

Zoon van Allan Frith Smith en Caroline Frith Smith, echtgenoot van Faith Smith-Bower uit Bermuda.  
Vader van Anthony F. Jr., Patricia, Henry, Sandra en Winston. 

In het voorjaar van 2020 stuiten we op YouTube per toeval op de filmtrailer, “In the Hour of Victory”. We maken hierin kennis met Anthony Frith Smith, roepnaam Toby. Deze majoor sneuvelt op 14 oktober 1944, in de buurt van de Loobeek, tussen Overloon en Merselo en wordt begraven op Overloon War Cemetery. Wie was deze 37-jarige man en hoe komt deze vader van 5 jonge kinderen uit Bermuda op het Overloonse Britse kerkhof terecht? 

300 brieven

Uit de filmtrailer blijkt dat Toby vanaf zijn vertrek uit Bermuda in 1940 zo’n 300 handgeschreven brieven naar zijn vrouw Faith stuurt. Hij beschrijft wat hij dagelijks beleeft en hoe hij zich voelt; zijn hoop, zijn vrees en ook zijn vastberadenheid. Maar vooral ook hoezeer hij zijn vrouw, vijf kinderen en familie mist.

Op 11 oktober 1944, 3 dagen voordat hij sneuvelt, schrijft hij zijn laatste brief. Enkele weken nadat Faith het verschrikkelijke overlijdensbericht per telegram van de legerleiding al heeft ontvangen, valt deze laatste opgewekte brief alsnog op haar deurmat. De 300 brieven worden in een doos opgeborgen en verdwijnen diep in een kastlade. Door de vele emoties en het grote verdriet bij de familie, wordt er niet meer over de brieven gesproken, laat staan in gelezen. Zo blijven de brieven ruim 50 jaar onaangeroerd.

Bij een familiebijeenkomst tijdens de kerstdagen van 1995 komt het gesprek op de brieven van opa. De destijds 36-jarige kleinzoon van Toby, Jonathan D. Smith haalt de brieven tevoorschijn. Als hij de eerste brief leest, wordt hij geraakt door de schrijfstijl van Toby. Hij voelt zich vereerd dat hij zijn opa na zoveel jaren alsnog leert kennen.

Jonathan is onder de indruk van de prachtige verhalen en besluit om de brieven te bundelen tot een boek. In 2011 komt het boek; “In the Hour of Victory” uit. In 2012 wordt het boek verfilmd en wint diverse internationale filmprijzen. De docufilm wordt omschreven als een waargebeurde en klassieke oorlogs- en liefdesfilm, die het hartbrekende verhaal vertelt van het verlangen van een soldaat naar plicht en familie.

Plicht en familie

Toby Smith wordt op 23 november 1907 geboren in een groot gezin op Bermuda. Bermuda is een groep van ruim 150 kleine eilanden en valt onder het Verenigd Koninkrijk. De eilandenarchipel ligt in de Atlantische Oceaan, zo’n duizend kilometer van de oostkust van de Verenigde Staten, op bijna zesduizend kilometer van Overloon.

Toby ziet als kleine jongen enkele van zijn 11 oudere broers in de eerste wereldoorlog opgeroepen worden voor militaire dienst om in Europa voor het Britse Koninkrijk te gaan strijden. Als in 1918 WOI eindigt, komen zijn oudere broers, tot zijn grote opluchting, weer heelhuids thuis.
Door deze indrukwekkende ervaringen op jonge leeftijd is het geen toeval dat Toby ook toetreedt tot het “Bermuda Cadet Corps”. Na 5 jaar stapt hij over naar het “Bermuda Volunteer Rifle Corps”. Een jaar later houdt hij het daar voor gezien en gaat vermoedelijk studeren.  In 1931, (Toby is dan 24 jaar) treedt hij toch weer in dienst als “Rifleman” bij de B-Company van het “Bermuda Volunteer Rifle Corps”, ofwel BVRC. In februari 1932 promoveert hij tot Lance Corporal.

Intussen wordt hij verliefd op de Amerikaanse Faith Bower uit Pennsylvania. Hij trouwt met haar in 1934 en ze vestigen zich op Bermuda. Ze krijgen samen 5 kinderen in de periode 1935 tot 1941; Anthony Jr., Patricia, Henry, Sandra en Winston.
Baby Winston zal zijn vader nooit in levende lijve zien, omdat Toby in 1940 vrijwillig meegaat met het BVRC. De vijfjarige Anthony Jr. zwaait zijn vader uit op de oprijlaan van hun huis, niet wetende dat het gezin hun vader nooit meer zal terugzien.

Toby stapt met een grote groep Bermudaanse militairen op de boot en reist via Amerika naar Engeland. Onder begeleiding van enkele torpedojagers volbrengt een konvooi van 41 volgepakte en omgebouwde koopvaardijschepen de wekenlange tocht over de Atlantische Oceaan. Een levensgevaarlijk avontuur omdat in deze beginfase van de oorlog de zee gecontroleerd wordt door Duitse U-boten en overal dreigt het gevaar van zeemijnen.
Toby’s schip ontsnapt aan de ondergang als het schip náást hen, een voltreffer incasseert van een Duitse torpedo. Dit schip gaat verloren, maar de bemanning weet zich tijdig in veiligheid te brengen op de overige schepen.
Aangekomen in Engeland wordt Toby met zijn regiment van de BVRC toegevoegd aan het 2nd Bat. Lincolnshire Regiment.

Ondertussen probeert Faith met haar 5 jonge kinderen het hoofd boven water te houden. Door de oorlog komt er aan steeds meer producten een gebrek en de financiële problemen nemen voor haar en vele anderen toe. Op advies van Toby verhuist zij met haar kinderen naar Pennsylvania in Amerika en trekt daar bij haar familie in.  

Toby heeft als ervaren midden-dertiger een bijna vaderlijke invloed op de jonge soldaten en wordt aangesteld als instructeur. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de fitheid en de trainingsarbeid van het bataljon. Door zijn rustige uitstraling, enthousiasme en toewijding promoveert Toby al snel van 2e Lieutenant naar Lieutenant en vervolgens naar Captain. Door deze promoties en toenemende verantwoordelijkheden neemt ook zijn soldij toe en legt hij zoveel mogelijk opzij om zijn gezin te onderhouden.
Als de armoede ook in Pennsylvania toeneemt, besluit Faith in 1943 om toch weer terug te keren naar Bermuda. Toby promoveert intussen tot Colonel.

In 1944 wijst alles erop dat de grote invasie gaat plaatsvinden. Toby is druk bezig om zijn bataljon klaar te stomen voor de strijd tegen de Duitse bezetter. Als in mei 1944 blijkt dat het Lincolnshire Regiment niet bij de eerste aanvalsgolf zit die de oversteek naar het vasteland gaat maken, is Toby teleurgesteld. Heeft hij zich daarvoor al die jaren ingezet?

Het geduld van Toby en zijn mannen wordt nog tot eind september 1944 op de proef gesteld. Ze volgen al die maanden het nieuws nauwlettend en zien ondanks de grote verliezen van de geallieerden dat Frankrijk steeds verder heroverd wordt. De bevrijding van Parijs op 19 augustus 1944 wordt met gejuich ontvangen in de Engelse barakken. Toby blijft gemotiveerd zijn mannen aansporen en promoveert intussen tot Major.

Op 26 september 1944 steekt het Lincolnshire Regiment met Toby en zijn landgenoten eindelijk over naar Frankrijk. Daar stappen ze in de trein en gaan via Parijs naar het noorden. Op 3 oktober 1944 bereiken ze België. Na de trein gaan ze verder in legertrucks. Enkele dagen later bereiken ze Asten en Deurne, waarbij ze het moegestreden 3th Bat. Monmouthshires Regiment vervangen. Na enkele rustige dagen trekken ze verder richting Bakel en Milheeze. Nadat de troepen zich verzameld hebben, wordt koers gezet richting de Maas.

Het is een gespannen periode en de Duitse en geallieerde troepen lijken wel verstoppertje voor elkaar te spelen. Het is intussen wel duidelijk dat Operatie Market Garden mislukt is en dat er voor een ander tactiek gekozen moet worden. De focus wordt verlegd naar Venlo, het belangrijke bruggenhoofd van de Duitsers, dat ook toegang tot het Ruhrgebied verschaft. Toby en zijn mannen houden halt in Oeffelt en Haps en hier wachten ze op wat komen gaat.

Operation Aintree

De weersomstandigheden zijn intussen enorm verslechterd door de onophoudelijke regenval. Door het slechte weer vertrekken de Lincolnshires pas op 11 oktober vanuit Haps. In de loop van de middag bereiken ze het verzamelpunt, ten oosten van Sint Anthonis. Ze worden daar achter de hand gehouden voor de slag die inmiddels rondom Overloon wordt uitgevochten. Deze slag is onderdeel geworden van wat de Britse bevelhebbers “Operation Aintree” noemen.

De 8ste infanteriebrigade heeft de opdracht om Overloon te veroveren en door te stoten naar Venray. Deze operatie is al dagen gaande, de vorderingen zijn minimaal en de verliezen zijn groot. Daardoor zullen de Lincolnshires ook snel genoeg ingezet gaan worden. Kort voordat de nacht invalt horen Toby en zijn mannen dat het dorp Overloon eindelijk gevallen is en dat de bataljons van de 8ste  divisie moeizaam stand houden.

Op vrijdag 13 oktober trekt de 9de brigade op richting Merselo, aangevoerd door de Royal Ulster Rifles, gevolgd door de King’s Own Scottish Borderers en als laatste de Lincolnshires, met Toby en zijn bataljon. Zij worden ondersteund door enkele Churchill-tanks van de 4de Tank Grenadier Guards. Ze staan voor de moeilijke taak om het open voorterrein van de Loobeek te veroveren en de bosgebieden te zuiveren. De Duitsers hebben zich hierin verschanst en wachten de geallieerde aanval af.

Behalve het lastig begaanbare terrein zijn er nog twee factoren die een belangrijke rol spelen; de Duitsers hebben het hele gebied bezaaid met hun gevreesde “Shuhminen”. Deze houten mijnen zijn moeilijk te detecteren en doden meestal niet direct, maar brengen zwaar letsel toe aan de benen van het slachtoffer.
Daarnaast hebben de Duitse troepen een strategisch observatiepunt vanuit de kerktoren van Venray. Elke geallieerde troepenbeweging wordt gadegeslagen en direct doorgegeven aan hun artillerie, die elke geallieerde aanval direct beantwoordt met een spervuur aan granaten.

Rond het middaguur komen de Royal Ulster Rifles in actie. Zij vallen het grootste bos aan, meteen gevolgd door de King’s Own Scottish Borderers die aan de rechterkant eenzelfde soort bos aanvallen. Achter dit bos is een open, vlak gebied met daarachter weer een bosgebied.  
De opdracht van de Lincolnshires, met Toby en zijn manschappen, is om het eerste bos snel te doorkruisen, zodra het ingenomen is door de bataljons van de Royal Ulster Rifles en de King’s Own Scottish Borderers. Dan het open terrein oversteken, inclusief de Loobeek en daarna het laatste bos te zuiveren van Duitsers.

Al snel blijkt dat de eerste twee bataljons nauwelijks vorderingen maken, waardoor de Lincolnshires de hele dag niet in de strijd betrokken worden. Uiteindelijk besluit men dat de volgende dag een nieuwe poging te wagen. De bataljons graven zich ter plekke in en proberen zich warm en droog te houden. Van nachtrust komt in deze omstandigheden niet veel.

14 oktober 1944

Bij het eerste daglicht van 14 oktober stuurt Toby zijn mannen ten aanval en de vroege verrassingsaanval lijkt goed uit te pakken. Ze worden in eerste instantie vanuit de verte slechts met lichte munitie bestookt vanuit het bos.
Maar bij het bereiken van het open voorterrein van de Loobeek hebben de Duitsers zich inmiddels herpakt en worden de Lincolnshires bestookt met zware artillerie en mortieren. Daarbij komt nog dat het hele terrein bezaaid ligt met mijnen. Binnen een paar minuten lijdt de compagnie zoveel verliezen dat doorgaan onmogelijk is. Toby besluit als verantwoordelijke commandant om een rookgordijn te leggen en zijn mannen te laten terugtrekken.

Na deze rampzalige start is het duidelijk dat een steviger aanvalsplan nodig is om deze slag alsnog te winnen. Om 15.30 uur wordt een alles-of-niets aanval gepland, met volledige ondersteuning van de artillerie-divisie en een extra tankdivisie op de rechterflank.
Precies op het afgesproken tijdstip barst de barrage van de artillerie los en de bataljons starten hun aanval. Op dat moment tonen de Lincolnshires zich het moedigst en meest vastberaden uit de hele historie van het regiment.

Hoewel de omstandigheden nog net zo slecht zijn als in de vroege ochtend, laten de mannen zich nu niet meer terugdringen. Het bevel is om het bos te zuiveren en in te nemen, dus dat moet en zal gebeuren! Mannen die sneuvelen of gewond raken in de voorhoede worden voorbij gelopen en pas door de achterhoede opgevangen. De aanval gaat kost wat kost door.

De Lincolnshires stuiten op felle Duitse tegenstand. De eenheid kampt dan ook met grote verliezen. Ooggetuigen vergelijken de slag met die van de WOI, waarin soldaten vanuit hun loopgraven het dodelijke niemandsland in werden gestuurd.
Ook Toby gaat voorop in de strijd en gaat het open terrein in, zwaar bestookt door de bulderende Duitse artillerie. Een ooggetuige verklaart later dat hij in de chaos Toby nog rechts van hem ziet. Toby maakt een wijds armgebaar om zijn mannen voorwaarts te bewegen, waarop dichtbij een mortierinslag volgt. Als de kruitdampen optrekken ziet hij Toby dodelijk gewond liggen.

Na een jarenlange training en slechts na enkele weken aan het front, sneuvelt Toby in zijn allereerste zware veldslag. “A terrible loss for the regiment”, vult de ooggetuige aan in zijn verslag.
Toby wordt de volgende dag tijdelijk begraven in een veldgraf en later herbegraven op het Overloon War Cemetery, nr. I.B.10.
 
Uiteindelijk bereiken de Lincolnshires het laatste bos. Met enkele doorvechtende Duitsers wordt nog korte metten gemaakt, maar een groot deel gooit hun wapens weg en vluchten het bos uit en trekken zicht terug richting Venray. De strijd gaat onverminderd door en het duurt nog 3 dagen voordat ook Venray bevrijd is. De Lincolnshires hebben zoveel verliezen geleden dat de resterende manschappen niet verder ingezet worden en achterblijven in het veroverde gebied tussen Overloon en Venray.  

late major smith artikel

late major smith artikel

late major smith artikel
Toby Smith 1925

Toby Smith 1925

Anthony Frith (Toby) Smith in 1925
Major Tony's children

Major Tony’s children

Tony’s children Anthony F. Jr., Patricia, Henry, Sandra and Winston
major smith into battle

major smith into battle

Coldstream Guards advance on Overloon
in memory of the rossalians

in memory of the rossalians

Memorial in the Rossall School Chapel Lancashire, bearing Toby smith’s name

Bronnen en credits

Jonathan D. Smith, grandson of Anthony Frith Smith
“In the hour of victory” by Jonathan D. Smith

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles

©2021 Overloon War Chronicles