Rivers Rothbarth | Erwin

  • Voornamen

    Erwin Max

  • Leeftijd

    30

  • Geboortedatum

    1914

  • Datum overlijden

    25-11-1944

  • Servicenummer

    14441856

  • Rang

    Private

  • Regiment

    Suffolk Regiment, 1st Bn.

  • Grafnummer

    III. C. 7.

Erwin Max Rivers Rothbarth
Erwin Max Rivers Rothbarth
graf Erwin Max Rivers Rothbarth
graf private Erwin Max Rivers Rothbarth


Biografie

Erwin Max Rivers Rothbarth

Zoon van Otto K.P. en Cecile Rothbarth, echtgenoot van Myfanwy Christina Rivers uit Bayswater, Londen.  
Vader van een zoon Tom en een dochter Kate. 

Onder invloed van de toenemende onvriendelijkheden tegen de Joodse bevolking besluit, in het voorjaar van 1933, het welgestelde, Duits-Joodse gezin Rothbarth, bestaande uit vader, moeder en twee zoons, te emigreren naar Amerika. Via de haven van Rotterdam en Londen nemen zij de boot naar New York om een nieuw leven op te bouwen.  
Maar zoon Erwin Max, de dan twintigjarige economiestudent, kiest er op dat moment voor om zijn studie voort te zetten aan de Universiteit van Cambridge, en blijft in Londen achter. 
 
De intelligente, maar bescheiden Erwin Max beheerst binnen twee jaren de Engelse taal perfect en ontpopt zich geleidelijk tot een ongewoon begaafde student. Hij geeft lezingen in kleine kring over economische onderwerpen en schroomt daarbij niet om zijn idealen te verdedigen. 
Hij is nog geen drie jaar in Engeland en nog geen 23 jaar oud, als hij in 1936 promoveert in de economische wetenschappen met “first class honours”. Binnen één jaar weet hij de aandacht van de Engelse vakgeleerden op zich te vestigen door maar liefst 2 studiebeurzen en de beroemde Gladstone-gedachtenprijs in de wacht te slepen. Eén van de professoren rapporteert dat Erwin Rothbarth “zo dicht het begrip genie benaderde als hij nog nooit in een promovendus ontmoet had”.   

In 1940, Erwin Max is dan 27 jaar, ontvangt hij de eervolle benoeming tot Lector in de leer der statistiek aan de Universiteit van Cambridge. In dat jaar trouwt Erwin Max Rothbarth met Miss Myfanwy Charles, afgestudeerd aan Oxford University. Een jaar later wordt hun zoon geboren. 

Echter in deze periode raakt ook Engeland verwikkeld in de tweede wereldoorlog. Als gevolg van één van de maatregelen van de regering van Churchill moet Erwin Max zich melden bij één van de interneringskampen, om aan te tonen dat hij als voormalig Duits ingezetene geen sympathieën heeft met het Duitse Naziregime. Na enkele maanden achter het prikkeldraad te hebben doorgebracht, wordt hij op erewoord en dankzij de invloed van machtige relaties, vrijgelaten.    
 
Erwin Max wil eigenlijk weer aan de slag aan de universiteit als Lector, maar de maanden in het interneringskamp hebben een ander mens van hem gemaakt. Hij wil actief deelnemen in het bestrijden van de Nazi’s en hun gedachtengoed en iets terugdoen voor de gastvrijheid van zijn tweede vaderland.  
Als in 1943 Engeland zijn leger openstelt voor personen met een Duitse nationaliteit, meldt Erwin Max zich als vrijwilliger. Na enkele maanden van harde training wordt hij ingedeeld als “private” bij het eerste bataljon van het Suffolk Regiment. Tegelijkertijd doet hij afstand van zijn Duits en Joods klinkende achternaam; in zijn militair zakboekje verschijnt de naam E.M. Rivers. Deze verstandige maatregel kan moeilijkheden voorkomen als hij in Duitse handen mocht vallen.  

In juni 1944 landen de Suffolks op de stranden van Normandië, vechten mee in de straten van Caen en komen via België uit bij de Slag om Overloon. Het is 12 oktober 1944 als Erwin Max Rivers in de bossen bij “het Vlak” in Overloon verblijft. In de namiddag rukken de Suffolks op naar Overloon, via de Baansestraat. Ze veroveren via huis-tot-huis gevechten de eerste boerderijen. De Suffolks die daarbij sneuvelen worden begraven aan de Baansestraat op een tijdelijke begraafplaats. Erwin Max is er ook bij als de bossen rondom Kamp Zuid gezuiverd moeten worden.    

Op 21 oktober 1944 schrijft hij naar zijn vrouw: “In vergelijking met de overgrote meerderheid van de soldaten die hier zijn omdat het oorlog is, heb ik het onschatbare voordeel te weten, waar ik voor vecht”. Voor mij is het geen moorden en lijden zonder zin. “Het was waard te vechten om de mensheid nog een kans te geven haar problemen op te lossen, zelfs als men geen overdreven verwachtingen heeft van wat de mensheid ervan maken zal.” 

Na de Slag om Overloon, krijgen de overgebleven Suffolks enkele weken rust in de buurt van Oostrum, waarna zij opnieuw ingezet worden om het kasteel van Geijsteren te zuiveren. Dit kasteel wordt bezet door 60 Duitse militairen, waarvan 40 jonge en fanatieke officier-cadetten. 
 Op 25 november 1944 zetten de Suffolks de aanval in op het kasteel. Na een enorm openingsvuur van de artillerie, krijgt D-compagnie met daarbij Erwin Max, het commando om op te trekken.  
Erwin Max Rivers is hier in gezelschap van Norman Jepps, die eerder beschreven is. (Overloon War Chronicles – Berichten | Facebook). 
 
Erwin Max hanteert de Piat, een anti-tankwapen en ongeveer 200 meter voor het eerste doel breekt een accuraat gericht machinevuur los vanuit de stellingen van de verschanste Duitsers. Daarnaast nemen de Duitsers de hele sector onder vuur met kanonnen en mortieren.  
Voetje voor voetje, en op handen en voeten kruipend proberen de Suffolks vooruit te komen door de boomgaarden, het hoge water richting de oprijlaan. Ze proberen via de verlaten eenmansgaten van de Duitsers steeds dichterbij te komen. 
Erwin Max ligt in een vooruitgeschoven positie en vuurt al zijn Piatgranaten naar de Duitse stellingen en hij slaagt erin om één van de Duitse mitrailleursnesten uit te schakelen. 
 
Op dat moment raakt hij gewond door vijandelijk vuur. Zonder enige dekking, terwijl de kogels langs hem heen gieren, verbindt hij zijn verwondingen. Dan raakt plotseling ook zijn nevenbuurman, die een 2 cm mortier bedient, gewond. Erwin Max, die met zijn lege wapen niets meer kan uitrichten, kruipt naar zijn gewonde kameraad, helpt hem te verbinden en neemt de 2 cm mortier over. Juist op dat moment wordt Erwin Max Rivers dodelijk getroffen en sterft ter plekke.. 

Twee minuten daarna wordt het bataljon teruggenomen door de Engelse bataljonsleiders, de verliezen blijken te groot. Nog dezelfde dag worden de lichamen van Norman Jepps en Erwin Max Rivers naar Overloon gebracht en begraven op de tijdelijke begraafplaats aan de Baansestraat bij Th. J. Janssen, nabij de boerderij zie ze 6 weken daarvoor nog hebben bevrijd. 
Precies twee maanden later wordt in Londen zijn tweede kind geboren, ditmaal een dochter.    
 
Het nieuws van de dood van Erwin Max Rivers kwam behalve bij de familie ook hard aan in de Engelse universiteitskringen. In Cambridge hing de vlag halfstok en menige krant wijdde een artikel aan de nagedachtenis van deze begaafde jongeman. 

Citaat uit ” Ons Eigen Erf” 1948 door Harry van Loon

Wanneer u, lezer, nog eens het British Cemetery aan de Vierlingsbeekseweg in Overloon bezoekt en u staat voor het grote kruis, dan ziet u ter linkerzijde in het vak naast dit kruis, een graf dat zich onderscheidt van alle andere graven. Op dit graf nl. ontbreekt een kruis, doch in plaats daarvan vindt u er een ster, de vijfpuntige Davidsster, het teken dat hier een joods soldaat begraven ligt. Op deze ster kunt u lezen: 14441856 Pte. Rivers, E.M., 1 Suffolk, k.a. 25.11.44. Dit betekent: Soldaat Rivers, Erwin Max, 1e Bataljon The Suffolk Regiment, gesneuveld 25-11-44. 
In werkelijkheid ligt hier Erwin Max Rothbarth, een jonge Duitser van joodse afkomst, die als vrijwilliger bij de Engelsen vocht en sneuvelde terwille van een groot ideaal. 

Bronnen en credits

Bron: Artikel uit “Ons Eigen Erf” 1948, geschreven door Harry van Loon (alias Harry van Daal).

Tom Rivers

Meer over het leven van Erwin Max Rothbarth kunt u lezen in een artikel gepubliceerd in Journal of Post Keynesian Economics door Ludo Cuyvers, Universiteit van Antwerpen: Erwin Rothbarth’s Life and Work

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles

©2021 Overloon War Chronicles