Brown | Nelson John

  • Voornamen

    Nelson John

  • Leeftijd

    29

  • Geboortedatum

    03-08-1915

  • Datum overlijden

    12-10-1944

  • Servicenummer

    5826084

  • Rang

    Lance Corporal

  • Regiment

    Suffolk Regiment, 1st Bn.

  • Grafnummer

    II. E. 11.

Nelson-John-Brown
Nelson-John-Brown
Graf-Nelson-John-Brown
Graf-Nelson-John-Brown


Biografie

Zoon van John Robert en Edith Lydia Brown uit Great Ashfield, Suffolk, Engeland.

Nelson John Brown diende in het 1e Bataljon Suffolk Regiment. Zij sloten zich in juni 1944 aan bij de rest van de geallieerde troepen in het zuiden van Engeland, wachtend op de invasie op D-Day.
Hij zat bij de eerste golf en landde op Sword Beach om 06.30 uur op 6 juni (D-Day). De Suffolks veroverden op de tweede dag de Hillman Bunker en slechts enkele dagen later veroverden ze, zonder enige tankondersteuning en met alleen rook en hun eigen mortierpersoneel, een Frans chateau dat werd gebruikt als het Duitse regionale hoofdkwartier.

Bij de slag om Overloon op 12 oktober 1944 was Nelson John Brown één van de eersten die sneuvelde. Jarenlang vertelde men in de familie dat Nelson John Brown op een plein met een kerktoren sneuvelde in Overloon, maar soms was het verhaal ook wel dat hij vroeg in de avond sneuvelde, tijdens een bespreking met zijn regiment.

Pas in 2016 worden er meer details bekend over de dood van Nelson John. Een militair historicus doet onderzoek en verklaart: Nadat zij de nacht hadden doorgebracht in een klein bos op de weg naar Venray, verhuist de 1e Suffolk ‘A’ Company op 12 oktober 1944, naar een uitgebrande windmolen. Hun doel is om door te stoten naar de Steenfabriek aan de Bossenhoekweg, die ze later die middag bereiken.

Verdere details worden opgetekend door de ogen van zijn kameraad Joe Fuller: Terwijl de duisternis neerdaalde, waren patrouilles van ‘A’ Company gestationeerd aan de zuidkant van de steenfabriek richting Venray…
Het bataljon had alle doelen veiliggesteld, maar ten koste van zware verliezen. Samen met het verlies van Majoor Ellis, de compagniescommandant, raakte Luitenant George Holt gewond en tweederde van de A-compagnie was gesneuveld of gewond geraakt op het slagveld rond de windmolen. Een van de mannen die daar sneuvelde was soldaat Nelson Brown.

Browns kameraad Joe Fuller stond in 1999 bij zijn graf en herinnerde zich zijn verhaal:
Mijn oude vriend, korporaal Nelson Brown. Hij was gek! Een spijkerharde militair… De avond voor de slag bij Overloon liet hij een nazi-hakenkruis in zijn hoofd scheren! Je kon echt met hem lachen. De volgende ochtend vielen we het bos aan en kwamen we over dit open stuk grond. Ik zag hem daar sneuvelen… Vlak voor me.

Na zijn dood schreef dominee Hugh Woodall aan Browns moeder: “Als aalmoezenier, dacht ik dat je graag van me zou horen, want ik had de ongelukkige taak om je zoon onlangs te laten rusten. Het lijkt erop dat de dood onmiddellijk was door granaatvuur en hij leed niet. We legden hem te ruste samen met anderen in Overloon, Holland.”

Nelson John Brown werd begraven op een tijdelijke begraafplaats bij Th.J. Janssen. In mei 1947 werd hij herbegraven op Overloon War Cemetery. Hij ligt begraven naast zijn Company Commander, Major Ellis.

NELSON JOHN BROWN, MIJN OOM

Mijn naam is George Rose, ik ben geboren in No. 3 Council Houses, Daisy Green, Great Ashfield, Suffolk in juli 1951. Mijn broer Edwin werd geboren in januari 1955 en mijn andere broer Brian in april 1957. Mijn connectie met Nelson John Brown is dat zijn moeder mijn grootmoeder was. De familie gelooft dat Nelson John genoemd is naar de broer van Granny Rose, John Stearn, die in 1890 op 11 maanden leeftijd stierf. Granny Rose had ook een broer die Nelson Stearn heette. Hij overleed op 28 november 1949 en ligt begraven op het kerkhof van Holy Innocents in Great Barton, Suffolk.

De meisjesnaam van mijn grootmoeder was Edith Lydia Stearn en zij huwde John Robert Brown in het laatste kwartaal van 1913. Nelson werd geboren in de zomer van 1915 op 3 augustus. Zijn vader sneuvelde in de strijd bij Arras in Noord-Frankrijk op 28 april 1917. Nelson werd door de familie altijd John genoemd en hij werd tijdens de Eerste Wereldoorlog opgevoed door zijn moeder en haar ouders. Het waren Thomas en Mary Ann Stearn die woonden in de Tin Hut, Lawton Lane, Elmswell, Suffolk.

In 1922 trouwde mijn grootmoeder Edith Lydia met George William Rose in Badwell Ash en zij kregen een zoon Arthur Rose, mijn vader, in september 1924. George stierf in 1928 nadat hij van zijn fiets was gereden in Stanton toen hij op weg was van zijn werk naar huis.

Nelson John ging in 1928 van school tijdens de werelddepressie en de economische crisis en werkte als landarbeider. Op zijn 18e verjaardag, 3 augustus 1933, nam hij dienst bij het Suffolk Regiment in Bury St Edmunds. Hij werd naar het depot van de kazerne van Gibraltar overgeplaatst voor zijn opleiding, die 16 weken duurde, en op 30 december 1933 werd hij overgeplaatst naar het 1e Bataljon dat in India diende. Op 10 december 1935 werd hij overgeplaatst naar het 2e Bataljon toen de twee Bataljons hun garnizoenstaken in India uitwisselden. Hij diende in India en op de North West Frontier en was in deze periode drie keer bij een gevecht betrokken. Hij keerde op 10 april 1943 naar het Verenigd Koninkrijk terug en werd op 20 augustus 1943 weer bij het 1e Bataljon ingedeeld.

Van 2 tot 4 juni 1944 verbleef het regiment in Horndean bij Portsmouth. Ze scheepten zich op 5 juni in voor Frankrijk en landden in Normandië als deel van de eerste golf om 0630 uur op 6 juni (D-Day) op Sword Beach (3 uur eerder dan zijn broer Arthur Rose, ook bij de Suffolks). De 1st Suffolks veroverden op de tweede dag de Hillman Bunker op de uiterste rechterflank van Sword Beach en slechts enkele dagen later vielen ze, zonder tankondersteuning, met alleen rook en hun eigen mortierpersoneel, een kasteel aan dat als Duits regionaal hoofdkwartier werd gebruikt en veroverden het.
John diende en rukte op door Frankrijk en België en werd op 14 augustus 1944 bevorderd tot Lance Corporal.

Na Operatie Market Garden verloren de geallieerden hun steunpunt bij de brug over Arnhem, maar ze hielden een lange salient van Joe’s Bridge aan de Belgische grens via Eindhoven en Nijmegen bijna tot aan Arnhem, een smalle corridor die de weg doorkruiste die XXX Corps in september had gebruikt om de paras bij Arnhem te ontzetten.

De Duitsers probeerden wanhopig de salient te sluiten, de geallieerden probeerden hem te vergroten. Bij de slag om Overloon en Venray op 12 oktober 1944, was John een van de eersten die sneuvelde. Toen wij opgroeiden vermeldde oma Rose soms dat John was gesneuveld op een dorpsplein met een kerktoren in Overloon, maar soms was het verhaal dat hij in de vroege avond was gesneuveld toen het regiment ’s nachts rendez-vous hield.

De familie dankt hun reisleider van 2016 en Taff Gillingham, Suffolk Western Front Association Branch Chairman en militair historicus, wiens eerste hulp hen in staat stelde de details van Nelson John’s dood te achterhalen. Op 12 oktober 1944 trok de 1ste Suffolk ‘A’ compagnie, na de nacht in een klein hondvormig bos op de weg naar Venray te hebben doorgebracht, het bos uit in de richting van een uitgebrande windmolen en hun doel, het terrein van de steenfabriek, dat ze later die middag bereikten.

Op pagina 150 – 151 van Fighting through to Hitler’s Germany, Personal accounts of the men of 1 Suffolk 1944-45 geschreven door Mark Forsdike (Friends of the Suffolk Regiment), uitgegeven door Pen & Sword Military, worden details van Nelson John’s karakter en zijn dood gedocumenteerd door de ogen van zijn kameraad Joe Fuller.

“Toen het donker werd, waren patrouilles van de ‘A’ compagnie gelegerd aan de zuidkant van de steenfabriek in de richting van Venray…

Het bataljon had al zijn doelen bereikt, maar de kosten waren hoog geweest. Naast het verlies van majoor Ellis, de compagniescommandant, was luitenant George Holt gewond geraakt en tweederde van de ‘A’ compagnie was gedood of gewond geraakt rond de windmolen. Eén van de mannen die daar sneuvelde was soldaat Nelson Brown.

Nelson ‘Biff’ Brown kwam in 1932 bij het Suffolk Regiment (volgens de familie kwam hij erbij op zijn 18de verjaardag in 1933). Zijn vader, John Brown, was gedood toen hij diende met 7 Suffolk tijdens de aanval op de chemische fabriek in Roeux in april 1917. Nelson had het grootste deel van zijn diensttijd in India doorgebracht en was een fervent en actief voetballer. Browns kameraad Joe Fuller stond in 1999 bij zijn graf en herinnerde zich zijn verhaal:

Mijn oude maat, korporaal Nelson Brown. Hij was gek! – Een soldaat van voor de oorlog, zo hard als een spijker. De nacht voor de slag om Overloon had hij een Nazi hakenkruis boven op zijn hoofd geschoren! Hij was echt een komiek. De volgende morgen vielen we aan uit het bos en kwamen neer over dit open stuk grond. Ik zag hem daar gedood worden… vlak voor mijn neus.”

Na zijn dood schreef dominee Hugh Woodall aan Browns moeder. Ik heb de brief die hij aan mijn grootmoeder schreef. In deze brief schrijft hij:

“Als pater dacht ik dat u wel iets van me zou willen horen, omdat ik onlangs de ongelukkige taak had uw zoon ter ruste te leggen. Het schijnt dat hij op slag dood was door granaatvuur en dat hij niet heeft geleden. We legden hem te rusten samen met anderen in Overloon, Holland.”

Lance Corporal Nelson John Brown, 29 jaar oud, ligt begraven op de Oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest te Overloon, Nederland, zijn grafnummer is II. E. 11. Hij ligt naast de compagniescommandant, majoor Ellis. In dezelfde rij liggen mannen uit Saxmundham, Framlingham, Sibton en West Suffolk. Deze begraafplaats ligt in een houten open plek, in een groot bos aan de rand van de stad, niet ver van een groot militair museum. Ik, dochter Laura en haar man Paul bezochten zijn graf in 2016 tijdens een Arnhem tour en legden een poppy kruis van mij, mijn broers en onze families.

De inscriptie op zijn grafsteen luidt “IT’S HARD TO PART WITH ONE WE LOVE. HIJ GAF ZIJN LEVEN VOOR ZIJN KONING EN LAND”.

We hadden je graag ontmoet John, en ik ben erg trots om een deel van je familie te zijn.

RIP John.

George Rose, zoon van Arthur George Thomas Rose

Nelson Rose and Arty
Nelson Rose en Arthy
memorial stone Nelson John Brown
gedenksteen Nelson John Brown
letter from the padre
brief van de aalmoezenier
the-war-office-graves-registration
the-war-office-graves-registration

Bronnen en credits

George Rose (familielid van Nelson John Brown)

Fighting through to Hitler’s Germany, Personal accounts of the men of 1 Suffolk 1944-45 geschreven door Mark Forsdike.

Wernoud Euwens

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles

©2021 Overloon War Chronicles