Rosenberg | Percy

  • Voornamen

    Percy Pinchas

  • Leeftijd

    20

  • Geboortedatum

    1924

  • Datum overlijden

    14-10-1944

  • Servicenummer

    14722832

  • Rang

    Private

  • Regiment

    Lincolnshire Regiment, 2nd Bn.

  • Grafnummer

    I. C. 2.

Percy Rosenberg Colchester barracks March 1944
Percy Rosenberg Colchester barracks March 1944
Grave-Percy-Pinchus-Rosenberg
Grave Percy Pinchus Rosenberg


Biografie

Zoon van Jacob en Clara Rosenberg en de op een na jongste uit een gezin van zeven. 

Zijn jongste broer, Frank Clifford Rosenberg werd een beroemd neuroloog en schreef zijn autobiografie “By any other name” F. Clifford Rose. 

Deze autobiografie beschrijft onder andere ook het leven van het gezin van Percy voor de oorlogsjaren. 

Met dank aan de familie Rosenberg presenteren wij een gedeelte uit zijn boek.

By any other name

Mijn ouders waren orthodoxe Joden, geboren in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. Zij emigreerden in 1913 naar Engeland vanuit Falticeni, een klein stadje met 5.000 inwoners, tussen Boekovina en Moldavië in het noordoosten van wat nu Roemenië is; dit dorp was gesticht als een Joodse nederzetting, die oorspronkelijk Faltishen heette. Mijn vader werkte als “dakwerker”, hij maakte tinnen daken voor huizen. Hij was lang en knap met rood haar, mijn moeder viel voor zijn knappe uiterlijk toen zij pas twintig was en hij tien jaar ouder.

Hij werd ingelijfd bij het Oostenrijks-Hongaarse leger en zag keizer Frans Jozef op een militaire parade; hij was lichamelijk zeer sterk en kon een geweer bij de loop vasthouden.

De reden voor de emigratie van mijn ouders was dat mijn vader, ondanks zijn diensttijd in het leger, als jood nog steeds als tweederangsburger werd beschouwd. Zij kozen voor Engeland omdat de broer van mijn moeder, oom Joe, en zijn vrouw een succesvolle vis- en frietzaak hadden opgericht in Shoreditch, Londen. Mijn ouders zeilden vanuit Bremen in 1913 met twee kinderen, Solomon (Solly) en Zigmund (Sid), omdat twee oudere kinderen in hun vroege jeugd waren gestorven. Mijn moeder beweerde dat ze zeeziek was op de hele weg naar Engeland, maar aangezien ze toen zwanger was van mijn oudste zus Mary, kan dit een deel van de oorzaak geweest zijn. Het gezin vestigde zich in Stepney in het East End van Londen in een eenkamerflat.

In 1918, na de oorlog, begon mijn vader een fietsenmakerij, omdat hij ervaring had met het werken met metaal; omdat hij goed met zijn handen was, maakte hij allerlei metalen speelgoed voor mij en ik herinner me vooral een trein. Een deel van zijn handel bestond uit het kopen en verkopen van tweedehands fietsen, waarvan hij er een voor een belachelijk lage prijs kocht en prompt werd gearresteerd wegens “heling”; hij pleitte bij de rechter dat hij niet wist dat het gestolen was, maar misschien deels omdat hij zo slecht Engels sprak, of zich geen advocaat kon veroorloven om hem te verdedigen, werd hij voor drie maanden naar de gevangenis gestuurd.

Vanaf dat moment bleef hij volhouden dat zijn leven geruïneerd was en klaagde hij over visioenen, leed hij aan paranoia en riepen kinderen uit de buurt hem op straat na: “Ginger, you’re barmy”, verwijzend naar zowel zijn haarkleur als zijn vreemde gedrag.

Mijn moeder had nog vier kinderen voor mij, twee zusters, Mary en Mathilda (Tilly) en twee broers, Israel (Izzy) en Pinchus (Percy), waardoor ik de jongste van haar negen kinderen was, van wie er slechts zeven de volwassenheid overleefden. Ons rijtjeshuis had slechts drie slaapkamers voor het gezin van negen (twee ouders en zeven kinderen), zodat vijf kinderen in één bed sliepen. Mijn vader sliep in de zomermaanden ook aan de achterkant van het huis; er was maar één toilet, ook buiten aan de achterkant van het huis, maar geen badkamer, dus in bad gaan betekende een zinken bad vullen met heet water.

Toen we naar een nieuwe huis in Cambridge Heath Road verhuisden, werd de nieuwe fietsenwinkel geopend, die nu Soll Brothers heette; Solly en Izzy deden de reparaties en mijn moeder verkocht sportkleren. De zaak floreerde, onder meer omdat medische studenten van het nabijgelegen Londense ziekenhuis vaak fietsen hadden die gerepareerd moesten worden, en taxichauffeurs fietsen nodig hadden om de Londense straten te leren kennen.

De broer die het dichtst bij mij stond, en slechts vier jaar ouder was, was Percy, en we hielden van schijngevechten, waarbij we wedijverden om te zien wie het snelst was met trekken. Hij was niet erg snugger en mijn moeder moedigde me aan om hem “breuken” te leren zodat hij de test kon doorstaan om bij de Royal Air Force te komen in plaats van opgeroepen te worden voor het leger; dit bleek onmogelijk en hij vocht bij de Royal Lincolnshire Infantry en sneuvelde in de buurt van Nijmegen, Nederland in 1944, tijdens de slag om Overloon.

Tussen oktober en november 1944 vielen er veel Britse militaire doden tijdens de gevechten om de Duitsers uit het gebied ten zuiden en ten westen van de rivier de Maas te verdrijven voor een laatste aanval op het Rijnland; de strijd was zo hevig dat de Britten hem “A Second Caen” noemden. De Divisiecommandant concentreerde zich op het dorp Overloon, waar de Duitsers “een zwaar versterkt bolwerk…” hadden. De Britten bezetten de ruïnes uiteindelijk op 12 oktober 1944 en van de 279 op de begraafplaats van Overloon, waar mijn broer Percy begraven ligt, zijn er 261 van het Britse leger.

Hij was in 1943 ingelijfd en was erg trots op zijn soldatenuniform; hij had verscheidene foto’s van zichzelf met zijn geweer, wat mij de verzekering gaf dat hij wist hoe hij voor zichzelf moest zorgen. Na een vooropleiding in kamp Catterick werd hij ingelijfd bij de Lincolnshire Infantry en sneuvelde in de strijd.

Ik heb tweemaal zijn graf bezocht op de Overloon begraafplaats waar hij ligt naast vier andere Lincolnshire infanteristen en hun commanderende majoor. 

Percy and his mother Clara

Percy and his mother Clara

Bronnen en credits

Frank Clifford Rose

Maureen Rebuck, cousin of Percy

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles

©2021 Overloon War Chronicles