Stork | Walter Clifford
- Voornamen
Walter Clifford
- Leeftijd
29
- Geboortedatum
1915
- Datum overlijden
14-10-1944
- Servicenummer
14285239
- Rang
Lance Corporal
- Regiment
Royal Norfolk Regiment, 1st Bn.
- Grafnummer
II. C. 8.
Biografie
Zoon van Ernest en Martha M. Stork uit Sheffield. Echtgenoot van Olive Stork uit Walkley, Sheffield
Soldaat Korporaal Walter Clifford Stork was lid van het 1e bataljon van de Norfolks. Ze overnachten op 13 oktober 1944 in de bossen rond Overloon. Om 07.00 uur de volgende ochtend vertrekken twee compagnieën, B en D, richting Venray. Walter Clifford Stork was één van hen. Ze komen direct onder vuur van de Duitse linies te liggen. Alle mannen rennen direct naar de diepe sloten aan weerszijden van de weg en kruipen voorzichtig naar voren.
Tussen de bossen bij Overloon en Venray was het landschap zo vlak als het alleen in Nederland kan zijn en halverwege dit sombere en natte terrein lag een brede afwateringssloot; de “Molenbeek”. De positie van de compagnieën is zeer kwetsbaar, eigenlijk alleen beschermd door de oever van de beek. Ze worden voortdurend beschoten en met mortieren bestookt. Nadat een groep Churchill-tanks een bos ontruimd heeft, verspreiden de tanks zich naar links en rechts en ook het peloton verspreidt zich achter hen. Het vijandelijke vuur neemt direct toe, als de mannen in het zicht komen.
Binnen enkele minuten worden enkele tanks uitgeschakeld en de overige tanks trekken zich terug naar de relatieve dekking van het bos, waardoor het peloton, mét Walter Clifford Stork alleen achterblijft, zonder ondersteuning. Toch blijven de mannen kruipend en bukkend voorwaarts trekken, alle dekking benuttend die ze kunnen vinden. De pelotons zijn te zichtbaar voor de vijand en kwetsbaar voor hun vuurkracht van mortieren, machinegeweren en 88’s samen met Nebelwerfers, zgn. ‘Moaning Minnies’, die een onderscheidend en angstaanjagend geluid produceerden wanneer ze werden afgevuurd. Ze worden zelfs gebombardeerd door hun eigen artillerie die de voor hun liggende doelen probeert te raken. Zonder de ondersteuning van de tanks wordt de vooruitgang steeds moeilijker en ze komen uiteindelijk tot stilstand bij wat dun struikgewas, ongeveer 200 meter voor hun tweede doel, de zijweg die voor hun ligt.
John Lincoln, soldaat van het Royal Norfolk Regiment sinds februari 1944 schrijft later:
“Het peloton ging in dekking en ik controleerde snel onze verliezen. Onze compagniecommandant moest weten wat de actuele situatie was, dus ging ik zelf een linie terug. Via de dekking van heggen, stronken en een brandende tank, meldde ik onze actuele situatie en er werd een plan gemaakt om de opmars voort te zetten met de steun van onze artillerie en mortiervuur. Eenmaal weer terug bij het peloton ontdekte ik dat L/C Stork, de onderofficier van het peloton die verantwoordelijk was voor de 2 inch mortiersectie, gesneuveld was door een direct schot in het hoofd, terwijl ik weg was.
L/C Stork was een getrouwde man met twee kleine kinderen, een vriendelijke en oprechte man met wie ik vaak gesprekken had gevoerd, waarin hij me over zijn familie vertelde. Voor mij leek hij een veel oudere man, hoewel pas eind twintig, vergeleken met de gemiddelde leeftijd van het peloton dat rond eenentwintig jaar was.
De dood van Lance Corporal Walter Clifford Stork maakte me zo boos dat toen de tweede aanval begon, ik me kan herinneren dat ik alleen intense woede voelde. We richtten ons op en we rukten verder op. Het vijandelijk vuur nam direct weer toe. Ik zag een grijs geklede figuur verdwijnen in een bos voor me en ik vuurde een lang salvo met mijn Stengun op deze figuur. Uit woede en wraakgevoel wilde ik hem doden, maar tegelijkertijd realiseerde ik me dat het onwaarschijnlijk was dat mijn Sten effect zou hebben op die afstand..”
Walter Clifford Stork sneuvelt op 14 oktober 1944 en wordt tijdelijk begraven aan de kruising Raayweg-Venrayseweg (H.J. Hendriks) in Overloon. Op 20 mei 1947 werd hij herbegraven op Overloon War Cemetery.