Skip to main content

Clark | Charles Percy

  • Voornamen

    Charles Percy

  • Leeftijd

    28

  • Geboortedatum

    18-01-1916

  • Datum overlijden

    20-10-1944

  • Servicenummer

    3186134

  • Rang

    Serjeant

  • Regiment

    King’s Own Scottish Borderers, 1st Bn.

  • Grafnummer

    II. B. 7.

Charles Percy Clark
Charles Percy Clark
Graf Charles Clark
Graf Charles Clark

Biografie

Charles Percy Clark sneuvelde in de strijd op 20 oktober 1944. Hij was sergeant in het 1ste Bataljon van de King’s Own Scottish Borderers (Servicenummer 3186134). Hij werd aanvankelijk begraven op Begraafplaats A. vd Wijst in Overloon en herbegraven op 13 mei 1947 in graf II. B. 7 op de CWG Begraafplaats Overloon. De inscriptie op zijn graf luidt: “In Gods tuin der herinneringen zullen we elkaar weer ontmoeten.”

Familieachtergrond

Charles Percy Clark werd op 18 januari 1916 in Andover, Hampshire, geboren als zoon van Eva Gee. Hij kreeg aanvankelijk de naam Charles Percy Fanning Gee. Naar verluidt stond hij in zijn familie bekend als Harold en later bij vrienden als Nobby. Bij zijn doop op 12 april 1916 werd geen vadersnaam vermeld. Eva woonde destijds op Roman Cottages 2 in Charlton, Andover, Hampshire, en was methodiste. Eva trouwde vervolgens in 1917 in Andover met Walter Clark.

Walter Clark heette eigenlijk Walter Thomas Clack; hij werd in 1874 in Kensington geboren, maar veranderde zijn naam in Clark nadat hij als jongeman naar Nieuw-Zeeland was gevlucht. Hij trouwde in Nieuw-Zeeland en kreeg vier kinderen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog sloot hij zich aan bij de Nieuw-Zeelandse strijdkrachten en werd hij naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd. Hij ontmoette Eva Gee en trouwde in bigamie met haar in Andover toen zij zwanger was van hun eerste kind, Pansy. Zijn eerste vrouw vervolgde hem via de rechtbank en verkreeg een echtscheiding van hem, waardoor Eva’s huwelijk geldig werd.

Eva was de dochter van Alexander en Alice Maud Gee, die in 1911 in Avalon, Weyhill Road nr. 1, Andover, Hampshire woonden. Alexander was in 1871 in Swindon, Wiltshire geboren en werkte als machinist bij de spoorwegen. Alice was geboren in 1870, eveneens in Swindon. Eva was een van de vijf kinderen die op dat moment thuis woonden. Ze was geboren in 1897 in Swindon. De anderen waren Charles William Lionel Gee, geboren in 1893, Sidney Robert Gee, geboren in 1904, Edward Albert Gee, geboren in 1906, en Violet Alexandra Gee, geboren in 1909. Sidney en Edward waren geboren in Cheltenham en Violet in Andover, wat suggereert dat het gezin tussen 1898 en 1904 naar Cheltenham was verhuisd en tussen 1906 en 1909 naar Andover. Charles werkte als algemeen arbeider. Ook aanwezig was Charles James Jeffrey, een 18-jarige kostganger die als spoorwegarbeider werkte. Alice M. Gee stierf in Andover in 1920. In 1921 woonde Alexander Gee op Charlton 36 in Andover met zijn kinderen Sidney, Edward en Violet. Ook aanwezig was een huishoudster, Elizabeth Goddard. Alexander stierf later in 1921.

Walter en Eva Clark kregen na hun huwelijk de volgende kinderen: Pansy L.F. op 8 april 1918, Eva A. in 1919, Walter W.E. op 6 oktober 1921, Daphne in 1923 en Alexander op 14 september 1924.

Pansy en Eva werden geboren in Andover, Walter (Jr.) en Daphne in Basingstoke en Alexander in Winchester, wat erop wijst dat het gezin vaak verhuisde. Daphne stierf op 1-jarige leeftijd in 1924 in Basingstoke.

In juni 1921 woonden Walter en Eva Clark op Winklebury Estate, Basingstoke, Hampshire. Walter werkte als zelfstandig eigenaar van een koffiekraam. Hun dochters, Pansy en Eva Clark, waren daar, evenals Charles, die nu echter als Harold Clark werd vermeld, geboren in 1916 in Andover. Walter Clark werd vermeld als geboren in Kilburn, Middlesex, hoewel zijn leeftijd onbekend was, maar vermoedelijk rond de 36 of 37 jaar lag.

Eva Clark stierf in 1925 in Christchurch, Hampshire, op slechts 27-jarige leeftijd. Naar verluidt trouwde Walter Clark vervolgens met Violett Hatt en kreeg hij nog meer kinderen.

Vroege militaire loopbaan

Misschien als gevolg van de dood van zijn moeder leek het erop dat Charles al vanaf 24 mei 1927, toen hij nog maar 11 was, voorbestemd was voor het leger. Op die datum ondertekende Walter Clark het volgende document:

“Hierbij geef ik mijn toestemming dat mijn zoon Harold Percy Gee Clark in dienst treedt bij het leger wanneer hij de Newport Market Army Training School verlaat, voor een periode van 12 jaar te rekenen vanaf de datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar bereikt, d.w.z. 9 jaar actieve dienst en 3 jaar reservistendienst.”

Newport Market Refuge was in 1860 op kleine schaal opgericht aan Charing Cross Road in Londen. Het breidde zich uit en tegen 1867 betrok het een pand aan Newport Market, waar ook een industriële school voor dakloze of behoeftige jongens was gevestigd. Tegen 1878 was de muziekband van de instelling zeer belangrijk geworden. Er werd geen enkele jongen toegelaten tenzij zijn ouders of voogd ermee instemden dat hij muziekles zou krijgen als dat gepast werd geacht – met de bedoeling dat hij zou worden ingelijfd bij een militaire band van het leger. In 1927 was de school opnieuw verhuisd, ditmaal naar Orpington in Kent. Er waren plaats voor maximaal 80 jongens die op 9- tot 12½-jarige leeftijd binnenkwamen en rond hun 14e weer vertrokken. In 1928 werd de school overgenomen door een soortgelijke organisatie en stond ze toen bekend als de Newport Army Bands School.

Op 12 september 1930, toen hij nog maar 14 jaar oud was, meldde Charles zich aan bij de King’s Own Scottish Borderers als jongensoldaat voor een periode van 12 jaar, waarvan 9 jaar in actieve dienst en 3 jaar in de reserve, die zou ingaan vanaf het moment dat hij op 18 januari 1934 18 jaar werd. Hij noemde zijn vader, Walter Clark, woonachtig te 42 Rainham Road, Hammersmith, Londen, als zijn naaste verwant. Een later adres dat werd opgegeven was 182 Riverside Gardens.

Het lijkt erop dat Charles mogelijk speciale toestemming nodig had om in dienst te treden. Een memo van J.H.N. Davis, luitenant-kolonel en commandant van het 1ste Bataljon KOSB, gedateerd 23 augustus 1930, gaf toestemming voor de indiensttreding “van de jongen, Harold Charles Clark, voor opleiding tot muzikant, mits hij verder geschikt is en aan de normen voldoet, om een vacature in dit bataljon te vervullen”.

Bij zijn indiensttreding werd opgemerkt dat hij was opgeleid aan de Newport Market Army Bands School in Orpington. Hij werd beschreven als 1,57 m lang en 44,5 kg zwaar. Hij had een frisse teint, grijze ogen en kastanjebruin haar. Zijn religie werd opgegeven als Church of England. Hij werd medisch geschikt verklaard.

Hij diende in het Verenigd Koninkrijk tot 18 september 1935. Gedurende deze periode behaalde hij op 18 december 1930 een certificaat van de 3de klasse aan de Army School en op 29 maart 1933 een certificaat van de 2de klasse. Hij kreeg de rang van soldaat toegewezen op 18 januari 1934, toen hij 18 jaar werd.

Hij diende van 19 september 1935 tot 25 augustus 1936 op Malta en daarna in Palestina tot 21 december 1936, toen hij terugkeerde naar het Verenigd Koninkrijk.

Op 25 oktober 1937 werd hij benoemd tot muzikant. Op 24 juni 1938 vroeg hij of hij een opleiding mocht volgen aan de Militaire Muziekschool, Kneller Hall, en verklaarde dat hij bereid was zijn diensttijd te verlengen tot 12 jaar in actieve dienst, mocht hij worden geselecteerd. Het is niet bekend of hij deze opleiding heeft kunnen volgen.

Hij legde zijn functie als muzikant neer op 3 mei 1939, toen hij werd benoemd tot onbetaalde korporaal, een rang die op 3 september 1939 werd omgezet in een betaalde functie in oorlogstijd.

Ondertussen, tegen september 1939, lijkt het erop dat Charles’ broer en zus, Pansy en Walter, in het huishouden van Walter T. Clark woonden op 80 Riverside Gardens, Hammersmith. Walter stond vermeld als hun vader, geboren op 13 december 1874 en werkzaam als staalarbeider. Walter (jr.) was bouwvakker en Pansy zorgde voor het huishouden. Het jongste kind van Eva en Walter, Alexander, woonde in die tijd in het Gordon Boys Home in Bagshot in Surrey. Aangenomen wordt dat Walters vrouw, Violet, als huishoudelijke hulp bij een onbekende familie werkte. Men neemt aan dat het gezin in moeilijke tijden verkeerde. Naar verluidt woonde zijn zus Eva bij haar toekomstige schoonfamilie.

Militaire loopbaan 1939 tot juli 1942

Het 1e Bataljon van de KOSB landde in september 1939 in Frankrijk als onderdeel van de 9e Brigade van de 3e Infanteriedivisie om dienst te doen bij de British Expeditionary Force (BEF) en nam vervolgens in juni 1940 deel aan de evacuatie van Duinkerken. Charles vertrok op 3 oktober 1939 met de BEF naar Frankrijk. Hij had verlof van 6 tot 17 april 1940 en keerde daarna terug naar Frankrijk.

Hij keerde op 27 mei 1940 terug naar het Verenigd Koninkrijk en werd opgenomen in het Royal Victoria Hospital in Netley bij Southampton. Het is niet bekend of hij gewond of ziek was. Hij werd op 13 juni 1940 ontslagen en overgeplaatst naar het Infanterie Opleidingscentrum van de KOSB in Berwick-on-Tweed.

Hij werd op 24 juli 1940 bevorderd tot waarnemend korporaal en deze functie werd op 24 oktober 1940 omgezet in een vaste oorlogsfunctie.

Op 13 augustus 1941 werd hij weer overgeplaatst naar het 1ste Bataljon van de KOSB. Vervolgens werd hij op 12 september 1941 op een Y-lijst geplaatst, waarna hij op 20 oktober 1941 weer bij het 1ste Bataljon kwam. Op 27 juni 1942 werd hij opnieuw op een Y-lijst geplaatst en op 20 juli 1942 keerde hij terug naar het 1ste Bataljon. Een soldaat werd normaal gesproken op een Y-lijst geplaatst wanneer hij weg was van zijn gebruikelijke eenheid vanwege ziekte of verwonding.

Huwelijk

Charles P. F. G. Clark trouwde op 25 juli 1942 met Peggy Stella Houchin in de parochiekerk van Wooburn Green in Buckinghamshire.

Peggy werd op 20 september 1921 in het district Wycombe geboren als dochter van Philip Anthony Houchin en Ruth Mabel Jones. Philip werd op 2 oktober 1886 in Chelsea, Londen geboren, terwijl Mabel (zoals ze bekend stond) op 30 april 1889 in Chippenham, Wiltshire werd geboren. Philip was telegrafist in 1901 en postbode in 1911. Hij diende vervolgens in het leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar raakte op 6 augustus 1915 gewond bij Gallipoli en werd op 22 september 1916 ontslagen omdat hij niet langer geschikt was voor dienst.

Philip en Mabel kregen de volgende kinderen:
Joan V. E. Houchin (1916), Jose M. M. (21 februari 1918), Peggy S. (20 september 1921), Royden P. (23 maart 1926) en Pamela D. (1927). Jose werd geboren in Chelsea en de anderen in het district Wycombe in Buckinghamshire, wat erop wijst dat ze daar tussen 1916 en 1918 naartoe waren verhuisd.

In juni 1921 woonden Philip en Mabel in Snowdon, Boundary Road, Wooburn, Bucks, met hun eerste twee dochters in het huishouden van Mabels zus, Ellen Fox, haar man John en hun gezin. Philip en John werkten beiden als magazijnmedewerker bij het Air Minister Directorate of Works Buildings, maar Philip had op dat moment geen werk.

In september 1939 woonden Philip en Mabel nog steeds op hetzelfde adres, dat ze blijkbaar van John en Ellen Fox hadden overgenomen. Bij hen woonden hun kinderen Peggy en Royden en een naamloos kind dat waarschijnlijk Pamela was. Ook woonden daar hun getrouwde dochter, Jose M. Parslow, haar man Kenneth G. Parslow en nog een naamloos kind, waarschijnlijk hun dochter, Pauline J. Parslow.
Philip werkte nu als verhuizer, terwijl Peggy als verkoopster in een koekjeswinkel werkte. Kenneth Parslow was werkzaam als loodgieter en installateur van warmwatervoorzieningen. Hun andere dochter, Joan V.E. Houchin, was in het voorjaar van 1939 in het district Wycombe getrouwd met William J.W. Wingrove.

Na zijn huwelijk in 1942 noemde Charles zijn vrouw als zijn naaste familielid, nog steeds in “Snowden”, Wooburn Green.

Militaire loopbaan vanaf juli 1942

Charles werd op 18 augustus 1942 benoemd tot korporaal. Op 14 maart 1943 werd hij bevorderd tot sergeant, een functie die op 23 augustus 1943 werd omgezet in een vaste oorlogsfunctie.

Bij de geallieerde invasie van Europa in 1944 stond het 1e bataljon KOSB in de voorhoede. Op D-Day, 6 juni, keerden ze terug naar Frankrijk en landden ze op ‘Queen’ Beach. Charles was bij hen. Ze vochten zich een weg door Normandië en rond Caen totdat de stad capituleerde, en rukten vervolgens noordwaarts op door België.

Ze trokken op 21 september vanuit België Nederland binnen bij Budel, waar de troepen hartelijk werden verwelkomd door de inwoners. Ze trokken op 24 september verder naar Liessel, waar ze patrouilles uitvoerden in het gebied ten oosten van het Deurnekanaal. Op 28 september nam het bataljon posities verder naar het noorden in ter bescherming van een kruispunt bij Milheeze, waarna ze op 1 oktober weer verder naar het noorden trokken naar St. Hubert, waar ze opnieuw zeer hartelijk werden ontvangen door de inwoners. Ze bleven hier tot 12 oktober, waarbij ze patrouilles uitvoerden, maar ook trainingen volgden en tijd hadden om een beetje te ontspannen.

Op 12 oktober trokken ze naar een gebied net ten westen van St. Anthonis. Op deze dag viel de 8ste Brigade Overloon aan en tegen 17.00 uur had het 1ste Suffolks de stad veroverd en een positie net ten zuiden ervan ingenomen. Van 13 tot 15 oktober nam het bataljon samen met andere bataljons deel aan het ontruimen van bossen ten westen en ten zuiden van Overloon. Tijdens deze actie kwamen 3 mannen om het leven en raakten er 12 gewond. De volgende dag trok het bataljon verder zuidwaarts door meer bossen, maar die middag kregen ze het bevel om de posities van het 4e KSLI ten oosten van Overloon in het gebied rond Smakt over te nemen. Tijdens de overname kwam één man om het leven en raakten er 3 gewond door Nebelwerfers (Moaning Minnies).

Het bataljon bleef in deze positie tot 4 november. Van hieruit konden ze het gebied ten westen van de spoorlijn patrouilleren, de bewegingen van de Duitsers aan de oostkant observeren en hen onder vuur nemen. Ze werden vaak zwaar beschoten met granaten en mortiergranaten, maar maakten ook goed gebruik van de artillerie om terug te slaan. Mijnen op de spoorwegovergangen verhinderden pogingen om de spoorlijn over te steken. In deze periode raakten 33 mannen gewond, werden er 10 gedood en werden er 21 vermist. Onder hen was Charles, die op 20 oktober sneuvelde. Aangenomen wordt dat hij sneuvelde terwijl hij deel uitmaakte van een patrouille van B-compagnie in de omgeving van Hoeve Victor in Vierlingsbeek, het huidige Pelgrimslaan 11 in Smakt. Uit informatie van de familie blijkt dat hij sneuvelde toen een stuk granaatscherven zijn helm doorboorde.

De nasleep

Zijn vrouw werd op 1 november op de hoogte gebracht van zijn overlijden. Hij had 14 jaar en 39 dagen gediend.

Hij ontving de volgende medailles: General Service Medal, 1939/43 Star, Palestine Clasp, War Medal 1939/45, France & Germany Star en de Defence Medal.

Zijn persoonlijke bezittingen werden op 26 april 1945 naar zijn vrouw gestuurd naar “Snowden”, Boundary Road, Wooburn Green, Buckinghamshire. Deze bestonden uit het volgende: Glengarry, petembleem, 4 zakdoeken, portemonnee, 2 schrijfblokken, vulpen, kralenketting, nagelvijl in etui, schouderembleem, medailleband (doorgestreept), sleutel, notitieboekje, wekker in etui, 11 foto’s, 2 kaarten, 3 brieven.

Het lijkt er echter op dat zijn vrouw moest terugschrijven om te zeggen dat de kaarten niet van hem leken te zijn, aangezien erop stond dat ze “van je vrouw Kay en dochtertje” waren. Ze wees erop dat ze niet Kay heette en geen dochter had. Ze waren vermoedelijk van een andere soldaat geweest die was omgekomen. Ze vermeldde ook dat haar man altijd een rozenkrans bij zich droeg die niet aan haar was teruggegeven en vroeg of die kon worden opgespoord. Helaas kon het leger noch de rozenkrans, noch de familielid van de echte eigenaar van de kaarten vinden.

Charles’ broer, Walter Clark, had ook in hetzelfde regiment gediend in de Tweede Wereldoorlog en had de oorlog overleefd. Zijn zus, Eva Clark, stond bijzonder dicht bij Charles (of Harold, zoals zij hem kende) en voelde zijn verlies. Zij was het enige familielid dat hij voor zijn bruiloft had uitgenodigd. Ze was erg trots op haar broer en herinnerde zich later hoe hij allerlei muziekinstrumenten kon bespelen. Ze bewaarde een mooie foto van hem in het volledige militaire uniform van de KOSB.

Na zijn dood trouwde Peggy in 1946 met Frank Grimes in Wycombe, Bucks. Ze kregen in 1947 in Wycombe een kind, Penelope A Grimes.

Hoeve Victor Smakt
Hoeve Victor Smakt
Map 1934 Smakt Vierlingsbeek
Kaart 1934 Smakt Vierlingsbeek
Kerstkaart KOSB Regiment
Kerstkaart KOSB Regiment
Charles Harold Clark in band uniform
Charles Harold Clark in band uniform
Harold & Eve
Harold & Eve
KOSB Regiment
KOSB Regiment
KOSB Band
KOSB Band
Trouwfoto van Charles en Peggy
Trouwfoto van Charles en Peggy
Charles Clark
Charles Clark

Bronnen en credits

Van de FindMyPast website: Burgerlijke en parochiële geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters; Engelse volkstelling en registers uit 1939; kiezerslijsten; militaire registers; Brits krantenarchief.
Website Childrenshomes.org
Dienstdossier van Charles PFG Clark uit het Nationaal Archief, ref. WO 423/1232195
King’s Own Scottish Borderers website
1st KOSB Oorlogsdagboeken (Royalscotskosbwardieries)
Foto en hulp van Penelope Williams, dochter van Peggy en Frank Grimes.

Assistentie van Angela McDonald, de schoondochter van Eva A. Clark.

Research Elaine Gathercole

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles
BIC / SWIFT code  RBRBNL21

©2021 Overloon War Chronicles