Evans | Godfrey

  • Voornamen

    Henry Godfrey

  • Leeftijd

    21

  • Geboortedatum

    28-1-1923

  • Datum overlijden

    27-09-1944

  • Servicenummer

    142007931

  • Rang

    Lance Corporal

  • Regiment

    King’s Shropshire Light Infantry, 4th Bn.

  • Grafnummer

    IV. B. 13.

Henry Godfrey Evans
Henry Godfrey Evans
Grafsteen Henry Godfrey Evans
De grafsteen van Godfrey Evans op de CWGC-begraafplaats in Overloon. 

Foto: Collectie Leo Janssen

Auteur: Arno van Dijk

Biografie

Henry Godfrey Evans: De toevalsfactor

“Incidenten als deze maken iedereen duidelijk waar wij voor vechten.”
(Bron: citaat uit brief Godfrey Evans aan zijn ouders en zussen)

In de continue zoektocht naar foto’s en verhalen stuit de stichting soms op een unieke schat aan informatie. We vonden in het Verenigd Koninkrijk 2 dochters van de 2 zussen van Godfrey. Zij beschikten over zo’n 50 korte brieven die hun oom schreef aan zijn zussen in 1944, het begin van zijn militaire training tot een paar dagen voor zijn dood in Nederland. Ook ontvingen wij van hen een hele serie foto’s. Godfreys brieven vormen de basis voor dit dossier.
De stichting heeft via intensieve research, interviews en nieuwe getuigenverklaringen de familie verlossende antwoorden kunnen geven op hun vragen m.b.t. de laatste dagen van Godfrey. Vragen die al 77 jaar binnen de familie leefden.

Henry Godfrey Evans wordt geboren op zondag 28 januari 1923, in Swansea in Wales. Hij is de zoon van Leonard Evans (1892), afkomstig uit Hull (maar zijn vader kwam ook weer uit het zuiden van Wales) en Gladys Beatrice Evans, meisjesnaam Probert (1889). Het gezin bestaat verder uit 2 dochters, Godfreys oudere zus Barbara is geboren op 21 juni 1915 en zijn jongere zus Marie wordt geboren op 18 maart 1926.

De jaren 20 en 30 zijn economisch slechte jaren in Wales. Was Wales in de periode vanaf de Industriële Revolutie tot aan de Eerste Wereldoorlog nog een belangrijke leverancier van koper, ijzer en steenkool aan de Britse industrie, na de Eerste Wereldoorlog is Wales in een depressie beland. De algehele economische terugval begint in de industrie en er zijn daardoor minder grondstoffen nodig. Daarbij komt ook dat van de 273.000 mannen die uit Wales zijn vertrokken naar het front in Frankrijk en België tijdens de Eerste Wereldoorlog er 35.000 niet meer terugkeren. En doordat veel Welshe werklozen daarna het land verlaten op zoek naar werk elders krimpt de totale Welshe bevolking. De depressie zal aanhouden tot aan de Tweede Wereldoorlog. Toch blijft Swansea een belangrijk industriegebied.

De familie Evans is een hecht gezin en heeft een comfortabel sociaal leven. Ze wonen aan de Glanbrydan Avenue in Swansea, vlak bij de mooie kust en de kinderen gaan daar vaak kamperen met groepen vrienden.
Vader Leonard is manager van een verzekeringsbedrijf. In de Eerste Wereldoorlog was hij kapitein in het leger. Gladys is huisvrouw. De kinderen gaan naar een privéschool en hebben een gelukkige zorgeloze kindertijd.

In 1936 ontmoet Barbara Glynn Bowen, die net als haar vader werkzaam is in de verzekeringswereld. Ze worden verliefd en trouwen in 1941.

Godfrey start in de periode voor de oorlog een job bij de Tinplate Conference, een producent van blikplaten.
In zijn vrije tijd speelt hij piano en dat doet hij verdienstelijk.
Daarnaast houdt hij van sport. Hij speelt voetbal, hockey, tennis en rugby. Dat levert hem ook een flink uithoudingsvermogen op dat hij ook later in het leger goed kan gebruiken.

Want zijn zorgeloze leven verandert radicaal wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Dan zijn er net als in alle grote steden van het Verenigd Koninkrijk ook in Swansea al grotere schuilkelders gebouwd. En in het hele land plaatsen particulieren in hun tuinen hun eigen Anderson shelter, die half ingegraven onder de grond met een dikke laag aarde er op veiligheid biedt aan het gezin.
De Luftwaffe voert in de periode 27 juni 1940 – 16 februari 1943 verschillende luchtaanvallen uit op Swansea, een strategisch belangrijke stad vanwege de haven, de dokken en een nabijgelegen grote olieraffinaderij waarbij de Duitsers onder andere de aanvoer van kolen willen stilleggen.
De hevigste luchtaanvallen op de stad volgen 3 dagen achter elkaar op 19, 20 en 21 februari 1941, de Swansea Blitz. Een groot deel van de stad wordt verwoest. Er vallen 230 doden en 409 gewonden. 7000 mensen raken daarbij hun huizen en bezittingen kwijt.

Godfrey is dan al actief in de Home Guard, om precies te zijn bij de 12th Battalion Glamorgan Home Guard. Zijn vader Leonard was kapitein in het Britse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog en is nu kapitein in de Home Guard, no. 8 Company, 12th Battalion, Swansea. Barbara is de company orderly clerk voor het Home Guard Battalion van haar vader en verricht secretariële werkzaamheden.

Van de Home Guard naar het echte leger is voor Godfrey een kleine stap.
Zijn eerste trainingskamp is in de buurt van Cardiff, de hoofdstad van Wales.
Vanaf dat moment stuurt hij om de zoveel tijd brieven naar zijn ouders en zussen in Wales. En daarnaast nog altijd een extra brief voor zijn jongere zus Marie. In de brieven is hij soms vrolijk en vertelt hij over wat hij meemaakt. Soms is hij ook wat verveeld, heeft niets om over te schrijven. Regelmatig vraagt hij ook aan zijn ouders om kranten en tijdschriften op te sturen. Soms ook tabak en sokken.

Godfreys militaire trainingen brengen hem op verschillende locaties in het Verenigd Koninkrijk. Na Cardiff is hij onder andere op diverse locaties in Dorset (Dorchester, Poole, Bridport en later in Blandford). Ook is hij enige tijd aan de oostkust in Broadstairs (Kent), een plaats waarvan de bevolking is geëvacueerd en waar Godfrey en zijn peloton onder andere voor verkoeling gaan zwemmen in een zwembad van een gesloten meisjesschool.
Ook vinden trainingssessies plaats in de buurt van het kleine Schotse dorp Invershin, in Sutherland. Het dorp ligt midden in de Schotse Highlands.
Ter ontspanning gaat Godfrey met een groep kameraden daar naar een lokaal dansfeest, maar hij heeft grote moeite om de Schotten te verstaan. Die praten volgens Godfrey met een enorm lokaal accent. Toch maakt Godfrey hier kennis met een leuk meisje, ze nodigt hem uit voor een volgend dansfeest.

Een belangrijk deel van zijn training volgt voor Godfrey vanaf maart 1944 in de buurt van Kirkwall op de Orkney eilanden, ten noorden van Schotland.
Intussen dient hij in de 1st bn. South Wales Borderers.
Godfrey wil vooruit en Lance Corporal is daarin de eerste stap. Na een keer te zijn afgewezen zal hij inderdaad tot Lance Corporal worden benoemd.

Op de Orkneys neemt hij als onderdeel van de trainingen met zijn team deel aan diverse cross country wedstrijden. Hij is een goed atleet die iedere keer hoog in de uitslagen eindigt. Hij en zijn team winnen onder andere de Brigade Cross Country Championship. Daarnaast bouwt hij op die manier een hele goede fysieke conditie op.

In april 1944 keert Godfrey voor een paar dagen verlof terug naar zijn familie in Swansea.
De terugkeer naar Kirkwall start op maandagmorgen vroeg wanneer er verzameld wordt op een treinstation in Londen. Dinsdag in de middag komen ze na een lange reis aan in Kirkwall. Onderweg op de veerboot van Scrabster naar Stromness wordt Godfrey flink zeeziek. Zelf merkt hij op dat het maar goed is dat hij niet voor de marine heeft gekozen.

De pittige militaire trainingen, waarbij Godfrey zelfs een paar dagen achter elkaar compleet doorweekt raakt, en de hardloopwedstrijden worden in de weekenden afgewisseld met bezoeken aan dansfeesten in de omgeving. Daar ontmoet Godfrey van tijd tot tijd leuke meisjes en een enkele keer slaat er wel een vonkje over, maar serieus wordt het echter niet.
Godfrey schrijft aan zijn ouders en zussen dat hij eigenlijk verbaasd is dat hij zo vaak wordt aangesproken door meisjes, want hij ziet zichzelf zeker niet als een Don Juan of als de Franse acteur Charles Boyer.
Ook worden er van tijd tot tijd recente speelfilms gedraaid in het kamp, die worden massaal bezocht. Ook een lokaal bioscoopbezoek is mogelijk, wanneer ze geen dienst hebben.

Marie gaat in deze tijd werken voor de Woman’s Royal Navy Service (WRNS) en verhuist naar Mill Hill, een wijk die onderdeel is van Barnet, een voorstad van Londen. Daar staan de barakken waar voor de vrouwen de trainingen plaatsvinden. Na de trainingsperiode in Mill Hill worden de vrouwen gestationeerd op verschillende locaties in het land. Marie zal uiteindelijk komen te werken op marinebasis Devonport in Plymouth.

In juli 1944 start voor Godfrey zijn combat trainingsfase in Blandford, een training die een maand zal duren. Het is een pittige training, zeker waar het conditietrainingen en marslopen betreft. Een mars van 20 mijl is geen uitzondering en de mannen die onderweg uitvallen vanwege blaren moeten op appel verschijnen en krijgen als straf 10 dagen corvee. Godfrey, die het keer op keer wel volhoudt, spreekt in de brief naar zijn ouders en zussen zijn ongenoegen uit over deze onzinnige straf.
Op zaterdag 22 juli vindt er een cross country plaats, een hardloopwedstrijd over 5 mijl met zo’n 100 deelnemers. Het wordt een succes voor Godfrey, die met een lichte kneuzing aan de wedstrijd begint. Maar in de wedstrijd weet hij een aantal prominente lopers te kloppen. Hij wordt zelfs 4e in het totaalklassement en eindigt als 2e van zijn team dat bestaat uit 10 teamgenoten. Een officier raadt Godfrey zelfs aan om door te gaan met hardlopen en professional te worden. In datzelfde weekend gaan er geruchten de ronde dat de groep nu snel naar Frankrijk zal moeten vertrekken om ingezet te worden aan het front.
Op 6 augustus schrijft Godfrey zijn brief vanuit Crewe, vanuit een trein. Alles wijst er op dat de overtocht naar Normandië aanstaande is.

De volgende brief van Godfrey is gedateerd 11 augustus, Hij is dan aangekomen in Normandië. Voor het vertrek zijn in Engeland Britse Ponden gewisseld tegen Franse Francs. Aangekomen in Frankrijk vertrekken ze nog niet direct naar het front, maar blijven ze gestationeerd in hun kamp. Godfrey is tevreden dat er genoeg voorraad sigaretten en chocolade is meegekomen naar Frankrijk. Maar het is voor hem en zijn makkers een tegenvaller dat er in Frankrijk geen fatsoenlijk bier te krijgen is, maar alleen sterke cider. Daarnaast zijn de sanitaire voorzieningen in Frankrijk echt smerig en valt het wassen van de kleding met alleen koud water niet mee. De Franse meisjes daarentegen dragen volgens Godfrey leuke jurken, maar kunnen qua schoonheid toch echt niet tippen aan de Engelse meisjes. Wel wordt Godfreys kennis van de Franse taal steeds beter. In deze weken komen steeds vaker Franse kinderen uit de omgeving naar de legerkampen om sigaretten te vragen voor hun vaders. Maar vaak roken de kinderen de van de Britten gekregen sigaretten gewoon zelf op.

Vanaf 11 augustus is Godfreys groep op route naar het front en passeren daar tientallen Franse dorpjes. Ze worden daarbij flink toegejuicht door de Franse bevolking onder wie veel evacuées. Kinderen rennen tussen de voertuigen door en vragen de Britten om sigaretten en snoep, de manschappen krijgen bloemen toegeworpen en krijgen, jawel, cider aangeboden.
In de groep sluit Godfrey vriendschap met een collega die eigenlijk student is aan Oxford University en studeert voor leraar.

Op 24 augustus meldt Godfrey aan zijn ouders dat hij nu dient bij S Company, onderdeel van de King’s Shropshire Light Infantry, 4th Bn. Ze bevrijden deze dagen Franse dorpjes en steden van de Duitse bezetters en blijven toegejuicht worden door de plaatselijke bevolking. Godfrey geniet van die momenten, hij heeft het naar zijn zin in het regiment. Het weer is slecht deze dagen, maar het eten in de veldkeuken is goed en wat is er aangenamer dan zijn eerste warme bad in 3 weken tijd. Ook hebben hij en zijn makkers hun door en door vuile gevechtskleren eindelijk kunnen wisselen voor gloednieuwe kleding. Godfrey ontmoet een heel mooi Frans meisje en is flink onder de indruk van haar, maar er is geen tijd om te blijven. De strijd gaat door! Zij wil dat hij met haar blijft schrijven, Godfrey belooft het haar. Een ander meisje, dat perfect Engels spreekt, vertelt hem hoe zwaar de Fransen het de afgelopen 4 oorlogsjaren hebben gehad. Het is een eye-opener voor Godfrey die hier ook zelf ziet hoe de door de Fransen opgepakte moffenmeiden worden kaalgeknipt en kaalgeschoren.

Daarnaast ziet Godfrey in dit stadium verschillende dorpen waar ze aankomen dat de terugtrekkende Duitsers daar alles hebben geplunderd uit de winkels en woonhuizen.
Godfrey wordt in deze fase vele malen geconfronteerd met de wreedheden van de oorlog. Duitsers die op zoek waren naar een Franse verzetsstrijder, de man niet konden vinden en toen zijn vrouw wilden oppakken. De vrouw kon vluchten, maar haar 3 jonge kinderen niet. Als represaille werden de 3 kinderen door de Duitsers tegen de muur gezet en ter plaatse geëxecuteerd. Het oudste kind zou over een paar dagen 7 jaar geworden zijn.
Het zijn gebeurtenissen als deze waarover Godfrey schrijft: “Incidents like this makes one understand what we are fighting for.” (“Incidenten als deze maken iedereen duidelijk waar wij voor vechten”).

Maar er is gelukkig ook tijd voor ontspanning. Godfrey en de mannen gaan naar een dansfestijn, maar moeten daar concluderen dat de Franse meisjes niet kunnen dansen. Tenminste, niet naar Britse maatstaven.

De strijd gaat door en met succes. In Frankrijk bevrijden ze onder andere de steden Vernon, Beauvais en Amiens. In de buurt van Lille steken ze de Belgische grens over. Op naar Antwerpen! Die strategisch belangrijke stad en haven bevrijden ze na een aantal korte gevechten op 4 september. Ook in België ontmoeten de bevrijders hetzelfde enthousiasme als in Frankrijk. De bevolking verwelkomt hen uitbundig na 4 jaren van onderdrukking en terreur. Godfrey ontmoet de plaatselijke bevolking, maakt er vrienden en iedereen is enorm aardig voor hem. Hij wordt regelmatig mee uit gevraagd door plaatselijke meisjes en krijgt onder andere whisky met brandy te drinken waarbij de vloer al snel hevig begint te draaien.
De postzendingen van het front naar huis en vice versa lopen niet altijd goed, Godfrey maakt zich zorgen of de brieven die hij schrijft wel allemaal aankomen. Sowieso geldt qua postzendingen de Britse censuur. De autoriteiten lezen alle brieven en die daarbij direct alle gevoelige informatie over frontposities, plaatsaanduidingen enzovoort met dikke zwarte inktvlekken onleesbaar maken. In de brieven schrijven dat je ‘ergens in België’ bent is toegestaan, maar iedere verdere specificatie waar of sinds wanneer wordt direct uit veiligheidsoverwegingen gecensureerd. Van zijn ouders ontvangt Godfrey van tijd tot tijd ook plaatselijke kranten, zodat hij toch op de hoogte kan blijven wat er in Wales gebeurt.

Na Antwerpen gaat de tocht verder. Mechelen en Leuven worden bevrijd en rond de 20e september steken ze in de buurt van Valkenswaard de Nederlandse grens over. Godfrey vindt Nederland een fascinerend en pittoresk land. Het altijd vlakke land met al zijn grote windmolens. Ook is hij onder de indruk van sommige Nederlandse huizen die hij niet vindt misstaan in Engeland. Hij geniet van de uitbundige Nederlandse bevolking die hen verwelkomt en overal in de plaatsen die zijn bevrijd wappert de Nederlandse vlag. Waarbij het Godfrey opvalt dat de vrouwen feestelijke decoraties in hun haren dragen en de mannen decoraties in hun knoopsgaten. De Britten krijgen overal bloemen aangeboden, maar ook appels, peren, tomaten en perziken. Op 22 september stuurt Godfrey met zijn brief aan zijn ouders en zussen nog 10 Belgische Francs en 2 Franse Francs mee, met het verzoek die voor hem te bewaren als herinnering.

In de vooravond van maandag 25 september arriveert ook Godfrey met zijn regiment van 4KSLI via Gemert en Elsendorp in Sint Anthonis. Gedurende de dag is Sint Anthonis vanuit Deurne en Oploo al volgelopen met Britse militairen en voertuigen. Tegelijkertijd is het een zwarte dag, want een paar uur eerder zijn in het dorp Lieutenant Colonel Orr, Lieutenant Colonel Silvertop en Lance Corporal Lock om het leven gekomen door schoten uit passerende Duitse half-tracks op de vlucht.

De volgende dag, dinsdag 26 september, blijft het rustig in Sint Anthonis. De Britse troepen worden veelal ingekwartierd bij de plaatselijke bevolking, terwijl een hoofdkwartier zo’n 3 kilometer ten noorden van Sint Anthonis wordt gevestigd en waar officierstenten worden geplaatst. De Britten stellen hun troepen opnieuw op en voeren deze dag kleinere acties uit richting Boxmeer en Sambeek. Ook trekt het 3e bataljon van het Monmouthshire-regiment vanuit Sint Anthonis naar Westerbeek. De weken daarna zullen zij zich in dat gebied en dat van Oploo ophouden. Afgezien van deze kleinere acties zijn de Britten voornamelijk in afwachting van de komst van de Amerikanen, de 7th Armored Division, ook wel de Lucky 7th genaamd. De Amerikanen hebben van opperbevelhebber Montgomery de taak gekregen om het Duitse bruggenhoofd Venlo op te rollen zodat die flank vrij is en de geallieerden daarna vanuit regio Nijmegen Duitsland kunnen binnentrekken. De aanval op Overloon zal daarbij de eerste fase zijn. De Amerikanen zijn in snel tempo onderweg vanuit Metz, uit Frankrijk.

Op woensdag 27 september ondernemen Britse Challenger- en Cromwelltanks van de 15/19th Hussars een verkenningstocht richting het kleine dorp Stevensbeek, 4 kilometer ten zuiden van Sint Anthonis, richting Overloon. Maar zij komen niet ver. Bij de beek tussen Sint Anthonis en Stevensbeek worden zij verrast door hevig afweervuur van de Duitse Sturmgeschutz en Panthertanks die zich ten zuiden van het dorp aan de Mullemsedijk in de bosrand hebben verscholen en zodoende ver over de vlakte kunnen kijken. De commandant kapitein Ronald Ellis sneuvelt in zijn tank door een ingeslagen mortiergranaat, door de commotie belandt een tweede tank in een sloot. Onder vuur en onder bescherming van een opgeworpen rookgordijn proberen de Britten de tank te bergen, maar dat duurt langer dan gepland en kost de hele verdere dag.
C Squadron van Lieutenant Blackett trekt op om de oostkant te beschermen, maar de tank van Blackett krijgt een voltreffer en brandt uit. Hij en zijn crew overleven, maar raken ernstig gewond. Een andere Challengertank wordt ook uitgeschakeld door een voltreffer, maar niemand raakt gewond. Wanneer een Challengertank van de 15/19th Hussars uiteindelijk een Panthertank weet uit te schakelen is dat niet de ommekeer in de strijd, want de Britten besluiten zich terug te trekken naar Sint Anthonis.

Godfrey neemt met zijn regiment niet deel aan de gevechtshandelingen in Stevensbeek, maar is nog steeds in Sint Anthonis. Hij staat met zijn carrier geparkeerd bij een huis aan de straat Noordkant, aan de rand van het dorp. Plotseling een enorme knal! Uit het niets slaat een Duitse granaat in het huis! Godfrey is op slag dood. Hij is de enige die op die plek sneuvelt, er vallen geen andere doden of gewonden. Het is ook de enige granaat die deze dag terecht komt in het dorp. Deze granaat is bijna zeker afkomstig uit de Duitse stellingen in de bossen tussen Stevensbeek en Overloon en is afgevuurd naar aanleiding van de Britse aanval op Stevensbeek deze ochtend.
Het is een pijnlijke constatering, maar Godfrey is letterlijk op het verkeerde moment op de verkeerde plaats en is het slachtoffer van de toevalsfactor.
Het lichaam van Godfrey wordt daarna overgebracht naar de andere kant van het dorp, naar de boomgaard van de familie Van Sambeek aan de Molenstraat waar hij tijdelijk wordt begraven.

De dood van Godfrey is tragisch nieuws voor de familie in Swansea. Vader Leonard staat zoals gewoonlijk te wachten op de postbode, op weer een nieuwe brief van zijn zoon van het front. Wanneer Leonard ziet dat de postbode naar hem toe komt met een brief vraagt hij aan de postbode: “Is that a letter from my boy?” (“Is dat een brief van mijn jongen?”). Het is echter het telegram waarin staat vermeld dat zijn zoon Godfrey is gesneuveld.

Op 27 mei 1947 worden Godfreys stoffelijke resten overgebracht van Sint Anthonis naar de Commonwealth War Graves Commission begraafplaats in Overloon. Zijn graf wordt daarna geadopteerd door de zusters van het Mariaklooster in Overloon. Ook adopteren zij het graf naast dat van Godfrey van de op 20-jarige leeftijd in Overloon gesneuvelde soldaat Morris Finegold van het Royal Warwickshire Regiment, 2nd Bn. De zusters bezoeken de graven met de schoolkinderen, zien de graven na en eren de 2 mannen tijdens speciale gelegenheden en herdenkingen. Wanneer Godfreys zus Barbara en haar echtgenoot Glynn in september 1948 het graf in Overloon bezoeken en de zusters ontmoeten is dat een mooi en warm moment. Ook zal Barbara blijven corresponderen met de Overloonse familie Janssen bij wie zij en Glynn verblijven tijdens hun bezoek aan Overloon.

Godfrey had na de oorlog willen terugkeren naar Swansea, terug naar zijn familie, terug naar huis. Weer het zorgeloze leven oppakken dat hij leidde vóór de oorlog. Zijn droom is ruw ten einde gekomen in een vreemd land ver van huis. Zijn dood is de start van een verdriet dat de hele familie voorgoed heeft geraakt.

Godfrey Evans. De intelligente, sportieve, charmante, welgemanierde en welopgevoede jongen uit Swansea. Voor altijd in de harten van iedereen die hem heeft gekend.

De verdieping

In deze sectie worden diverse feiten en onderdelen van het verhaal verder toegelicht en wanneer nodig in een context geplaatst. Deze toelichtingen staan hieronder in de volgorde zoals deze in bovenstaand verhaal aan bod komen. 

  • De geschiedenis van het dorp Sint Anthonis gaat terug naar 1312. In een testament uit dat jaar wordt het dorp vermeld als Oelbroec. Oele betekent een bosje op een hoge zandgrond en met broeck werd het omliggende drassige laagland bedoeld. Het dorp lag ook op een zandrug die parallel loopt aan de rivier de Maas.
    Oelbroeck maakte deel uit van de vrije Heerlijkheid Boxmeer.
    In 1477 werd de kapel van Oelbroeck verheven tot parochiekerk en gewijd aan de Egyptische heilige Antonius Abt (251 – 356, ook bekend als Antonius van Egypte en vader van het kloosterleven). Vanaf dat moment heette het dorp Sint Anthonius in Oelbroeck. Rond 1590 verdween Oelbroeck volledig uit de naam en werd het dorp officieel Sint Anthonis genoemd. Pas in de 20e eeuw werden de laatste gebieden laagland en heidegronden ontgonnen.

  • Vóór de oorlog werkte Godfrey voor het bedrijf Tinplate Conference, een producent van blikplaten. Tot 1890 was Wales wereldwijd hoofdproducent van blikplaten. Blik was het plastic van die tijd, het werd overal voor gebruikt, in grote mate voor de consumentenmarkt. In 1891 stonden er 221 blikplaatfabrieken in het hele Verenigd Koninkrijk, waarvan maar liefst 205 in het zuiden van Wales. Aan de monopolypositie van Wales kwam radicaal een einde toen in 1891 de Verenigde Staten, een zeer belangrijk afzetgebied voor Wales, importheffingen instelden om zo hun eigen markt te beschermen. Veel blikplaatbedrijven in Wales werden daardoor gedwongen te sluiten. Veel arbeiders trokken daarop naar Amerika omdat daar juist de vraag naar ervaren blikwerkers enorm toenam.

  • Swansea is een kustplaats gelegen in het zuiden van Wales aan de monding van de rivier Tawe. In het Welsh heet Swansea dan ook Abertawe. Swansea is de tweede stad van Wales, na hoofdstad Cardiff. De stad werd gesticht in 1013 door de Deense Vikingleider Sven Gaffelbaard, zoon van koning Harald I. In de periode 1700 – 1890 was de stad en de omliggende gebieden wereldleider op het gebied van de kopersmeltindustrie. Swansea kreeg toen de bijnaam Copperopolis. Na 1890 zakte de industrie in.
    Na de Tweede Wereldoorlog is de stad volledig herbouwd en in de loop der jaren volledig gemoderniseerd. Ook nu in de 21e eeuw lopen er nog steeds investeringsprojecten voor in totaal miljarden Ponden.

  • Anderson shelters waren kleine schuilkelders die particulieren in hun tuin konden plaatsen. Half ingegraven in de bodem en bedekt met een dikke laag aarde boden zij uitstekende bescherming tegen luchtaanvallen en nabij exploderende bommen. De shelter bestond als basis uit 6 gebogen gerimpelde stalen platen op elkaar, afmetingen 1.95 meter x 1.35 meter. De shelter bood plaats aan 2 volwassenen en 2 kinderen. Alle huishoudens die minder dan 250 Pond per jaar verdienden kregen gratis een Anderson shelter aangeboden, mensen met een hoger inkomen betaalden 7 Pond voor een shelterpakket. Later in de oorlog kon iedereen gratis een Anderson shelter krijgen, ongeacht het inkomen.
    In de periode 25 februari 1939 (de eerste plaatsing van een Anderson shelter) en 1 september 1939 (de start van de Tweede Wereldoorlog) werden er al 1.5 miljoen shelters gedistribueerd onder de inwoners van risicogebieden, gebieden waarvan de overheid verwachtte dat de Duitse Luftwaffe deze zou gaan bombarderen. Tijdens de oorlog werden nog eens 2.5 miljoen shelters opgericht.
    De Anderson shelter is ontworpen door ingenieur William Patterson en is vernoemd naar de opdrachtgever, Sir John Anderson, toenmalig minister van Home Security.
    Veel families fleurden hun shelter in de tuin op door er bloemen of groenten op te laten groeien.

  • De Swansea Blitz, ook bekend als de Three Night’s Blitz, begon op 19 februari 1941 om 19.30 uur. Gedurende 3 avonden en nachten bombardeerde de Duitse Luftwaffe de stad. Opgeteld een totaal van 14 uur aan Duitse aanvallen op de stad. Naar schatting werden meer dan 57.000 bommen afgeworpen door de Duitsers.

  • De British Home Guard, waarin Godfrey enige tijd diende en waarin zijn vader als kapitein een leidende functie vervulde, was tussen 1940 en 1944 een verdedigingsorganisatie die viel onder het Britse leger. De leden van de Home Guard waren mannen die niet direct in aanmerking kwamen voor militaire dienst, veelal vanwege hun leeftijd. Vandaar ook de bijnaam van de Home Guard: Dad’s Army. Toen de Britse troepen in 1940 geëvacueerd moesten worden uit Duinkerke met achterlating van hun zware wapens en daarna een Duitse inval van het Verenigd Koninkrijk steeds dichterbij kwam, richtten burgers overal in het land burgerwachten op. De regering wilde controle houden en richtte daarop de Home Guard op, een para-militaire organisatie. Terwijl de regering inschatte 15.000 mannen te kunnen verwelkomen voor de Home Guard, meldden zich maar liefst 1.500.000 mannen aan. De Home Guard bewaakte niet alleen de kustgebieden, maar ook vliegvelden en fabrieken en leverde daarmee een belangrijke bijdrage aan de extra defensie van het land.
  • De 1st bn. South Wales Borderers werd opgericht in 1689, toen heette het Sir Edward Dering’s Regiment of Foot en kende daarna diverse andere namen. In 1873 kreeg het regiment zijn hoofdkwartier in Brecon (Wales) en werden vanaf toen veel mannen gerekruteerd uit de Welshe graafschappen Brecknockshire en Monmouthshire en het Engelse aan Wales grenzende graafschap Herefordshire.
    In 1881 vonden binnen de Britse krijgsmacht de Childer Reforms plaats en kreeg het regiment zijn nieuwe naam, de South Wales Borderers, onderverdeeld in diverse bataljons.
  • De Childer Reforms in 1881 waren ingrijpende hervormingen in de Britse infanterie. Deze hervormingen vonden plaats onder leiding van Hugh Childers, toenmalig Staatssecretaris van Oorlog. Het was een voortzetting van de eerdere Cardwell Reforms in de periode 1868 – 1874 door zijn voorganger Edward Cardwell. Cardwell startte met een serie hervormingen van het totale Britse leger, mede als gevolg van de Pruisische superieure overwinning op Frankrijk in 1870 die de Britten noodzaakten tot dringende militaire moderniseringen en organisatorische aanpassingen.

  • Invershin, waar een van Godfreys trainingskampen was gelegen, is een klein dorp in de County of Sutherland, Schotland. Het ligt midden in de ruwe Highlands aan de rivier Kyle of Sutherland. Hemelsbreed ligt Invershin 50 kilometer ten noordwesten van Inverness.
  • Een groot deel van zijn training volgde Evans in Kirkwall, op de Orkney eilanden. Deze eilanden, ook wel kortweg Orkney of The Orkneys genaamd, bestaan uit ongeveer 200 eilanden die liggen op 16 kilometer ten noorden van Schotland. Van alle eilanden zijn er maar ongeveer 20 bewoond.
    De bestuurlijke hoofdplaats is Kirkwall, gelegen op Mainland, het grootste eiland van de eilandengroep. Mainland is slechts met 1 veerboot/ferry te bereiken. Vertrek vanuit Scrabster in het uiterste noorden van Schotland en aankomst na 2.5 uur varen in de haven van Stromness, hemelsbreed zo’n 20 kilometer van Kirkwall.
    Deze veerboot is ook de veerboot die Godfrey nam op zijn terugreis naar Kirkwall na zijn verlof in april 1944.
  • Godfrey volgde ook een deel van zijn training op de basis in Blandford. Officieel heet het dorp Blandford Forum en ligt in het graafschap Dorset aan de zuidkust van Engeland aan de rivier Stour.
  • Zo’n 3 kilometer ten noordoosten van Blandford Forum op de heuvels ligt nog steeds Blanford Camp, een militaire basis. Het is de basis van de Royal Corps of Signals, de communicatievleugel van het Britse leger. Ook bevindt zich op deze basis de Defence College of Communications and Information Systems (DCCIS) en het Royal Signals Museum. De geschiedenis van de basis gaat terug tot begin 18e eeuw. In 1920 werd de basis gesloten en werd het landbouwgebied. Maar in 1939 met de dreiging van een nieuwe wereldoorlog werd de basis heropend als Battle Training Camp voor eenheden die een maand lang een zeer intensieve training volgden voordat ze naar het front werden gestuurd. Toen de invasie in Europa onderweg was werd het kamp tot 8 mei 1945 (Victory in Europe Day, de totale Duitse capitulatie, einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa) tijdelijk veranderd in een hospitaalsite voor de Amerikaanse troepen.

  • Godfrey was zelf nog het meeste verbaasd dat hij vaak werd aangesproken door leuke meisjes. Zoals hij zelf al schreef zag hij zichzelf zeker niet als een Don Juan of Charles Boyer.
    – Don Juan is algemeen een naam voor een charmeur of vrouwenverleider. Of de legendarische Don Juan ooit echt heeft bestaan is onbekend, maar zeker is dat zijn naam voor het eerst opdook rond 1620 in het boek El Burlador de Sevilla (De bedrieger van Sevilla) van auteur Tirso de Molina (pseudoniem van Gabriel Téllez, Spaans toneelschrijver en dichter, 1579 – 1648).
    – Charles Boyer was een Franse acteur (1899 – 1978). Zijn internationale doorbraak volgde in de jaren 30 toen hij de overstap maakte naar Hollywoodfilms en vooral met de film The garden of Allah (1936). Hij speelde in Hollywood samen met grote namen zoals Jean Harlow, Bette Davis, Marlene Dietrich, Ingrid Bergman en Greta Garbo. Boyer had het imago van de typische Franse minnaar.
  • Godfrey noemde in zijn brieven diverse speelfilms die als ontspanning voor de manschappen werden gedraaid in de trainingskampen of die hij zag in lokale bioscopen. Van sommige films was hij onder de indruk, zoals de Amerikaanse oorlogspionagefilm They came to blow up America (1943), gebaseerd op de in werkelijkheid gefaalde Duitse Operation Pastorius (1942) waarbij de Nazi’s plannen hadden om de USA van binnenuit te saboteren en hard te treffen in haar economie.
    Ook noemt Godfrey de Britse propagandafilm There are millions like us (1943), een film in documentairestijl over een vliegtuigenfabriek in oorlogstijd. Om de scènes te verbinden wordt er een love story als verhaallijn ingebracht.
    Hij noemde ook de Amerikaanse western The woman of the town (1943), de Amerikaanse oorlogsfilm Stand by for action (1942, Britse titel: Cargo of innocents) en The Phantom lady (1944). De Amerikaanse oorlogsfilm The fighting Sullivans (1944), over 5 Iers-Amerikaanse broers die samen vechten tijdens de Slag om Guadacanal (deel van de Britse Salomonseilanden in de Pacific), vond hij daarentegen wel goed gemaakt, maar heeft een triest einde en daar hield Godfrey niet van.

  • De Woman’s Royal Navy Service, afgekort WRNS en in de volksmond The WRENS genoemd, was de vrouwentak van de Britse Royal Navy. Opgericht in 1917 tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de WRNS opgeheven in 1919. In 1939, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, werd de WRNS opnieuw opgericht en in 1944 had de Service 75.000 vrouwen actief in dienst. Functies die de WRNS-vrouwen vervulden waren divers: van radiotelegrafist en radarplotters tot aan elektricien, vliegtuigmechanicus en wapenanalyticus. 102 Servicevrouwen verloren het leven tijdens hun actieve dienst in de Tweede Wereldoorlog en 22 raakten gewond.
    In 1993 werd de WRNS geïntegreerd in de Royal Navy.
  • Mill Hill, waar de trainingsbarakken van de WRNS stonden, viel als onderdeel van Barnet onder het graafschap Middlesex. Tot 1965, toen het werd opgenomen in Groot-London. Inglis Barracks in Mill Hill East was tussen 1905 en 1966 de thuisbasis van het Middlesex Regiment.

  • De rang van Lance Corporal bevindt zich tussen de rang van Corporal (korporaal) en Private (soldaat). In lijn is het de laagste onderofficiersrang in het Britse leger en dus de eerste trede in de promotieklassen.

  • De King’s Shropshire Light Infantry (afgekort KSLI) werd gevormd in 1881 als gevolg van de Childers Reforms (zie uitleg hierboven bij 1st bn. South Wales Borderers). De geschiedenis van de King’s Shropshire Light Infantry gaat echter terug naar 1755 toen de eerste voorganger werd opgericht.
    De King’s Shropshire Light Infantry diende onder andere in de Second Boer War (1899 – 1902) en de Eerste en Tweede Wereldoorlog. In 1948 werden alle 8 bataljons van de King’s Shropshire Light Infantry teruggebracht tot 1 bataljon en werd het onderdeel van The Light Infantry Brigade die in 1968 opging in The Light Infantry.

  • Godfrey benoemde in een van zijn brieven de gebeurtenis waarbij de jonge kinderen van een Franse verzetsstrijder ter plekke werden geëxecuteerd als vergelding. Het is een van vele terreurdaden door de Duitse bezetter in Frankrijk. De meest beruchte zijn de massamoorden in de dorpen Tulle (departement Corrèze) en Oradour-sur-Glane (departement Haute Vienne) op respectievelijk 9 en 10 juni 1944. De bloedbaden van Tulle (99 doden en 149 afgevoerd naar concentratiekamp Dachau, 101 kwamen niet meer terug) en Oradour-sur-Glane (642 doden) waren wraakacties van de Duitse Wehrmacht en SS-troepen naar aanleiding van acties door het Franse verzet.

  • De bevrijding van Antwerpen en de haven was van groot belang voor de geallieerden. Het betekende dat de aanvoer van materieel naar het front en bevoorradingen nu ook via die haven zou kunnen plaatsvinden en niet meer alleen via de lange weg over land vanuit Normandië. Mede dankzij de hulp van het verzet viel de Antwerpse haven bijna onbeschadigd in de Britse handen. Helaas konden de geallieerden nog langere tijd geen gebruik maken van deze nieuwe aanvoerroute aangezien de Duitsers nog steeds de beide oevers van de Scheldemonding controleerden en alle scheepvaart over de Schelde verhinderden. Na een hevige strijd gevolgd door een ontmijningsoperatie van de Schelde kon het eerste geallieerde schip dan eindelijk eind november 1944 de Antwerpse haven binnenvaren.

  • Het dorp Stevensbeek ontstond in 1910 toen een groep investeerders ongeveer 450 hectare heidegrond kochten van de toenmalige gemeente Sambeek. De Heidemij begon daarna met de ontginning van de heidegronden en ook kwam in 1912 een gloednieuwe modelboerderij gereed. De groep investeerders, het consortium NV Lactaria, verkocht de boerderij in 1913 aan baron Hans Willem de Blocq van Scheltinga. De baron breidde het Lactaria-terrein uit met nog eens 290 hectare, beplantte het met dennenbossen en bouwde 6 huizen voor boswachters en jachtopzieners.
    Ook was hij een fanatiek jager en dus vonden in deze jaren veel jachtpartijen op het landgoed plaats, met als uitvalsbasis villa Boschlust. Bekend is dat 2 jagers op 4 en 5 oktober 1928 het enorme aantal van 680 dieren schoten.
    Toen hij in 1934 stierf verkocht de familie het landgoed. De koper was weer de gemeente Sambeek die er een dorp wilde stichten. Een kloosterorde en diverse boeren werden de eerste inwoners van dit dorp dat de naam Stevenbeek kreeg, vernoemd naar de burgemeester van Sambeek, P. Stevens (de laatste burgemeester van de gemeente Sambeek in de periode 1915 – 1942. In 1942 werd de gemeente Sambeek opgeheven en ging deze voor een deel op in de gemeente Boxmeer en een deel in de gemeente Vierlingsbeek).

  • Godfrey was, net als alle Britse troepen in Sint Anthonis, in afwachting van de komst van de Amerikanen, de 7th Armoured Division. Deze divisie was door opperbevelhebber Montgomery opgedragen om het Duitse bruggenhoofd Venlo op te rollen. Deze 7th Armoured Division had als bijnaam de Lucky 7th en vormde een vrije zwevende eenheid die werd ingezet waar het te pas kwam. Omdat de divisie overal onverwacht opdook, kreeg zij van de Duitsers de bijnaam Die Gespenst-Division. Bevelhebber van de Lucky 7th was generaal Lindsay Sylvester.
    Montgomery koos voor de Amerikanen omdat de divisie was ingedeeld in een aantal combat commands, die ieder bestonden uit een tankbataljon en een infanteriebataljon. Daardoor was de samenwerking tussen deze bataljons een stuk soepeler dan bij de Britten.
    Daarnaast wilde Montgomery de Britten even rust gunnen in voorbereiding op de volgende fase en dacht hij met de capaciteit van de Lucky 7th deze klus makkelijk voor elkaar te kunnen krijgen.

  • Bij de Britse tankaanval richting Stevensbeek op 27 september 1944 hadden de paters in hun klooster in Stevensbeek die ochtend al vroeg hun mis gelezen. De paters waren eerder door de Britten geïnformeerd over de aankomende aanval en dan moesten de paters op tijd in hun schuilkelder in het klooster zijn. Bij de aanval trof een Britse granaat de slaapzaal van de school bij het klooster. Ook kostte het 75 gebroken ramen. De paters belden daarop met hun telefoon in het klooster naar de Britten in Sint Anthonis, hun telefoonverbinding met Sint Anthonis werkte nog perfect, om de Britten te melden dat zij hoger moesten gaan mikken. Want de paters constateerden ook dat de Britse granaten vooral insloegen op de akkers en niet in het bos waar de Duitse stellingen waren.
  • Na de oorlog werd de Cromwelltank MK IV van Lieutenant Blackett toegevoegd aan de collectie van Oorlogsmuseum Overloon.

  • Evans sneuvelde bij een huis aan de toenmalige Noordkant in Sint Anthonis. Anno nu is die locatie het einde van de Peter Zuidstraat, net voor het begin van de Noordkant. Na de oorlog heeft het eerste deel van de toenmalige Noordkant, startende vanaf het dorpsplein de Brink, de naam gekregen van verzetsleider Peter Zuid. Peter Zuid was de verzetsnaam van Jan Borghouts (1910 – 1966) die tijdens de Tweede Wereldoorlog de gewestelijke sabotagecommandant was van de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij leidde het verzet in het zuiden van Nederland en was vanaf december 1944 stafmedewerker van prins Bernhard. Hij leidde de zoektochten naar geschikte onderduikadressen en vluchtroutes, plande sabotageacties en organiseerde de knokploegen. Vanaf maart 1945 verplaatste hij zijn activiteiten naar de provincie Zuid-Holland en werd in zijn functie als stafmedewerker van prins Bernhard betrokken bij de capitulatiebesprekingen met de Duitse bezetter.
  • De Carrier waarin Evans reed was een Universal Carrier, ook wel Bren Gun Carrier genaamd. Dit was een lichtbewapend voertuig voorzien van tracks dat op iedere ondergrond uit de voeten kon. De Carriers werden veelal ingezet voor troepentransport of materiaaltransport. Ook konden extra wapens op de Carriers worden gemonteerd. Tot 1960 zijn er zo’n 113.000 Carriers geproduceerd, eerst alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar later ook in diverse andere landen.

De foto’s

De foto’s van Godfrey Evans bereikten ons via Julie Smith, de dochter van Godfreys zus Marie, en Anna Sandbach, dochter van zus Barbara. Naast de foto’s ontving de stichting via Julie en Anna meer dan 50 brieven die Godfrey schreef aan zijn ouders en zussen vanaf begin 1944 (de startfase van zijn training) tot 22 september 1944, 5 dagen voor zijn dood op 27 september 1944. De inhoud van zijn brieven heeft als basis gediend voor dit dossier.
De stichting dankt ook Bob Rabone die op verzoek van de familie alle brieven en foto’s heeft gedigitaliseerd.

Godfrey Evans in uniform tijdens een verlof, 1944. 
Godfrey Evans in uniform tijdens een verlof, 1944. 

 Foto: Collectie Anna Sandbach

Godfrey Evans met zijn zussen Barbara en Marie. 
Godfrey Evans met zijn zussen Barbara en Marie. 

Foto: Collectie Julie Smith

Henry Godfrey Evans 
Henry Godfrey Evans 

Foto: Collectie Julie Smith

Henry Godfrey Evans 
Henry Godfrey Evans 

Foto: Collectie Anna Sandbach

Henry Godfrey Evans 
Henry Godfrey Evans 

Foto: Collectie Anna Sandbach

Godfrey in zijn kinderjaren, begin jaren 30. 
Godfrey in zijn kinderjaren, begin jaren 30. 

Foto: Collectie Anna Sandbach

Marie, Barbara en Godfrey tijdens een bezoek aan zee
Marie, Barbara en Godfrey tijdens een bezoek aan zee, begin jaren 30. 

Collectie: Anna Sandbach

Leonard, Godfrey, Marie, Gladys, Barbara, Glynn en gasten
Leonard, Godfrey, Marie, Gladys, Barbara, Glynn en gasten, jaren 30. 

Foto: Collectie Anna Sandbach

Leonard Evans in kapiteins-uniform
Leonard Evans in kapiteins-uniform. 

Foto: Collectie Anna Sandbach

De Britten van 4KSLI
De Britten van 4KSLI (King’s Shropshire Light Infantry, 4th Bn,, het bataljon van Godfrey) komen aan in Sint Anthonis, 25 september 1944. 

Foto: still uit film Charles Manders, Sint Anthonis 1944. Collectie Piet Peters, Overloon

Britse troepen van 4KSLI
Britse troepen van 4KSLI en hun Carrier bij hun aankomst in de Molenstraat in Sint Anthonis, 25 september 1944, twee dagen voordat Godfrey om het leven kwam. Locatie op deze foto is slechts 50 meter verwijderd van de boomgaard van Van Sambeek waar Godfrey na zijn dood op de 27e tijdelijk zou worden begraven. 

Foto: still uit film Charles Manders, Sint Anthonis 1944. Collectie Piet Peters, Overloon 

kaart St Anthonis

Bron kaart: Collectie Piet Peters, Overloon

De boomgaard van Frans van Sambeek,
De boomgaard van Frans van Sambeek, toenmalig adres Molenstraat A154 in Sint Anthonis, gelegen aan de overkant van het woonhuis van Van Sambeek.  Op de foto van links naar rechts: Bep van Kilsdonk – Klaassen, Wim van Kilsdonk en Rieki van Sambeek (dochter van Frans van Sambeek en zus van Wim van Sambeek).  Deze foto was al voorzien van een pijl en een kruis. De pijl is de exacte locatie waar Godfrey Evans tijdelijk was begraven, de dame waarbij het kruis staat is Rieki van Sambeek die na de oorlog gecorrespondeerd heeft met Godfrey’s zus Barbara en naar nu blijkt daarbij deze foto heeft meegestuurd (1947). 

Foto: Collectie Anna Sandbach

Sint Anthonis during war
Sint Anthonis, panorama eerste deel Molenstraat, ingang van het dorp vanaf de Peelkant (circa 1930). Uiterst rechts op de foto het woonhuis van de familie Van Sambeek. Aan de overkant van de straat (midden op de foto, in de bocht van de Molenstraat en huidige Henri Dunantstraat) het kippenhok en de boomgaard waar Godfrey tijdelijk werd begraven (27 september 1944 – 27 mei 1947). Foto is genomen vanaf de toenmalige molen aan de Molenstraat.

Foto: Collectie Frans van Sambeek.

Gerarda Janssen van de Voort
Gerarda Janssen – Van de Voort, met van links naar rechts zonen Gerrit, Ben en Jan. Barbara en Glynn verbleven bij deze familie tijdens hun bezoek aan Overloon in september 1948.

Foto: Collectie Anna Sandbach

Het graf van Godfrey Evans op de CWGC-begraafplaats in Overloon
Het graf van Godfrey Evans op de CWGC-begraafplaats in Overloon, 1947.

Foto: Collectie Leo Janssen, Overloon

Barbara en Glynn bij het graf van Godfrey Evans
Barbara en Glynn bij het graf van Godfrey Evans tijdens hun bezoek aan Overloon in september 1948.

Foto: Collectie Anna Sandbach

Barbara legt bloemen bij het graf van haar broer
Barbara legt bloemen bij het graf van haar broer, september 1948. 

Foto: Collectie Anna Sandbach

Bronnen en credits

Brieven van Godfrey Evans aan zijn ouders en zussen Barbara en Marie (1944)
Brieven van zuster Marie Felicia van Mariaklooster Overloon aan de familie Evans (1948 – 1950)
Brieven van commanding officer Lieutenant H.F. Henry aan de familie Evans (27 september en 14 oktober 1944)
Brief Rieki van Sambeek aan Barbara Bowen (24 mei 1947)
Brief Gerarda Janssen – Van de Voort aan Barbara Bowen (21 januari 1949)
Interview Leo Janssen met Wim van de Mortel (mei 2021)
Wandeling Hoogveld – MFA Oelbroeck (auteur Martien Mahler, 2020)
Getuigenis pater Van den Tillaart aan M. Goossens en J. van Goch (1969)
Oorlog en bevrijding in Oploo c.a. (auteurs M. Goossens en J. van Goch, 1969)
Verslag gebeurtenissen m.b.t. 27 september 1944, de dood van Captain Ellis (auteur Piet Peters, 2021)
Glanddwyrydnl.weekly.com
Museum.Wales
Nationaltrust.org.uk
Andersonsheltes.org.uk
Heemkunde-stevensbeek.nl
De auteur dankt speciaal: Julie Smith, Anna Sandbach, Bob Rabone, Jane Hope, Frans van Sambeek, Ben Janssen, Wim van de Mortel

© 2021 Arno van Dijk namens Stichting Overloon War Chronicles.

De Stichting Overloon War Chronicles stelt zich o.a. ten doel om bij zoveel mogelijk graven op de CWGC-begraafplaats de foto’s en verhalen te achterhalen, eer te brengen aan de aldaar begraven gevallenen en zo deze geschiedenis levend te houden.
Meer info over het project en de Stichting Overloon War Chronicles op:
Facebook: https://www.facebook.com/OverloonWarChronicles

Email: overloonwarchronicles@gmail.com

Disclaimer

Alle zowel individuele persoonsfoto’s als familiefoto’s zijn in dit artikel/dossier gepubliceerd met formele toestemming van de rechthebbenden zoals deze met naam staan vermeld in de bronvermelding onder de betreffende foto.

Hoewel de auteur en de Stichting Overloon War Chronicles de grootst mogelijke zorgvuldigheid betrachten in de research, brononderzoek en uiteindelijke samenstelling van dit artikel inclusief het in dit artikel opgenomen fotomateriaal en bijlagen kunnen zij niet garanderen dat de verstrekte informatie op ieder mogelijk moment compleet is. Auteur en Stichting Overloon War Chronicles aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele incorrecte of ontbrekende informatie in dit artikel dan wel een incorrecte bronvermelding in dit artikel zowel met betrekking tot de tekstuele inhoud alsook met betrekking tot het in dit artikel opgenomen fotomateriaal en bijlagen.

Daarnaast zijn de auteur en Stichting Overloon War Chronicles niet verantwoordelijk voor de inhoud of beschikbaarheid van de m.b.t. de samenstelling van dit artikel gehanteerde websites of andere bronnen.

Mocht een derdenpartij (zowel individu als organisatie) menen ten onrechte niet of niet correct genoemd te zijn in de credits van de tekst, fotomaterialen en bijlagen, dan gelieve contact op te nemen met de Stichting Overloon War Chronicles.

Dit artikel, zowel de tekstuele inhoud als het fotomateriaal en bijlagen, valt onder het wettelijke auteursrecht. Van dit artikel mag de inhoudelijke informatie (zowel tekst, als fotomateriaal als bijlagen) worden gebruikt door derden, echter strikt alleen met een duidelijke bronvermelding naar dit artikel, auteur en Stichting Overloon War Chronicles. Bij gebruik van fotomateriaal en bijlagen uit dit artikel moet ook de oorspronkelijke bron van het betreffende fotomateriaal en bijlagen worden vermeld.

Zonder bronvermelding mag niets uit dit artikel worden gereproduceerd in welke vorm dan ook of op welke manier dan ook zonder voorafgaande toestemming van de auteur en Stichting Overloon War Chronicles.

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles

©2021 Overloon War Chronicles