Swinley | Andrew

  • Voornamen

    Andrew

  • Leeftijd

    24

  • Geboortedatum

    31-01-1920

  • Datum overlijden

    22-11-1944

  • Servicenummer

    900601

  • Rang

    Gunner

  • Regiment

    Royal Artillery, 76 Field Regt.

  • Grafnummer

    IV. E. 11.

Andrew Swinley
Andrew Swinley

Foto: Collectie Andrew Swinley

graf Andrew Swinley in Overloon
Graf van Andrew Swinley op de Overloon War Cemetery

Foto: Collectie Andrew Swinley

Auteur: Arno van Dijk

Biografie

Andrew Swinley: Jonge vader aan het front

“Hij was altijd het verste vooruit, waar het gevaar het grootste was.”
(Bron: brief van kapitein John A. Ford aan weduwe Mary Swinley)

Overal gespannen gezichten, concentratie. Andrew kijkt om zich heen in het landingsvaartuig. Maandenlang hebben ze in Schotland geoefend op deze landing, maar nu komt het er op aan. Want dit is geen training meer, dit is echt! Hij ziet de Franse kust steeds dichterbij komen. Hoe fel zal de tegenstand worden van die Jerries? De adrenaline stijgt.

Andrew Swinley wordt geboren op zaterdag 31 januari 1920 in Buckhaven, een klein dorpje in het graafschap Fifeshire in Schotland. Hij is de zoon van Andrew en Jean Swinley. Andrew is in lijn het derde kind dat geboren wordt in dit gezin. Het eerste, een meisje, overlijdt al snel na haar geboorte in 1917. In 1918 wordt zus Mary geboren. Na Andrew (1920) volgen nog Elizabeth (1922), Flora (1933), Thomas (1934) en Jean (1936).

Andrew groeit op in dit Schotse dorp en ontmoet daar ook dorpsgenote Mary Jane Hunter. Ze worden verliefd en trouwen op 29 november 1941. Na de trouwerij blijven ze in Buckhaven wonen.

Andrew treedt op jonge leeftijd in dienst bij de lokale steenkolenmijnen en werkt diep onder de grond. Gevaarlijk werk. Mijnwerkers zijn officieel vrijgesteld van militaire dienst, aangezien is bepaald dat de kolendampen die de mijnwerkers inademen een negatief effect hebben op de conditionele prestaties die vereist zijn in een oorlogsconflict.

Voor sommige Schotten is de baan van mijnwerker een ontsnapping aan de militaire dienst, maar Andrew is niet blij met die bepaling en slaagt er op 29 april 1939 toch in om dienst te kunnen nemen in het leger.

Andrew belandt uiteindelijk in het 76e Highland Field Regiment van de Royal Artillery en wordt signaller (verantwoordelijk voor de radiocommunicatie dan wel andere signaal-methoden), Carrierchauffeur en gunner (schutter). Het 76e Highland Field Regiment is een territoriale unit, oorspronkelijk samengesteld uit de 303rd (Dundee) en de 302nd (Fife) Batteries.

Op woensdag 5 januari 1944 wordt zoon Andrew geboren, de 6e opeenvolgende generatie Andrew die deze naam draagt.

In de loop van 1944 wordt duidelijk dat er een grote geallieerde landingsoperatie aan zit te komen. Wanneer en waar die operatie exact plaatsvindt is dan nog top secret. De Moray Firth in het noorden van Schotland, ten oosten van Inverness, is de locatie waar Andrew en zijn regiment samen met onderdelen van de Britse marine trainen voor de landing. Steeds opnieuw wordt er geladen in Rosemarkie, waarna de trainingslandingen plaatsvinden 40 kilometer verderop op de zandstranden van Burghead Bay.

Wanneer Andrew met zijn regiment richting Portsmouth moet vertrekken en zijn vertrek van daaruit naar het front aanstaande is, besluit zijn vrouw Mary met de kleine Andrew tijdelijk weer bij haar ouders in te trekken.

De eerste dagen van juni bevinden Andrew en zijn regiment zich in Portsmouth aan de Engelse zuidkust en wordt alles in gereedheid gebracht voor de overtocht naar Frankrijk. De vaartuigen en de manschappen liggen op zondag 4 juni in de havens en wateren van Portsmouth te wachten op vertrek wanneer dat nog 24 uur wordt uitgesteld. Op maandag 5 juni volgt het bevel om die middag uit te varen. Op dat moment mag iedereen zijn gesealde pakket openmaken met daarin de exacte informatie over de bestemming en de aankomsttijd.

Na een nacht van superieure navigatie door de Royal Navy komt in de vroege ochtend van dinsdag 6 juni 1944 rond 5.30 uur de Normandische kust in zicht voor Andrew, waarna om 6.50 uur de beschietingen richting strand met de codenaam Sword Beach starten. Die hevige beschietingen stoppen na 35 minuten waarna de eerste landingsgolf van de 8e Brigade kan beginnen. Kort daarna is het de beurt aan Andrews regiment om het strand te bestormen vanuit 18 LCT (Landing Craft Tanks, amfibievoertuigen die naast manschappen ook o.a. tanks op het strand kunnen zetten).

Sword Beach en de landing is onderdeel van Operation Neptune (het marine-onderdeel en de eerste aanvallen van de totale Operation Overloard). De bevrijding van West-Europa is begonnen!

De situatie op het strand is chaotisch. Na 5 uur van beschietingen vanaf het door de opkomende vloed steeds smaller wordende strand zijn voldoende veilige paden ontmijnd om het strand eindelijk te kunnen verlaten.

Andrew is onderdeel van de OP, de Observation Post. Deze OP’s zitten meestal vooraan in de linies om de artillerie te informeren.

Het eerste doel is om de strategisch belangrijke Franse stad Caen te veroveren. Maar de Duitse tegenstand is daar zeer fel. Zo fel zelfs dat het meer dan een maand zal duren voordat de stad kan worden ingenomen, ten koste van duizenden slachtoffers.

Na Caen komt Andrews regiment via Noord-Frankrijk en België Nederland binnen.

Op 23 september krijgt het 76e Field Regiment de opdracht het kanaal bij Maastricht te bewaken en te verdedigen tegen mogelijke Duitse aanvallen vanuit het zuiden.

Op 25 september ondersteunt het regiment weer het 8e Britse infanterieregiment in Weert en een dag later zijn ze in omgeving Heeze waarna ze op 27 september aankomen in Bakel.

Op 1 oktober komt het 76e in actie ten noorden van de Maas en op 2 oktober wordt voor het eerst Duitsland beschoten door E troop, onderdeel van de 76th Field Regiment.

Vanaf 13 oktober wordt het regiment ingezet tijdens Operation Aintree, de Slag om Overloon, en trekken ze op naar Venray. Op 19 oktober is er hun verplaatsing naar de regio Kleindorp, waarna ze op 26 oktober de 185e Brigade ondersteunen wanneer deze terugkeert naar de eigen linies.

De geallieerden gaan op 14 november opnieuw in de aanval om alsnog bruggenhoofd Venlo op te rollen. De codenaam voor deze operatie is Operation Nutcracker. Aan Duitse kant is generaal Von Obstfelder nog steeds de verantwoordelijke man voor het bruggenhoofd Venlo en hij denkt na enkele dagen het tij te hebben gekeerd. Op 20 november valt de 15e Schotse divisie aan en deze wordt twee dagen later gevolgd door de 11e pantserdivisie. Vervolgens houdt het 86e korps bruggenhoofd Venlo in handen tot 3 december. Dan zijn alle Duitsers eindelijk teruggedreven over de Maas.

Op woensdagavond 22 november 1944 rukt Andrews regiment op ter ondersteuning van de infanterie. Andrew rijdt in zijn Carrier. Plotseling een explosie! Andrew is op een Duitse mijn gereden die onder de oppervlakte van de weg is geplaatst door terugtrekkende Duitse troepen. De Carrier wordt compleet over de kop geblazen. Andrew vindt onmiddellijk de dood.

Andrews kameraden zijn geschokt door zijn dood en samen met Andrews kapitein, John A. Ford van de 302 Field Battery (onderdeel van de 76th Highland Field Regiment), begraven zij het lichaam van Andrew nog diezelfde avond in een veldgraf. De volgende ochtend wordt Andrew begraven naast het kruisbeeld aan de Gildestraat in Holthees waar een korte indrukwekkende plechtigheid plaatsvindt.

In zijn brief gedateerd 27 november 1944 aan weduwe Mary Swinley benoemt Ford de moed en het plichtsbesef van Andrew: “Being in the OP party he had always been the farthest forward, where the danger had been greatest, yet he had never complained or asked to be given a safer or more comfortable job at the gun-end. His death is a great blow to us all.” (Als onderdeel van de OP party [Observation Post, AVD] was hij altijd het verste vooruit, waar het gevaar het grootste was, maar toch heeft hij nooit geklaagd of gevraagd om een veiligere en meer comfortabele job achter de schutter. Zijn dood is een grote schok voor ons allen.”)

Op 2 juni 1947 worden de stoffelijke resten van Andrew overgebracht naar de CWGC-begraafplaats in Overloon.

Al snel na de oorlog ontmoet weduwe Mary in Buckhaven John Denouette Patterson. John komt net als Mary en Andrew ook uit Buckhaven. John is in de oorlog krijgsgevangen gemaakt door de Japanners en werd door hen gedwongen te werken aan de beruchte Birma-spoorlijn. Ook heeft John als krijgsgevangene vastgezeten in de Changi-gevangenis in Singapore nadat de Japanners Singapore hadden veroverd. Mary en John trouwen in augustus 1946 en ze krijgen 3 kinderen. De kleine Andrew wordt door John opgevoed als zijn eigen zoon.

In 2020 is de al 8e opeenvolgende generatie Andrew in de familie Swinley geboren, een familietraditie die zijn oorsprong kent bij de eerste Andrew (geboren in 1824).

Andrew Swinley, de moedige en trotse jonge vader aan het front. De herinnering aan hem zal voor altijd door zijn nakomelingen worden geëerd.

De verdieping

In deze sectie worden diverse feiten en onderdelen van het verhaal verder toegelicht en wanneer nodig in een context geplaatst. Deze toelichtingen staan hieronder in de volgorde zoals deze in bovenstaand verhaal aan bod komen. 

    • Graafschap Fifeshire werd in 1975 zoals alle Schotse graafschappen opgeheven. In plaats daarvan kwamen raadsgebieden, de county councils, Gevolg was ook dat de uitgang –shire verdween uit de naam en vanaf die tijd de county Fife heet.
    • Tot aan 1860 was Buckhaven een belangrijk vissersdorp in Schotland. In 1831 had het dorp zelfs de tweede grootste visserijvloot in Schotland met 198 vissersboten.
    • De mijnbouw in Fife gaat ver terug in de tijd. Al in de 12e eeuw werd er steenkool gewonnen in het gebied. In de Victoriaanse periode kwam alles in een stroomversnelling. Werden de mijnen aanvankelijk gerund door individuele landeigenaren, in de 19e eeuw werd Fife een centrum van zware industrie en kwamen de mijnen in handen van private bedrijven. Duizenden Schotten verhuisden naar Fife op zoek naar werk in de mijnbouw. Het werk in de mijn was gevaarlijk werk, door de jaren verloren vele honderden mijnwerkers hun leven tijdens ongelukken, explosies en ook verdrinkingen. Want sommige mijngangen liepen door onder rivieren en meren waardoor vele malen mijngangen onder water liepen met veel doden tot gevolg.
    • D-Day (6 juni 1944) was de dag waarop de geallieerden de definitieve bevrijding van West-Europa startten. Dat gebeurde onder de totale codenaam Operation Overloard waarbij de geallieerden Het Kanaal overstaken naar de invasiestranden in Normandië. De landing op Sword Beach, waar Swinley aan land kwam, viel onder Operation Neptune. De codenamen van de 5 invasiestranden waren achtereenvolgens van west naar oost:
      • Utah (landing van de Amerikanen)
      • Omaha (Amerikanen)
      • Gold (Britten + de Belgische brigade Prion)
      • Juno (Canadezen)
      • Sword (Britten)
    • De Britten die landden op Sword Beach hadden die dag 2 doelen: de linkerflank van het geallieerde bruggenhoofd in Normandië beschermen, maar ook moest op die 6e juni de strategisch belangrijke stad Caen worden veroverd.
    • De landingszone op Sword Beach was 8 kilometer lang en was verdeeld in 4 sectoren, achtereenvolgens van west naar oost:
      • Oboe
      • Peter
      • Queen
      • Roger
    • De landing op Sword Beach bracht 28.845 Britse troepen aan land. Er sneuvelden die dag op Sword 630 Britten.
    • Over D-Day en de landingen op de invasiestranden zijn diverse monumentale films gemaakt. O.a. The longest day (1962) en Saving private Ryan (1998).

    • De strijd om de stad Caen duurde meer dan een maand. Via het aanvalsplan Operation Charnwood lukte het de geallieerden alsnog op 9 juli het grootste deel van de stad in te nemen. Op 7 juli om 21.50 uur begonnen 467 geallieerde vliegtuigen de stad te bombarderen. De stad was binnen 40 minuten compleet platgebombardeerd. 300 Franse burgers kwamen daarbij om en de Duitsers waren gealarmeerd. De volgende dag bij zonsopgang begonnen de Britten met ondersteuning van de Canadezen met hun creeping barrage, ofwel de vuurwals, waarbij de Britse en Canadese kanonnen onophoudelijk hun lading op de Duitse stellingen ten noorden van de stad afvuurden en iedere 5 minuten de geallieerde inslagen 100 meter opschoven. De daaropvolgende geallieerde aanval werd ondernomen door 115.000 man en 500 tanks. Na Operation Charnwood volgden achtereenvolgens Operation Jupiter, Operation Goodwood en tot slot Operation Atlantic om de stad en omliggende gebieden totaal in te kunnen nemen. Pas op 19 juli was het zover. Maar wel ten koste van 30.000 doden aan Britse en Canadese zijde en 3.000 burgers. Een enorme hoge prijs. De wederopbouw van de stad Caen duurde tot in 1963.
    • De creeping barrage zoals toegepast in Caen zou door de Britten een paar maanden later (12 oktober) opnieuw worden toegepast tijdens de Slag om Overloon.

    • De geallieerden, met name de Britten, noemden de Duitsers Jerries of Jerry’s. De oorsprong van die bijnaam ligt in de Eerste Wereldoorlog waarbij de Duitse Stahlhelm (geïntroduceerd in 1916) werd vergeleken met een jeroboam (een wc-pot voor in de slaapkamer).
      Andere verklaring is de naam German waarvan de eerste 3 letters Ger in het Engels worden uitgesproken als Jer.
      Andere Britse bijnamen voor de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog waren Fritz en ook Boche (afkomstig van het Franse woord Caboche, in de betekenis van groot dik hoofd).
      De bijnaam Kraut (afgeleid van Sauerkraut) werd gebruikt door de Amerikanen, terwijl de bijnaam Heinie naast de Amerikanen ook werd gebruikt door de Canadezen.
      Na de oorlog werd de bijnaam Boxhead (weer een verwijzing naar een groot vierkant hoofd) veel gebruikt door de gestationeerde Britse troepen in toenmalig West-Duitsland.

    • Van de militaire actie op woensdagavond 22 november 1944 waarbij Swinley de dood vond zijn verder geen specifieke gegevens bekend. Zoals gemeld speelde in deze tijd de geallieerde aanval op bruggenhoofd Venlo en aangenomen mag worden dat de militaire actie op die woensdagavond daarvan onderdeel uitmaakte.

    • De Birma-spoorlijn, waaraan Mary’s tweede echtgenoot John Patterson gedwongen was te werken door de Japanners, heet officieel de Birma-Siam spoorweg. Deze liep van Nong Pladuk (Thailand) naar Thanbyuzayat (Myanmar, toentertijd genaamd Birma) en was 415 kilometer lang, waarbij het grootste deel door Thailand liep. Birma behoorde tot het Britse rijk, maar was bezet door de Japanners die vervolgens plannen maakten om vanuit Birma India binnen te vallen. De spoorlijn zou daarbij van groot belang worden voor de aanvoer van troepen en materieel. Die aanval op India kwam er overigens nooit.
      De aanleg van de spoorlijn (16 september 1942 – december 1943) kostte honderdduizenden mensenlevens door uitputting, ziekte en ondervoeding. Het zijn duizelingwekkende cijfers: 15.000 krijgsgevangenen (waaronder 7.000 Britten, 4.500 Australiërs, 3.000 Nederlanders en 131 Amerikanen). Daarnaast nog ongeveer 100.000 dwangarbeiders uit Thailand, Nederlands-Indië, Birma en Maleisië.
      Veel overlevenden hielden na de oorlog psychologische problemen, tot aan ernstige posttraumatische stressstoornissen toe.
      In 1957 verscheen de succesvolle speelfilm The bridge on the river Kwai die gaat over de bouw van deze brug door Britse krijgsgevangenen in het Thaise deel van de spoorlijn.

    De foto’s

    De door de nabestaanden geplaatste foto’s op het graf van Andrew Swinley leidde de stichting via Facebook naar Singapore, naar Andrews kleinzoon Andrew Swinley, de 7e generatie Andrew in de familie. Via hem kwamen de foto’s in dit dossier en waardevolle informatie zoals verwerkt in dit dossier.

    Andrew Swinley
    Andrew Swinley

    (Foto: Collectie Andrew Swinley)

    Andrew Swinley tijdens verlof met familie
    Foto uit 1943, gemaakt tijdens een verlof van Andrew, met van links naar rechts: Andrews zus Mary, een vriendin van de familie, George Simpson (getrouwd met Andrews zus Elizabeth), Andrews vrouw Mary en Andrew Swinley. Foto gemaakt voor het huis van Andrews ouders in Methil, Fife.

    (Foto: Collectie Andrew Swinley)

    Gunner Andrew Swinley Royal Artillery

    (Foto: Collectie Andrew Swinley)

    tijdelijke begraafplaats Andrew Swinley
    Het kruisbeeld in de Gildestraat, Holthees, de tijdelijke begraafplaats van Andrew.

    (Foto: Collectie Piet Peters)

    Bronnen en credits

    Andrew Swinley – Singapore
    Brief Capt. John A. Ford van de 302. Field Battery aan Mary Jane Hunter Swinley (27 november 1944)
    Brief Chaplain Reverend F.M. Buffett aan Mary Jane Hunter Swinley (1944)
    Brief Buster (dienstkameraad) aan Mary Jane Hunter Swinley (1944)
    Soldier’s service and pay book van Andrew Swinley (1940-1943)
    Operation Aintree – De Slag om Overloon & Venray (auteurs Antal Giesbers en Herman Dinnissen, Giesbers Media, 2004)

    © 2021 Arno van Dijk namens Stichting Overloon War Chronicles.

    De Stichting Overloon War Chronicles stelt zich o.a. ten doel om bij zoveel mogelijk graven op de CWGC-begraafplaats de foto’s en verhalen te achterhalen, eer te brengen aan de aldaar begraven gevallenen en zo deze geschiedenis levend te houden.

    volg ons op

    e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
    correspondentieadres:
    Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

    Kvk nummer: 83346422
    Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
    t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles

    ©2021 Overloon War Chronicles