Skip to main content

Tomlinson | Raymond

  • Voornamen

    Raymond

  • Leeftijd

    22

  • Geboortedatum

    07-11-1921

  • Datum overlijden

    14-10-1944

  • Servicenummer

    6208073

  • Rang

    Lance Corporal

  • Regiment

    South Lancashire Regiment, 1st Bn.

  • Grafnummer

    I. A. 14.

Raymond Tomlinson
Raymond Tomlinson
Graf Raymond Tomlinson
Graf Raymond Tomlinson

Biografie

Raymond Tomlinson sneuvelde op 14 oktober 1944. Hij was een Lance Corporal in het South Lancashire Regiment, 1st Bn. Hij werd aanvankelijk begraven op de Begraafplaats A. vd Wijst in Overloon en op 15 mei 1947 bijgezet in graf I.A.14. op Overloon War Cemetery.

Op zijn grafsteen staat: In liefdevolle herinnering, aan mijn lieve man, verdwenen maar niet vergeten. Vrouw en baby.

Familieachtergrond

Raymond Tomlinson wordt geboren op 07-11-1921 in Brentford, Middlesex in United Kingdom. Zijn ouders zijn Ezra Cecil Tomlinson (1896-1966) en Edna Mary Holder (1893-1964). Hij heeft een broer Water Clive Tomlinson (1924-1997).
Op 22 mei 1943 trouwt hij met Gladys Rose Arthur. Raymond doet op dat moment dienst bij het Corps of Military Police. Gladys werkt op de administratie van General Aircraft Ltd.

In 1945 wordt hun dochter Glenys Tomlinson geboren, die Raymond helaas nooit heeft gekend.

Militaire carrière

Raymond begon als cadet bij de Royal Fusiliers en sloot zich voor de oorlog aan bij “D” Company van het Middlesex Regiment, Territorial Army.
Bij het uitbreken van de vijandelijkheden werd hij geplaatst bij het Cheshire Regiment en later overgeplaatst naar het Korps Militaire Politie, waar hij dienstdeed in IJsland.
Op zijn eigen verzoek werd hij overgeplaatst naar een infanterie-eenheid en ging op D-Day (+3) naar Frankrijk.
Aangenomen wordt dat hij zich toen aansloot bij het South Lancashire Regiment 1st Btn.

1ST BN SOUTH LANCASHIRE REGIMENT

DUINKERKEN 1940

Aan het begin van de oorlog met Duitsland vertrok het 1st South Lancashire Regiment naar Frankrijk met respectievelijk de 4e en 1e Divisie van de British Expeditionary Force (BEF). Begin oktober 1939 had het bataljon posities ingenomen langs de Belgische grens.
Op 10 mei 1940 veranderde de situatie drastisch toen Duitsland België en Nederland binnenviel. De British Expeditionary Force rukte op naar België, maar de Duitse ‘blitzkrieg’ overrompelde het geallieerde front snel. De Britten werden gedwongen tot een reeks strategische terugtrekkingen en evacuaties vanuit Duinkerken terug naar het Verenigd Koninkrijk.
Churchill en zijn adviseurs hadden verwacht dat het mogelijk zou zijn om slechts 20.000 tot 30.000 mannen te redden, maar in totaal werden 338.000 troepen uit Duinkerken gered, waarvan een derde Fransen. Helaas bleven 90.000 man achter die gevangen genomen werden en de BEF moest ook noodgedwongen het grootste deel van haar tanks en zware kanonnen achterlaten. Het verzet in Duinkerken eindigde op 4 juni 1940.

TRAININGEN

Na terugkeer in het Verenigd Koninkrijk werd het 1e Bataljon van het South Lancashire Regiment overgeplaatst naar de 8e Infanterie Brigade (waartoe ook het 1e Suffolk Regiment en het 2e East Yorkshire Regiment behoorden) verbonden aan de 3e Infanterie Divisie, bijgenaamd Monty’s Ironsides.
Midden 1943 neemt het regiment deel aan trainingen in het zuidoosten van Schotland. Begin 1944 zijn ze ook in Schotland om aanvalslandingen te oefenen.
Met deze divisie landde het op D-Day (6 juni 1944) op Sword Beach.

NORMANDIË LANDINGEN

Op D-Day, 6 juni 1944, landden de 1st South Lancashires, als één van de leidende aanvalsbataljons van de 3rd Division, op Sword Beach om 7:20 uur ’s morgens. Ondanks zware verliezen, waaronder die van hun commandant, rukten ze op door de Duitse verdediging en veroverden Hermanville tegen 9 uur ’s morgens.
In de daaropvolgende dagen veroverden ze Plumetot, Cresserons, La Deliverande, het ‘Trout’ bolwerk en de beroemde Pegasusbrug over de Orne.

CAEN

Het bataljon speelde een sleutelrol in de Britse opmars naar Caen en werd geconfronteerd met intense gevechten en aanzienlijke verliezen, vooral op 22-23 en 26 juni, bij Le Londel.
In juli was het bataljon betrokken bij Operatie Goodwood, een Brits offensief, uitgevoerd van 18 tot 20 juli 1944 tijdens de grotere slag om Caen in Normandië. De operatie was erop gericht om vanuit het bruggenhoofd bij de Orne zuidwaarts op te rukken om de resterende delen van Caen en de Bourguébus heuvelrug veilig te stellen.

FALAISE

Het offensief was in volle gang en zette een groot deel van het Duitse leger vast ten westen van Falaise. Op 11 augustus leidde de 1st South Lancashires een opmars in deze pocket langs de weg Vire-Tinchebray. Ondertussen veroverde de 1st East Lancashires op 12 augustus Bois Halbout en rukte op ten westen van Falaise. Op 19 augustus was de omsingeling compleet, wat het effectieve einde betekende van de strijd om Normandië.

BELGIË EN NEDERLAND

Van 16 september tot 18 september trokken ze in drie etappes door België om Lille St Hubert te bereiken, net ten zuiden van de Nederlandse grens ten zuiden van Eindhoven. Hier moesten ze het East Yorkshire Regiment en de Suffolk Regiments assisteren bij het maken van een bruggenhoofd over het Scheldekanaal dat ze op 20 september overstaken om Hamont te bereiken, net ten westen van de Nederlandse grens en vervolgens op de 22ste Weert in Nederland te bereiken, ondanks dat de Geallieerden moeilijkheden ondervonden door bruggen die vernield waren.

Ze bleven in deze omgeving tot 25 september toen C Company oostwaarts trok naar Schoor als onderdeel van een plan om de westelijke oever van een kanaal dat verder naar het oosten lag vrij te maken. Het hele bataljon zou hier de volgende dag aan deelnemen, maar er was besloten dat ze die dag naar Maarheeze zouden trekken, dus nam alleen C Company hieraan deel. Hun vooruitgang was traag, dus kregen ze het bevel zich terug te trekken en na de rest van het bataljon verder te trekken naar Maarheeze. Op 27 september trokken ze weer verder om Bakel te bereiken, dat net ten noordoosten van Eindhoven ligt. De volgende dag trokken ze weer iets noordelijker naar Mortel om de Amerikaanse 7de Pantserdivisie het gebied bij Bakel te laten bezetten. De Amerikanen trokken door naar St Anthonis. Het bataljon bleef in Mortel tot 1 oktober toen ze verder noordwaarts trokken naar Heumen dat net ten zuiden van Nijmegen en ten noorden van Cuijk ligt en vervolgens naar het nabijgelegen Mook op 3 oktober.

Tegen die tijd was Operatie Market Garden verder naar het noorden er niet in geslaagd om de brug bij Arnhem in te nemen. Hierdoor bevonden de Geallieerden zich in een smalle corridor door Nederland. De Amerikaanse 7de Pantserdivisie deed op 30 september een poging om deze corridor te verbreden door Overloon aan te vallen vanaf hun positie bij St Anthonis om te proberen deze corridor oostwaarts naar de rivier de Maas te verbreden, maar deze aanval mislukte.
Het 1ste Bataljon van het South Lancashire Regiment bleef bij Mook tot 8 oktober toen ze zuidwaarts trokken naar Wanroij. Er was besloten dat de Amerikanen zich zouden terugtrekken en het verbreden van de corridor door Overloon, Venray en Venlo aan de Britten zouden overlaten. Eerder was het de bedoeling dat de aanval op Overloon op 11 oktober zou beginnen. Dit werd echter uitgesteld tot 12 oktober vanwege het zeer natte weer en de toestand van de grond.

Op 12 oktober begon de aanval ’s middags met een zeer zwaar spervuur van artillerie. Het 2nd East Yorkshire Regiment leidde de aanval op wat omschreven werd als Dog Wood ten westen van Overloon, terwijl het 1st Suffolks Regiment zich richtte op Overloon zelf. Beiden bereikten hun doel om 15.00 uur, maar er moest nog wat geruimd worden. Het 1st South Lancashire Regiment werd eerst in reserve gehouden, maar om 17.00 uur kregen A en D Companies het bevel om op te rukken om een resterend gebied te ontruimen met één troep van de 3rd Grenadier Guards ter ondersteuning van elke vooruitgeschoven compagnie. B en C Companies en nog een troep van de Grenadier Guards werden in reserve gehouden. Ze ondervonden weinig tegenstand en tegen de schemering waren ze in positie aan de voorste rand van een open plek. Op deze dag sneuvelden 5 militairen van het bataljon in de strijd.

Op 13 oktober trokken ze verder richting Overloon. Tijdens de aanval richting Helderse bossen ondervond het bataljon veel last van mijnenvelden. Het Peelkant en -Peelkampsveld worden gezuiverd, met luchtsteun van Typhoons.
De 9e Brigade trok door de linies van het bataljon en nam het gebied ten westen van Overloon over. De 2nd Royal Ulster Rifles en 2nd King’s Own Scottish Borderers vervolgden de aanval.
Aan het einde van de dag trok het bataljon zich terug naar een gebied ten N.O. van Overloon dat werd verkend door de kwartiermakers.

Op 14 oktober vestigt het Hoofdkwartier van het bataljon zich in een boerderij ten N.O. van Overloon (bij de kruising Rondweg – Holthesedijk  – Vierlingsbeekseweg).
Het bataljon ondervond zwaar vuur van Nebelwerfers en mortieren. Verkenningen vonden plaats richting Vierlingsbeek tot Halfweg, en later verder tot de spoorlijn bij Vierlingsbeek.
Ook werd het gehucht “Schaartven” verkend. Daar beschadigde een 88MM kanon drie tanks van de Grenadier Guards. De aanval werd ingezet onder zwaar vuur en over mijnenvelden en er werden krijgsgevangenen gemaakt. Later die dag werd het gebied Schaartven en Halfweg gezuiverd en trokken de Duitse troepen zich terug tot de bossen ten zuiden van de Vierlingsbeekseweg. Er werden nog eens 83 krijgsgevangenen gemaakt.

Het is op deze dag dat Raymond Tomlinson sneuvelde. Hij werd samen met vele anderen begraven op de Begraafplaats A. vd Wijst, in Overloon. Op 13 mei 1947 werd hij herbegraven op Overloon War Cemetery in graf I.A.14.

14 Oktober werd het gebied ten zuiden van Overloon tot aan de Molenbeek veroverd door de Britten, ten koste van vele levens. 
De dag erna reorganiseerden de Britse troepen zich voor de komende aanval op Venray.

In de Middlesex Chronicle verscheen op 13 oktober 1945 een mooi gedicht aan Raymond, geschreven door zijn vrouw Gladys:

Diep in mijn hart ligt een beeld,
meer waard dan zilver of goud,
Het is een foto van mijn lieve man
wiens herinnering nooit oud zal worden.
Ik zit vaak aan je te denken,
Als niemand me kan zien huilen,
Voor velen is de stille traan die ik laat,
Als anderen vast slapen.
Gemist door je liefhebbende vrouw, Gladys, en baby.  

Ook werd in dezelfde krant een herdenkingsbericht van zijn ouders en broer Clive gepubliceerd:

In liefdevolle herinnering aan onze lieve zoon Raymond, gesneuveld in actie in N.W. Europa, 14 oktober 1944.
Diep in ons hart wordt een herinnering bewaard,
van hem waar we van hielden en nooit zullen vergeten.
Mama, papa en Clive

Wedding photo of Raymond and Gladys
Wedding photo of Raymond and Gladys
Middlesex Chronicle 15 Mei 1943 over het huwelijk van Raymond en Gladys
Middlesex Chronicle 15 Mei 1943 over het huwelijk van Raymond en Gladys
Gladys Rose Tomlinson
Gladys Rose Tomlinson
Middlesex Chronicle 11 November 1944 about the death of Raymond Tomlinson
Middlesex Chronicle 11 November 1944 about the death of Raymond Tomlinson
In loving memory clips
In loving memory clips

Bronnen en credits

War Diaries South Lancashire Regiment 1st Bn
Ancestry diverse bronnen
Piet Peters voor achtergrond informatie
Steven Tomlinson achterneef van Raymond Tomlinson voor news clippings

Research Anny Huberts

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles
BIC / SWIFT code  RBRBNL21

©2021 Overloon War Chronicles