Skip to main content

Tull | Ronald

  • Voornamen

    Ronald Alfred Edward

  • Leeftijd

    31

  • Geboortedatum

    26-05-1913

  • Datum overlijden

    15-10-1944

  • Servicenummer

    14601169

  • Rang

    Private

  • Regiment

    Royal Norfolk Regiment, 1st Bn.

  • Grafnummer

    III. B. 7.

Ronald Tull
Ronald Tull
Graf Ronald Tull
Graf Ronald Tull

Biografie

Ronald Tull (Servicenummer 14601169) sneuvelde op 15 oktober 1944. Hij was 31 jaar oud en soldaat in het 1ste Bataljon van het Royal Norfolk Regiment. Hij werd aanvankelijk begraven op de begraafplaats aan de Venrayseweg in Overloon en later herbegraven op 17 mei 1947 in graf III. B. 11 op Overloon War Cemetery. Op zijn graf staat: “Always remembered, By his wife & baby Margaret, Mum and dad, Cyril, Glad. and Harold”

Familieachtergrond

Ronald werd op 26 mei 1913 geboren in Alverstone, Hampshire. Zijn ouders waren Albert Edward Tull (1881-1954) en Lillian Mary Day (1882-1960).  

Hij had twee broers Cyril Albert (1908-1984) en Harold en een zus Gladys Lillian M. (1910-1981). In 1911 woonden zij op Lynwood, 22 Mortimer Rd, Brockhurst, Gosport, Hants. 

In 1942 trouwt Ronald met Lena Ruby Henrietta Sawyer in Dorchester, Dorset. In 1944 wordt zijn dochter Margaret geboren, die hij helaas nooit heeft gezien. 

Margaret trouwt met Richard J Lymer in 1966 in Gosport, Hampshire.  Zij kregen 2 kinderen:  Stephen Richard Lymer geboren 1967 in Portsmouth en Kerry Lorraine Lymer geboren in 1970 in Portsmouth.

Militaire carrière

Het is niet bekend wanneer Ronald in dienst trad bij het 1e Bataljon van het Royal Norfolk Regiment, maar dat zal waarschijnlijk in 1941 zijn geweest.

Het bataljon landde op D-Day (6 juni 1944) op Sword Beach in Normandië. Het werd juni, juli en augustus ingezet in operaties in Normandië voordat het vanaf 17 augustus een langere rustperiode kreeg in Tinchebray, waar het ook versterkingen kreeg om de vele gesneuvelden en gewonden te vervangen.

In september trokken ze door Frankrijk en België en bereikten op 25 september Helmond in Nederland. Hier werden ze opgewacht door een uitgelaten menigte, terwijl ze nog steeds in gevecht waren met de vijand. B Company kreeg de taak toegewezen om de oostkant van Helmond te verdedigen, nadat ze van hogerhand te horen hadden gekregen dat de Duitsers die nacht een tegenaanval zouden plaatsen en ze waren erg bezorgd over hun verblijfplaats en gevechtsposities, schootsvelden enz..

Lt. GDH Dicks MC van B Coy vertelde later zijn verhaal. Hij herinnert zich na het controleren van de accommodatie voor het peloton:

”Ik draaide me om, om het huis te verlaten. Ik werd onmiddellijk belaagd door ongeveer 50 verpleegsters die erop stonden dat ik met hen meekwam naar het ziekenhuis aan de overkant om de gevangenen hun eerste blik op de bevrijding te gunnen. Ik had geen keus – ondanks de zorgen in mijn hoofd – ik werd aan elke arm over de weg gesleurd door een paar enthousiaste Nederlandse verpleegsters, gevolgd door minstens acht van de jongens die dezelfde aangename behandeling kregen. Het tafereel in het ziekenhuis van patiënten die met witte, zwakke handen zwaaiden naar een smerige, besmeurde en bewapende Britse onderofficier zou voor elke wetenschapper interessant zijn geweest.
Uiteindelijk ontsnapte ik aan de verpleegsters en toen moest ik de anderen die naar binnen waren gesleept eruit halen. Ik heb sindsdien vaak aan die groep jongens gedacht – hoe gelukkig ze op dat moment waren. Cariello (gedood op 1 maart), Halls (gedood op 14 oktober), Gorbell (gedood op 14 oktober), McMorrine (gewond op 14 oktober), Taylor (gewond op 16 oktober).”

Ze verlieten Helmond op 29 september, staken de Maas over bij Grave, en gingen via Heumen naar het Maldens Vlak op 1 oktober. Hier verbleven ze tot 11 oktober, waarna ze naar Cuijk trokken en vervolgens naar St Anthonis en Oploo op 12 oktober.

De geallieerde opmars was gestopt bij Arnhem, maar in het oosten, in het gebied tot aan de rivier de Maas, bleef een grote weerstand achter en het was de bedoeling om in oktober 1944 naar het zuiden te trekken om het gebied tot aan Venray te ontruimen. Overloon, dat ten noorden van Venray ligt, werd op 13 oktober ingenomen en het 1ste Bataljon van het Norfolk Regiment bracht de nacht van de 13de door in de bossen rond Overloon. Het doel was om op de 14de zuidwaarts naar Venray te trekken, maar daarvoor moest een beek worden overgestoken die de Molenbeek heette. De vijand had echter over een afstand van 1000 meter vrij zicht op de Britse troepen toen ze de beschutting van het bos verlieten.

In mei 1945 schreef Lt. GDH Dicks MC een persoonlijk verslag van zijn ervaringen van die dag terwijl hij herstellende was van verwondingen die hij in maart 1945 opliep.

“De volgende morgen, 14 oktober 1944, ontvingen we onze orders voor de aanval. B Company zou één van de twee voorste compagnieën zijn met de ondankbare taak de vijand eerst te lokaliseren en te bestoken. Friar (Lt. D.B. Balsom) kreeg de taak het leidende peloton te zijn met Company HQ als volgende, dan mijn peloton en dan Ray’s (Lt. R. S. Hilton) peloton. Ray en ik zouden met Company HQ meereizen.

Het was onvermijdelijk dat we al snel onder vuur kwamen te liggen van de Duitse stellingen en het peloton van Friar leed verliezen. Iedereen zocht de diepe greppels aan weerszijden van de weg op en kroop voorzichtig naar voren. Ik heb een uitgesproken hekel aan kruipen, dus al snel begon ik te schuifelen op mijn handen en voeten, met mijn knieën van de grond. Resultaat – een kogel door mijn rugzak. Ik dook even ineen, maar al snel overwon mijn houding mijn voorzichtigheid en richtte ik mijn lichaam weer wat op. Resultaat – nog een kogel door mijn rugzak. Ik riskeerde maar geen derde mogelijkheid. Eric (Major, E.A. Cooper-Key MC, OC B Coy) en zijn strijdmakker stonden snel daarna op en maakten een pittige sprint naar Friar om informatie te krijgen en riepen ons toen op om orders te krijgen voor de aanval.

Het plan was dat Friar zou blijven waar hij was en de Duitsers onder schot zou houden. Ray en ik moesten ons aan weerszijden van de weg opstellen – Ray rechts en ik links.
Ik stelde me op achter een armoedige boerderij en ging toen de open vlakte in aan de linkerkant van de weg met twee secties in lijn volgens de gevechtsoefening met ongeveer 5 meter tussen elke man. Ik voelde me zo naakt als op de dag dat ik geboren werd.
We gingen stapvoets vooruit met de Churchill tank achter ons aan. Een spervuur opende en ik zag de traceerkogels door onze gelederen gaan en een slachtoffer vallen. Het was Halls, Bren schutter van de 8 Sectie – neergeschoten (zoals ik achteraf hoorde) door het hart. Hij was helemaal links van de sectie en het vuur kwam, merkte ik, van een overhangend bosje, links voor ons. De manschappen gingen automatisch naar de grond. Cpl. Smith haalde het Bren geweer van het lichaam van de dode soldaat; en L/Cpl. Grimble, de andere Bren schutter in de voorste gelederen, vuurde nog onophoudelijk verder hoewel ik het gevoel heb dat hij maar een vaag idee had vanuit welke richting het spervuur kwam.”

In plaats van tijd te verspillen met hem de exacte positie te vertellen, dook ik naar Eric en wees hem het gebied aan, informatie die hij onmiddellijk doorgaf aan de tankcommandant die het bos een flink salvo met zijn Besa machinegeweer gaf. Eric beval me ook om mijn peloton te handhaven waar het was terwijl hij Friar beval om door mijn peloton heen te trekken met ondersteunend vuur van onze Brens. Ons eerste doel was een dwarsweg die de codenaam ‘Cartwright’ had. Friar was ongeveer 150 meter voor me in dekking gegaan, dus Eric beval mijn peloton nogmaals naar voren te gaan om Friar te passeren en ‘Cartwright’ te bereiken. Toen ik echter Friar naderde, schreeuwde hij dat hij ‘Cartwright’ had bereikt en ik gaf mijn mannen daarom het bevel om ongeveer 70 meter voor hem in dekking te gaan en bracht verslag uit aan Eric.

Het was nu ongeveer 10.30 uur en we hadden ons doel bereikt. Mijn slachtoffers tot dan toe waren één dode (Halls), één gewonde (Hart – granaatscherf in het voorhoofd) en één “bomb-happy” (een soldaat die, nogal opmerkelijk, geestelijk was ingestort toen we voor het eerst onder vuur lagen).
(bomb happy: (Brits jargon) Een uitdrukking uit de Tweede Wereldoorlog om een staat van bijna-hysterie te beschrijven veroorzaakt door bombardementen, die vaak de vorm aannam van wilde uitzinnigheid. -red.)

Ik werd me er ineens van bewust dat er ongeveer 300 meter verderop een Duitse tank stond bij een brandende boerderij en dat die al verantwoordelijk was geweest voor het uitschakelen van al drie Churchills die lukraak door het landschap verspreid stonden. In dit stadium raakte Sgt. Parker een beetje uitgekeken op greppels en besloot rechtop te gaan zitten om te zien wat er gebeurde. Hij kreeg meteen twee kogels voor zijn zonde, één in de zij en één in de schouder, en de derde ketste net af op de rand van de blikken helm van Harry Blowing. Zelfs dit verstoorde zijn kalmte niet – hij raapte nonchalant zijn rugzak op die hij had afgedaan en liep in het volle zicht van de vijand de weg af op zoek naar het RAP.

Het artillerievuur begon toe te nemen en een vervloekte Nebelwerfer vuurde en schoot telkens granaten in onze nabijheid tussen de felle beschietingen van de Duitse tank door. Onze problemen werden vergroot door onze eigen artillerie die de tank probeerde uit te schakelen. Zoals gewoonlijk vielen sommige van onze granaten te kort of raakten de toppen van bomen vlak voor onze positie, met als onvermijdelijk gevolg dat er slachtoffers vielen onder onze eigen troepen.
Ik begon uit te kijken naar de uren van duisternis, maar de dag leek eindeloos. Rond 17.00 uur besloot Gorbell van sectie 8 zijn loopgraaf te verlaten om te plassen. Toen hij terug kroop, kreeg hij een kogel van een scherpschutter in zijn rug – en stierf binnen een minuut. Zijn laatste woorden waren typerend. ‘De klootzakken hebben me te pakken’ “.

In totaal werden die dag elf mannen van de Royal Norfolk’s gedood. Het bataljon slaagde er op 16 oktober in de Molenbeek over te steken en Venray werd op de 18de ingenomen. Tussen 13 en 18 oktober leed het bataljon 43 dodelijke slachtoffers en bijna 200 gewonden en Overloon en Venray werden zwaar beschadigd.

Op 15 oktober helaas sneuvelde ook Ronald Tull. Hij werd samen met veel van zijn kameraden begraven aan de Venrayseweg in Overloon en later op 14 mei 1947 herbegraven op Overloon War Cemetery in graf III. B. 7.

Brieven van Ronald, Captain Mercer en adoptant van het graf

In augustus 1944 schrijft Ronald een brief aan zijn broer Cyril waarin hij de omstandigheden beschrijft waarin hij de afgelopen maanden gevochten heeft. Op 30 oktober 1944 schrijft zijn Captain J. Mercer een condoleance brief aan Lena, Ronalds vrouw. In februari 1948 ontvangt Lena een brief van Mathy’s Broeren die het graf van Ronald geadopteerd heeft. 

Hieronder staan de brieven te lezen in het Engels.

Brief van Ronald aan zijn broer Cyril

Brief Cpt Mercer aan Lena Tull

Brief Mathy’s Broeren, adoptant

Familiefoto’s

Ronald Tull, staand links boven, met kameraden
Ronald Tull, staand links boven, met kameraden
Trouwfoto Ronald Tull en Lena Sawyer 1942
Trouwfoto Ronald Tull en Lena Sawyer 1942
Lena met dochter Margaret
Lena met dochter Margaret
Ouders Albert en Lillian Tull bij het graf van Ronald
Ouders Albert en Lillian Tull bij het graf van Ronald
Baby Margaret
Baby Margaret
Graf Ronald Tull in 1947
Graf Ronald Tull in 1947
Krantenartikel over het overlijden van Ronald
Krantenartikel over het overlijden van Ronald

Bronnen en credits

Ancestry Burgerlijke en parochiële geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters; Engelse volkstelling en registers uit 1911, 1921 en 1939; kiezerslijsten; passagierslijsten, militaire registers en stambomen.
Wikipedia voor informatie over Royal Norfolk Regiment, 1st Bn.
Tracey van Oeffelen voor de contacten met familie van Ronald
Stephen Lymer voor de foto’s en informatie over zijn grootvader Ronald. 

Deze biografie is samengesteld door onze stichting op basis van eigen onderzoek en verhalen van andere militairen die dienden in hetzelfde regiment of deelnamen aan dezelfde strijd op die dag. Hierbij is deels gebruikgemaakt van collectief werk binnen de stichting.

Research Tracey van Oeffelen, Anny Huberts

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles
BIC / SWIFT code  RBRBNL21

©2021 Overloon War Chronicles