van der Burgt | Wil

  • Voornamen

    Wilhelm Christian

  • Leeftijd

    21

  • Geboortedatum

    11-04-1923

  • Datum overlijden

    16-10-1944

  • Servicenummer

    6034

  • Rang

    Soldaat

  • Regiment

    Netherlands Army, Kon. Ned. Brig Prinses Irene, Netherlands

  • Grafnummer

    IV. D. 13.

Wil van der Burgt   
Wil van der Burgt   

                                   
Foto: Collectie Carla Geldof

graf Wil van der Burgt
Graf van Wil van der Burgt op de Overloon War Cemetery

Foto: Collectie Leo Janssen, Overloon

Auteur: Arno van Dijk

Biografie

Wil van der Burgt: Nederlander tussen de Britten.

“In de felle strijd, niet alleen voor de bevrijding van ons eigen Vaderland, maar tevens van bevriende volkeren gaf Uw zoon Wilhelm Christian, vrijwillig in dienst van het Vaderland, het hooge offer van zijn leven.”
(Bron: brief van koningin Wilhelmina aan de ouders van Wil v.d. Burgt)

Van de 281 graven op deze begraafplaats zijn er 280 van gevallenen afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk. Maar in 1 graf rust…  een Nederlander.

Wilhelm Christian van der Burgt, zoals Wil volledig heet, wordt geboren op West-Terschelling, op woensdag 11 april 1923. Hij is de zoon van Jacobus Wilhelm van der Burgt (roepnaam Ko, geboren in Velsen op 4 maart 1893) en Jacoba Geertruida Vossers (roepnaam Koba, geboren op 19 april 1893 in Schoonoord in Drenthe).

De zee en varen zit in het bloed van de generaties Van der Burgt, want Wils overgrootvader  Jacobus is Commissaris van het Loodswezen met uiteindelijke standplaats IJmuiden. En Wils opa Ko is oorspronkelijk van beroep machinist en als zodanig verbonden aan de toenmalige Kustwacht (opzichter) met standplaats Velsen. Het is de superieuren van opa Ko niet ontgaan dat Ko voor die tijd een buitengewone interesse heeft voor elektriciteit en daarop vragen ze hem in 1906 het voortouw te nemen in de elektrificatie van een van de grotere vuurtorens. Hij krijgt daarbij de keuze: de Brandaris op Terschelling of het Vuurlicht van Goeree. Om de keuze te kunnen maken zet volgens de familieoverlevering opa Ko zijn 4 zonen op een rij en vraagt hen wat ze willen worden. Alle 4 willen ze iets met water en zeevaart gaan doen: scheepwerktuigkundige, koopvaardijofficier, stuurman/kapitein. Waarop opa Ko beslist dat het Terschelling wordt, want daar is een zeevaartschool. De elektrificatie van de Brandaris is gereed in 1907.

Wils vader Ko ziet zijn wens in vervulling gaan en studeert af als SWTK (scheepwerktuigkundige) aan de Zeevaartschool Willem Barentsz op West-Terschelling waar hij de opleiding volgt in de jaren 1907-1909, 1911-1913 en 1916-1917. Hij zal daarna slechts een beperkt aantal zeereizen maken. Wanneer hij voorgoed aanmonstert aan land wordt Ko docent aan deze zeevaartschool. Op West-Terschelling ontmoet hij Koba Vossers, een van de dochters van de plaatselijke dominee Gerrit Vossers. De familie Vossers is woonachtig in de pastorie op West. Koba werkt als handwerkvrijwilligster op de plaatselijke basisschool die haar vader in 1912 heeft opgericht. Ko en Koba trouwen op 2 januari 1919 en krijgen 4 kinderen die allemaal worden geboren op Terschelling: Ko (in 1919), Gerrit (in 1921), Wil (in 1923) en Ida (in 1925).

Wils vader is een bevlogen docent. Op 18 juli 1930 verhuist het gezin naar Vlissingen, waar Wils vader wordt aangesteld als leraar aan de Zeevaartschool De Ruyter. Daar klimt hij op tot adjunct-directeur. De familie woont tot 1941 in Vlissingen op Boulevard De Ruyter, maar wanneer daar bij een geallieerd bombardement het huis compleet wordt verwoest door een afzwaaier, is de familie gedwongen te verhuizen. Veere wordt de nieuwe woonplaats. Een jaar later verhuizen ze opnieuw, nu naar Kamperland. De zeevaartschool wordt tijdens de bezetting op last van de Duitse overheid tussen 1941 en 1945 in Nijmegen gevestigd. Hier verhuist de familie Van der Burgt in 1944 ook naartoe.

Na de oorlog keert de familie weer terug naar Zeeland, maar zullen Ko en Koba door de jaren heen en tot hun dood nog veel vaker verhuizen binnen de provincie. Nadat Wil met goed gevolg het Gymnasium heeft doorlopen, treedt hij als waterbouwkundige in dienst bij Rijkswaterstaat. In die laatste oorlogsjaren staat Wil ingeschreven als kantonnier bij Rijkswaterstaat, Directie Limburg, Arrondissement Maas, mede om aan de Duitse controle te kunnen ontsnappen. Na de regionale bevrijding meldt Wil op 5 oktober 1944, dan 21 jaar oud, zich aan bij de Prinses Irene Brigade. Hij maakt pas een paar dagen deel uit van het Hoofdkwartier van de Prinses Irene Brigade wanneer hij in zijn rang als sergeant wordt gedetacheerd als tolk-soldaat bij het 2nd Battalion Royal Ulster Rifles (2RUR) onder het commando van Lieutenant Colonel I.C. Harris.
Wils taak is onder andere om krijgsgevangen Duitsers te ondervragen en daardoor bevindt hij zich veel in de voorste linies. Dit bataljon is onderdeel van de Britse 9e Infantry Brigade die weer valt onder de 3e Infantry Division. De opmars van het bataljon komt tot stilstand bij Overloon, in oktober 1944. Daar ontstaat een zware strijd met de daar verschanste Duitse troepen. Op 12 oktober 1944 starten de Britten in een poging een doorbraak te forceren met Operation Constellation. De eerste stap daarin is de zogeheten creeping barrage ofwel vuurwals, waarbij in totaal meer dan 200 kanonnen onophoudelijk hun lading op de Duitse stellingen afvuren en iedere 5 minuten de Britse inslagen 100 meter opschuiven richting Overloon. Overloon wordt daarbij compleet verwoest. Na een zware strijd in de daaropvolgende dagen slagen de Britten erin om de omgeving van Overloon van Duitsers te zuiveren. Op naar Venray!

Op zowel 13, 14 als 15 oktober krijgen de Royal Ulster Rifles in hun opmars te maken met hevige Duitse mortieraanvallen. Ook ontvangen ze op de 15e de opdracht om de volgende dag door de posities van het bataljon Lincolnshires te trekken en zo Kleindorp in te nemen.

De volgende dag hervatten de Britten de aanval. De Loobeek, normaliter een kalm beekje, is door de aanhoudende hevige regen en door toedoen van de Duitsers uitgegroeid tot een flinke stroom van maar liefst 6 meter breed. De beek, de oevers en de weilanden zijn door de Duitsers vol gelegd met mijnen. Uiteindelijk slagen de Britten er deze dag toch in om de beek over te steken, onder zware tegenstand en ten koste van veel slachtoffers door opnieuw hevige Duitse mortieraanvallen. Later die dag bereiken de Britten de buitenwijken van Venray. Venray zal de volgende dag worden veroverd.

Wil maakt de bevrijding van Venray niet meer mee. Hij wordt die 15e oktober slachtoffer van een van de vele Duitse mortieraanvallen. De zwaargewonde Wil wordt direct overgebracht naar boerderij De Bloem aan de Merseloseweg. Bij deze boerderij is sinds deze dag het hoofdkwartier van de Royal Ulster Rifles opgezet en in de kelder van de boerderij is een veldhospitaal ingericht. Maar voor Wil is er geen redding meer mogelijk. In de boerderij ontvangt Wil de laatste sacramenten van Chaplain O’Brien, de katholieke aalmoezenier van de 2nd Battalion Royal Ulster Rifles, alvorens Wil de volgende dag in de boerderij aan zijn verwondingen overlijdt.

Father O’Brien begraaft Wil die 16e oktober tijdens een korte dienst in een veldgraf op een geïmproviseerde begraafplaats aan de bosrand vlak bij de boerderij. Daar worden die dag ook 6 andere omgekomen Britten van de Royal Ulster Rifles, 2nd Bn. begraven: William Henry Lewis, Melvern Roy Guy, Richard Scott, Albert Victor Bushell, Kenneth Erskine en John Irvine.
Op 29 mei 1947 wordt Wil tegelijk met de andere 6 herbegraven op de CWGC-begraafplaats in Overloon.

In een brief gedateerd 10 januari 1946 van koningin Wilhelmina aan de ouders van Wil betuigt zij haar medeleven:
“In de felle strijd, niet alleen voor de bevrijding van ons eigen Vaderland, maar tevens van bevriende volkeren gaf Uw zoon Wilhelm Christian, vrijwillig in dienst van het Vaderland, het hooge offer van zijn leven. Bij deze bittere scheiding van hem, die U zoo dierbaar was, kom Ik U mijn oprechte deelneming betuigen. Zijn offer zal door Mij steeds in dankbare herinnering gehouden worden.”

Op 4 februari 1949 wordt in de hal van het Rijkswaterstaatgebouw in Den Haag een gedenkteken onthuld ter nagedachtenis aan diegenen van het personeel van de onder de Rijkswaterstaat ressorterende diensten die in de oorlogsjaren bij de uitoefening van hun militaire of civiele dienst, bij het verzet of ten gevolge van oorlogsmisdaden om het leven zijn gekomen. De 36 namen staan op leeftijd gerangschikt, Wil staat als laatste. Hij is de jongste.

Op 5 mei 1983 wordt door de Vereniging van Oudstrijders van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene bevestigd dat Wil postuum gerechtigd is tot het dragen van 3 Britse oorlogsonderscheidingen: The 1939 – 1945 Star, The France Germany Star en The Defence Medal.

Wil van der Burgt, gevallen voor de vrijheid van Nederland. En de enige Nederlander tussen de Britten op de CWGC-begraafplaats in Overloon.

De verdieping

In deze sectie worden diverse feiten en onderdelen van het verhaal verder toegelicht en wanneer nodig in een context geplaatst. Deze toelichtingen staan hieronder in de volgorde zoals deze in bovenstaand verhaal aan bod komen. 

  • West-Terschelling is het grootste dorp op Waddeneiland Terschelling. De bewoners noemen het dorp kortweg West. Men woont ook niet in West-Terschelling, maar op West-Terschelling, kortweg: op West.
  • Het dorp heeft de oudste nog werkende vuurtoren van Nederland: de Brandaris. Wils opa Ko heeft deze vuurtoren in 1906-1907 voorzien van elektrificatie, waarbij het gezin naar Terschelling verhuisde. In de Middeleeuwen stond op West-Terschelling de Sint-Brandariuskerk waarvan de kerktoren voor de scheepvaart een baken was. De kerk was vernoemd naar Sint Brandaan, de zeevarende heilige. De huidige Brandaris is gebouwd in 1594 en werd verbouwd in 1837 om toen als eerste Nederlandse vuurtoren te kunnen draaien met een  fresnel-lens (genoemd naar de uitvinder, de Franse Augustin Jean Fresnel die de lens uitvond begin 19e eeuw).

  • Zeevaartschool Willem Barentsz op West-Terschelling werd opgericht in 1875, later werd de naam veranderd in Maritiem Instituut Willem Barentsz (officiële afkorting: MIWB). Het is sinds de oprichting uitgegroeid tot het best-uitgeruste nautische instituut van Nederland en is daardoor zowel nationaal als internationaal gecertificeerd. Opleidingen die hier gevolgd kunnen worden zijn o.a. Maritiem Officier, Ocean Technology, Master Marine Shipping Innovations. Maritieme Techniek maakt ook onderdeel uit van het MIWB, maar wordt gegeven in Leeuwarden. Daarnaast participeert het MIWB in diverse onderzoeksprojecten.
  • Willem Barentsz (1550 – 1597) was een Nederlandse zeevaarder, ontdekkingsreiziger en cartograaf. Zijn geboorteplaats is Formerum op Terschelling en hij was koopman en wetenschapper voordat hij 3 pogingen deed om de noordoostelijke doorvaart naar het Verre Oosten te vinden. Op zijn laatste reis ontdekte hij Bereneiland en Spitsbergen en verkende hij de kusten van Nova Zembla. Daar kwamen hij en zijn bemanning vast te zitten in het pakijs en waren gedwongen te overwinteren op Nova Zembla in een huis gemaakt van aangespoeld drijfhout. Het huis kreeg de naam Het Behouden Huys. Toen tegen de lente 1597 de poging werd gedaan om terug te keren naar de bewoonde wereld via een gemaakte sloep, stierf Barentsz een week na vertrek.

  • Zeevaartschool Michiel de Ruyter in Vlissingen werd opgericht in 1903 onder de naam officiële naam Hogere Zeevaartschool (Vlissingen) – Michiel de Ruyter. In 1978 werd de naam van de school gewijzigd in Maritiem Instituut De Ruyter en groeide het uit tot een van de toonaangevende maritieme academies in Europa. Het biedt naast diverse maritieme opleidingen ook visserijopleidingen en logistieke opleidingen. Het witte gebouw van het Instituut aan de Boulevard Bankert in Vlissingen, een ontwerp van de Zeeuwse architect Arend Rothuizen (1906 – 1990. die met zijn bouwwerken flink bijdroeg aan de wederopbouw van de provincie Zeeland na de oorlog) is wereldwijd bekend en heeft de status van Rijksmonument.
  • Michiel de Ruyter (1607 – 1676) was een Nederlandse admiraal en een van de bekendste Nederlandse zeehelden uit de geschiedenis. Hij werd geboren in Vlissingen en zou uitgroeien tot de grootste admiraal van zijn tijd. Hij nam als bevelhebber en admiraal deel aan oorlogen in de Oostzee, tegen de piraterij in de Middellandse Zee en wist vooral tegen de Britten in diverse oorlogen en zeeslagen belangrijke overwinningen te behalen. Legendarisch is zijn tocht naar Chatham (juni 1672), de belangrijkste Engelse marinebasis in die tijd, waar hij de Engelse marine het grootste verlies ooit toebracht. Vier jaar later, in 1676, stief De Ruyter bij Sicilië nadat hij met een zwak eskader was uitgezonden om de Spanjaarden te ondersteunen tegen de Fransen.

  • Ds Gerrit Vossers, de vader van Koba, was Nederlands Hervormd predikant op West-Terschelling van 1898 tot 1922. In de zomer van 1900 wilde hij een christelijke school op West-Terschelling opzetten. Vossers kwam tot die beslissing omdat hij bezorgd was over de jeugd van het eiland, die in zijn ogen verwilderde. Zijn eerste poging mislukte, bij gebrek aan belangstelling op het eiland. Maar 3 jaar later had hij meer succes: nadat eerst een vereniging werd opgericht, waarbij de statuten koninklijk werden goedgekeurd, maakte dat de weg vrij voor de oprichting van de school. De school, die bestond uit 2 klaslokalen, werd geopend op 1 november 1912. Vossers was tussen 1912 en 1922 voorzitter van het schoolbestuur en de school kreeg later zijn naam die de school nog altijd draagt: Christelijke Basisschool (CBS) Ds. Vossersschool.

  • De gedwongen verhuizing van de familie Van der Burgt naar Veere in 1941 kwam doordat hun huis in Vlissingen volledig werd verwoest bij een geallieerd bombardement. Walcheren had in die beginjaren van de oorlog veel te lijden onder geallieerde bombardementen, die onder andere tot doel hadden te voorkomen dat de scheepswerf De Schelde door de Duitse bezetter ingezet kon worden voor wapenproductie. Op het moment dat het huis van de familie Van der Burgt vol werd geraakt door een “afzwaaier” en volledig werd vernield was vader Ko niet thuis. Moeder Koba overleefde de inslag ternauwernood omdat zij zich samen met een van haar zussen had opgesloten in het toilet. Wils oudere broer Gerrit had zich om tewerkstelling in Duitsland te voorkomen aangesloten bij de brandweer van Vlissingen. In die functie moest hij op de dag van dit  bombardement zonder dat hij het vooraf wist uitrukken naar zijn eigen ouderlijk huis.

  • De Prinses Irene Brigade heet officieel Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, afgekort PIB. Dit legeronderdeel werd opgericht op 11 januari 1941 in Congleton, in Engeland, onder de toenmalige naam Koninklijke Nederlandse Brigade. Nadat koningin Wilhelmina op 27 augustus 1941 het vaandel uitreikte werd de toevoeging Prinses Irene aangebracht. De brigade werd gevormd door:
    – Nederlandse militairen die in de meidagen van 1940 naar Engeland konden vluchten
    – Engelandvaarders
    – Nederlanders uit het buitenland die zich vrijwillig aanmeldden, alsook die hun dienstplicht vervulden in de brigade. De brigade landde in augustus 1945 met 1200 man in Normandië en vocht actief mee in de bevrijding van Frankrijk (o.a. Pont-Audemer werd ingenomen), België (o.a. Brussel werd bevrijd) en Nederland (o.a. de bevrijding van Tilburg samen met de Schotten, bewakingstaken van de Maasbrug in Grave tijdens Market Garden en het vliegveld van Oirschot). Op 16 juli 1945 werd de brigade officieus ontbonden, waarbij prins Bernhard de Militaire Willems-orde 4e klasse uitreikte aan de brigade. Op 24 december 1945 werd de brigade officieel opgeheven.

  • De Royal Ulster Rifles onstonden als regiment op 1 januari 1921 als opvolger van de Royal Irish Rifles. Dat regiment was ontstaan in 1881 door samensmelting van 83rd (County of Dublin) Regiment of Foot en de 86th (Royal County Down) Regiment of Foot. Het regiment nam deel aan de strijd in de Second Boer War (de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, Lesotho en Eswatini), in de Eerste en Tweede Wereldoorlog en in de oorlog in Korea. In 1968 gingen de Royal Ulster Rifles op in de Royal Irish Rangers, daarin samen met de North Irish Brigade, Royal Irish Fusiliers (Princess Victoria’s) en de Royal Inniskilling Fusiliers.

  • De creeping barrage ofwel vuurwals die de Britten toepasten in Overloon werd ontwikkeld door de Britten in de Second Boer War (1899 – 1902), toentertijd een van de tactische uitvindingen onder commando van generaal Redvers Buller. De creeping barrage werd door de Britten ook veelvuldig toegepast in de Eerste Wereldoorlog, in eerste instantie door het Britse Expeditionary Force. De barrage werd ingezet tijdens o.a. de Slag om Loos, de eerste dag in de Slag om de Somme en in de Slag om Passendaele. De Britten realiseerden zich dat dit de manier was om de vijandelijke artillerie tot zwijgen te brengen en zo de eigen infanterie te kunnen ondersteunen in hun opmars. Deze methode van de vuurwals, daarbij direct gevolgd door de oprukkende infanterie, bleek veel doelmatiger en effectiever om de vijand te neutraliseren dan het eerst wekenlang bombarderen van de vijandelijke stellingen. Ook de Duitsers namen de barrage over en pasten een variant toe: 2 lijnen achter elkaar waarbij de eerste lijn bestond uit massale gifgas-beschietingen. In de Tweede Wereldoorlog werd de barrage door de Britten minder ingezet als strijdmiddel, omdat de massale infanterie-aanvallen zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog toen niet werden toegepast. Wel werd de barrage toegepast in de Italiaanse opmars (o.a. in de strijd om Monte Cassino) en in Normandië tijdens de hevige strijd om Caen te veroveren.
  • De Sovjets pasten tijdens de Tweede Wereldoorlog de creeping barrage veelvuldig toe met immense aantallen kanonnen, o.a. tijdens de Slag om Stalingrad (maar liefst 7.000 kanonnen) en later tijdens de Slag om Berlijn.

  • De geschiedenis van boerderij De Bloem aan de Merseloseweg, waarin het veldhospitaal was gevestigd waar Wil de laatste sacramenten ontving, gaat terug naar rond 1700. In de oorlogsjaren woonde daar de familie Vloet die op last van de Duitsers in september 1944, net als heel Overloon, gedwongen werd te evacueren net voordat de Slag om Overloon begon. De dagen nadat Wil werd begraven bij De Bloem werd de boerderij verwoest. Na de oorlog is honderd meter verderop richting Overloon een nieuwe boerderij De Bloem gebouwd die tot 2000 in gebruik was als boerderij. Daarna werd de boerderij door de nieuwe eigenaren verbouwd tot een groepsaccomodatie. De naam De Bloem werd daarbij behouden.
  • Een van de Vloet-kinderen die in De Bloem is geboren is Bert Vloet, de latere vooral in Brabant en Limburg bekende meteoroloog.

  • De exacte dag waarop Wil wordt getroffen door de mortierinslag is niet duidelijk. Father O’Brien, die Wil de sacramenten toediende en hem heeft begraven, bevestigde  in eerste instantie dat Wil op 15 oktober 1944 zwaargewond in de boerderij werd binnengebracht en de volgende dag (16 oktober) begraven werd. Die bevestiging staat in een brief van de oprichter van Oorlogsmuseum Overloon Harrie van Daal aan de familie Van der Burgt op 10 januari 1946. Van Daal heeft zijn connecties onderzoek laten doen en die hebben van O’Brien deze bevestiging ontvangen. 16 oktober is officieel vastgesteld als de sterfdag van Wil, terugrekende is hij dan op 15 oktober slachtoffer geworden door de mortieraanval. Maar in een brief van 22 oktober 1946 van het Ministerie van Oorlog aan de familie staat een vertaalde passage van diezelfde father O’Brien die nu zegt dat Wil ter plekke overleed bij de mortieraanval en hij (O’Brien) direct ter plekke was om het heilige oliesel toe te dienen en hij Wil samen met 6 Britten die dezelfde dag omkwamen heeft begraven. Wellicht dat de vertaling door het ministerie niet de 100% vertaling is van de verklaring van O’Brien, want ook de andere 6 Britten kwamen niet om op 16 oktober, maar een paar dagen eerder. Sowieso is de vertaling door het ministerie niet correct, want zij noemen in die brief dat Wil de rang had van Lt. (luitenant) terwijl Wil sergeant was. Daarbij noemen zij als voorletters van Wil de letters C.H.R., terwijl Wils voorletters W.C. zijn. De verwarring over de datum en omstandigheden waaronder Wil overleed wordt nog groter door diverse officiële rapporten zoals het GCRF (Grave Concentration Report Form) waar bij de naam van Wil staat K/A (killed in action, omgekomen in de strijd) en niet D/W (died of wounds, gestorven aan verwondingen). Het GCRF geeft dus ook aan dat Wil bij de mortieraanval ter plaatse is overleden, dat staat haaks op de bewijzen dat Wil wel degelijk in het veldhospitaal is geweest en daar is overleden.
    Lieutenant Colonel I.C. Harris, de bevelhebber van de 2nd Battalion Royal Ulster Rifles, meldt in zijn War Diary (een officieel oorlogsdagboek dat dagelijks bijgehouden diende te worden) zowel op 15 oktober als 16 oktober hevige Duitse mortieraanvallen en inslagen. Hij benoemt niet specifiek slachtoffers en verwijst ook niet specifiek naar Wil als slachtoffer op een van beide dagen.

  • Wils vader Ko is afgestudeerd als scheepswerktuigkundige. Wils oom Hans is in Delft Waterbouwkunde gaan studeren en is later HID (Hoofd-Ingenieur-Directeur) bij Rijkswaterstaat geworden en in die hoedanigheid o.a. eindverantwoordelijke voor het immense dijkherstel na de Watersnoodramp in 1953. Oom Maarten en oom Wil zijn beiden koopvaardijkapitein geworden en hebben beiden de oorlogsjaren zonder pauzering op zee doorgebracht met onder andere troepen- en wapentransporten. Maarten was daarbij tevens Reserve-Kapitein ter Zee van de Koninklijke Marine. Het is uitzonderlijk te noemen dat Maarten als niet-Brit de Britse OBE (Order of the British Empire) toegekend werd.
  • Wils vader Ko wordt in 1958 koninklijk onderscheiden en benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau vanwege zijn grote verdienste voor het maritiem onderwijs.

De foto’s

In de zoektocht van de stichting naar een foto van Wil zijn veel Van der Burgt-en en archieven benaderd. Onder andere in Nijmegen, Vlissingen en Goes. Ook is de heemkundekring op Terschelling gevraagd mee te zoeken. Uiteindelijk werd contact gelegd met de dochter van Ko, de oudste broer van Wil, in Goes. Zij gaf het adres van Carla, de dochter van Ida (de jongere zus van Wil), in Amsterdam. Na rondvraag binnen de familie Van der Burgt kwamen er een aantal foto’s van Wil boven water, alsmede veel aanvullende informatie en documenten waarvan de inhoud is gebruikt in dit artikel

Ida en Wil van der Burgt
Ida en Wil in 1927

Foto: Collectie Carla Geldof

Wil van der Burgt
De kinderen Van der Burgt in 1934: Ko, Ida, Gerrit en Wil

Foto: Collectie Carla Geldof

veldgraf van Wil van der Burgt en de Britten Lewis, Guy, Scott, Bushell, Erskine en Irvine
Veldgraf van Wil van der Burgt en de Britten Lewis, Guy, Scott, Bushell, Erskine en Irvine .

Foto: Collectie Carla Geldof

Tekening van de begraafplaats door Bert Weijmans
Tekening van de begraafplaats door Bert Weijmans, november 1944

Foto: Collectie Ieske Weijers – Van der Burgt

Reconstructie door de stichting in 2020 van de toenmalige tijdelijke begraafplaats
Reconstructie door de stichting in 2020 van de toenmalige tijdelijke begraafplaats

Foto: Collectie Leo Janssen, Overloon

Gedenkteken in het gebouw van Rijkswaterstaat in Den Haag, met onderaan Wil van der Burgt
Gedenkteken in het gebouw van Rijkswaterstaat in Den Haag, met onderaan Wils naam

Foto: Collectie familie Van der Burgt

Bronnen en credits

Operation Aintree – De Slag om Overloon & Venray (auteurs, Antal Giesbers en Herman Dinnissen, Giesbers Media, 2004)
War diary Lieutenant Colonel I.C. Harris, 2nd Battalion Royal Ulster Rifles (i.h.b. data 15 en 16 oktober 1944)
Brief Harrie van Daal aan familie Van der Burgt (10 april 1946)
Brief Ministerie van Oorlog aan familie Van der Burgt (22 oktober 1946)
Brief Rijkwaterstaat aan familie Van der Burgt (1 juli 1949)
Brief/uitnodiging onthulling gedenkteken Rijkswaterstaat aan familie Van der Burgt (26 januari 1949)
Oorlogsdodennijmegen.nl
Docplayer.nl
Oep de Breed
Bert Scheepstra
Richard van de Velde (Prinses Irene Brigade)
Gerard Berkers
Leo Janssen

De auteur dankt speciaal: Carla Geldof, Wil van der Burgt, Ieske Weijers – Van der Burgt

© 2021 Arno van Dijk namens Stichting Overloon War Cemetery.

De Stichting Overloon War Chronicles stelt zich o.a. ten doel om bij zoveel mogelijk graven op de CWGC-begraafplaats de foto’s en verhalen te achterhalen, eer te brengen aan de aldaar begraven gevallenen en zo deze geschiedenis levend te houden.
Meer info over het project en de Stichting Overloon War Chroncles op:

Facebook: https://www.facebook.com/OverloonWarChronicles
E-mail: overloonwarchronicles@gmail.com

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles

©2021 Overloon War Chronicles