Wisker | Henry Arthur
- Voornamen
Henry Arthur
- Leeftijd
36
- Geboortedatum
03-07-1908
- Datum overlijden
17-11-1944
- Servicenummer
1152701
- Rang
Gunner
- Regiment
Royal Artillery, 63 (The Queen’s Own Oxfordshire Hussars) Anti-Tank Regt.
- Grafnummer
II. D. 10.
Biografie
Henry Arthur Wisker (Servicenummer 1152701) sneuvelde in actie op 17 november 1944 in de omgeving van Overloon. Hij was Gunner bij het 63 (The Queen’s Own Oxfordshire Hussars) Anti-Tank Regiment van de Royal Artillery. Hij werd aanvankelijk begraven op het terrein van M. de Groot aan de Boxmeerseweg in Sint Anthonis en herbegraven op 21 mei 1947 in Graf II. D. 10. op de CWGC begraafplaats in Overloon. Op zijn graf staat geschreven: “Herinneringen zijn schatten die niemand kan stelen. De dood laat een hartzeer achter die niemand kan helen.”
Familieachtergrond
Henry Arthur Wisker (ook wel Harry genoemd) werd geboren op 03-07-1908 in Walthamstow in het district West Ham in Noordoost-Londen op 3 juli 1908. Zijn ouders waren John William Wisker die op 7/6/1871 in Bethnal Green was geboren en Alice White die in 1875 in Walthamstow was geboren. Ze trouwden op 20-09-1891 in de wijk Bethnal Green in Londen. Ze kregen de volgende negen kinderen, allemaal geboren in Walthamstow: John William 28/12/1891, Frederick George 10/2/1894, Alice Elizabeth 16/12/1896, Caroline Helen 1899, Alexander Ernest 27/5/1903, Leonard Frederick 1906, Henry Arthur 3/7/1908, Lillian Kate 2/3/1912, Doris May 12/2/1915.
John Wisker was algemeen arbeider en werkte later in de bouw. In 1901 woonden ze op 51, Boston Road, Walthamstow, met hun eerste vier kinderen. Er was ook een kostganger, George Cann, geboren 1870 in Walthamstow, een arbeider, en een bezoeker, Charles Pells, geboren 1865, een paardenkapper. In 1911 woonden ze op 23 Collingwood Road Walthamstow. Alle zeven kinderen waren nog thuis. John (Jnr) was een Blacksmith en Frederick werkte in een leerfabriek. Het gezin was verhuisd naar 5 Cambridge Road, Walthamstow tegen de tijd dat Lillian in 1912 werd geboren.
Henry’s broers, John en Frederick, dienden allebei in de Eerste Wereldoorlog. Zijn oudste broer, John William Wisker, was chauffeur bij de Royal Field Artillery (dienstnr. 75440). Hij meldde zich aan op 13 januari 1915 maar werd op 30 oktober 1918 ontslagen omdat hij niet langer geschikt was voor dienst. Het lijkt erop dat hij gewond was geraakt. Mogelijk had hij zijn linker scheenbeen gebroken. Hij werd op 31 oktober 1917 opgenomen in het 18e General Hospital en op 12 november 1917 naar elders overgeplaatst. Toen hij in dienst ging, woonde hij op 5 Cambridge Road Walthamstow en was hij loodgieter. Bij zijn ontslag gaf hij als adres 31 Collingwood Road op. Hij kreeg de Britse Oorlogsmedaille, de Overwinningsmedaille en de Zilveren Oorlogsinsigne.
Frederick George Wisker nam op 22 juni 1915 dienst bij de Royal Navy (dienstnr. M14034). Hij was koksmaat. Aanvankelijk diende hij op HMS Pembroke I. Dit was eigenlijk geen schip op zee, maar de naam voor de Royal Naval Barracks in Chatham in Kent. Op 22 juli 1916 verhuisde hij naar HMS Wahine waar hij gebleven schijnt te zijn tot hij op 21 mei 1919 uit dienst werd ontslagen. HMS Wahine was een Nieuw-Zeelandse veerboot die werd gevorderd voor dienst in WO1. Van 22 juli 1916 tot 21 april 1919 deed het dienst als mijnenlegger in de Noordzee. Ze voerde 76 mijnenlegoperaties uit en legde 11.378 mijnen. Ze vertrouwde vooral op haar grote snelheid om vijandelijke onderzeeërs te ontwijken. Daarvoor, van 13 oktober 1915 tot 28 mei 1916, had het dienst gedaan als expeditieschip tussen Malta en Mudros, de steunbasis voor Gallipoli.
Na WO1 trouwden vier van de kinderen van John en Alice. John William Wisker trouwde met Amelia Matilda Harvey en Caroline H. Wisker trouwde in 1919 met William Henry Reason. Amelia was eerder getrouwd geweest en was de zus van William Reason. Men denkt dat Amelia’s eerste echtgenoot, Ernest James Harvey, op 11 mei 1918 in Frankrijk was gesneuveld. Hij was een Rifleman (Service No. 324372) in het London Regiment (6th City of London Rifles) en ligt begraven op de Britse begraafplaats Crouy-Sur-Somme. Alice Elizabeth Wisker trouwde in 1918 met Frederick Joseph Lewis en Frederick George Wisker trouwde in 1920 met Violet Lurcock. De zoon van John en Alice, Leonard, overleed in 1920.
In 1921 woonde de familie op Collingwood Road 31. Tegen die tijd waren alleen de vier jongste overlevende kinderen aanwezig, waaronder Henry. Alice Wisker, Henry’s moeder overleed in april 2024. Ze werd op 17 april 1924 begraven in Waltham Forest, Groot-Londen.
Tussen 1921 en 1939 zijn vermoedelijk nog drie van hun kinderen getrouwd: Alec Ernest Wisker trouwde in 1927 met Beatrice M. James, Lilian K. Wisker trouwde in 1938 met Arthur L. Cowell en waarschijnlijk trouwde Doris ook in 1937 of 1938.
In september 1939 was John W. Wisker weduwnaar en woonde hij op 58 Gosport Road, Walthamstow in hetzelfde huis als een weduwe, Lena White (geboren 21 december 1873). Lena White lijkt de weduwe te zijn geweest van John White. Het kan zijn dat Lena’s man familie was van Alice Wisker (geboren White).
Henry woonde intussen op 33 Collingwood Road en werkte als Machine Operator. Hij woonde samen met zijn inmiddels getrouwde zus, Alice E. Lewis en haar man. Bij hen was hun kind, Daisy A. Lewis geboren 21 oktober 1919, die later trouwde met George W. Pheasant. Frederick Lewis werkte als buschauffeur. Daar woonde ook William M. Searle, geboren 15 augustus 1891, vrijgezel en ook werkzaam als busconducteur, en een jongen, Kenneth A. Searle, geboren 1 augustus 1929. Mogelijk woonde er nog een kind.
Henry trouwde in 1940 in Essex met Ivy May Zinzan. Ivy was geboren op 29-09-1909 in de wijk Shoreditch in Londen. Ze was de dochter van William en Elizabeth Zinzan. William was geboren in 1872 en Elizabeth in 1874. William werkte als arbeider. In 1911 woonden ze op 13 Caroline Place Kingsland Road, Shoreditch. Daar woonde ook haar zus Elizabeth, geboren 1896 en een korsettenmaakster en de zus van William, Alice Zinzan, geboren 1883 en een riemafwerkster. In 1921 woonde Ivy met haar ouders in Harman Street, Shoreditch. Haar vader was rioolreiniger voor Shoreditch Borough Council (Works Dept) en haar moeder werkte als schoonmaakster.
Henry en Ivy hadden geen kinderen. Henry ging in 1942 bij de Royal Artillery en overleed, zoals we hebben gezien, op 17 november 1944.
Na Henry’s dood in 1944 trouwde Ivy Wisker in 1958 in Southend on Sea met Edward J. Holmes. Ze hadden geen kinderen. Volgens 3e neef David Hoskins was ze erg vrouwelijk en sprak ze “met mooie rijke tonen”. Ze overleed begin 1982 in Waltham Forest.
Henry’s vader, John William Wisker stierf in Essex in 1950 op 78-jarige leeftijd.
Militaire carrière
Henry ging in 1942 bij de Royal Artillery, het 63 (The Queen’s Own Oxfordshire Hussars) Anti-Tank Regt.
Queens Own Oxfordshire Hussars
In 1938 werd het Queens Own Oxfordshire Hussars regiment omgevormd van een artillerierol naar die van een anti-tank eenheid en omgedoopt tot het 53ste Anti-Tank Regiment Royal Artillery (TA) (Worcestershire en Oxfordshire Yeomanry).
In 1939 werd het Oxfordshire Yeomanry aangewezen als 63rd Anti-Tank Regiment Royal Artillery (TA) met hoofdkwartier in Oxford en het Worcestershire Yeomanry bleef bij het 53rd Anti-Tank Regiment. Er werden vier batterijen gevormd 249 en 250 in Oxford en 251 en 252 in Banbury.
Het regiment nam deel aan de kustverdediging van Engeland na Duinkerken in 1940 en werd daarna naar Noord-Ierland uitgezonden als onderdeel van de 61ste Divisie, een verdedigingsmacht voor het geval de vijand troepen in het neutrale Ierland zou landen om Engeland binnen te vallen.
De twee-ponds antitankkanonnen van het regiment werden later vervangen door zes-ponds antitankkanonnen en deze werden op hun beurt vervangen door zeventien-ponds antitankkanonnen. Deze werden getrokken door Crusader tanks waarvan de bovenste koepel was verwijderd, zodat de bemanningen gemakkelijk in en uit konden stappen. Quads, voertuigen met vierwielaandrijving werden ook geïntroduceerd voor het trekken van de kanonnen.
Het regiment werd de volgende drie jaar in Ierland gestationeerd, met uitzondering van de batterij 251 Banbury. In 1941 werd dit losgemaakt en maakte het deel uit van het 85e Anti-Tank Regiment Royal Artillery, onderdeel van een inderhaast samengestelde troepenmacht die Singapore moest verdedigen tegen het binnenvallende Japanse leger.
Luitenant-kolonel John Thompson voerde het bevel over de Oxfordshire Yeomanry van 1942 tot 1944.
Batterijen 249, 250 en 252 keerden in februari 1943 terug naar Engeland en namen deel aan grootschalige oefeningen met Amerikaanse en andere troepen ter voorbereiding op de landing in Normandië.
Sir Winston Spencer Churchill werd van 1942 tot 1965 Erekolonel van het regiment.
Het regiment maakte geen deel uit van de landingen op D-Day, omdat het in reserve was gebleven om andere frontlinie-eenheden aan te vullen. Luitenant-kolonel John Thompson bemiddelde om een gevechtsopdracht voor het regiment aan te vragen. Hij nam via een tussenpersoon contact op met Winston Churchill, ex-officier van de Oxfordshire Yeomanry en ere-kolonel, nu premier en minister van defensie die instemde met het verzoek.
In oktober vertrok het regiment naar Frankrijk. Na aankomst in Dieppe als onderdeel van het tweede leger werden ze samengevoegd met een ander regiment, de 91st Argyle and Sutherland Highlanders. In de daaropvolgende maanden rukte de Oxfordshire Yeomanry samen met hun nieuwe Schotse collega’s met het leger op door Frankrijk, België en Nederland terwijl de vijand werd teruggedreven richting Duitsland.
Na het mislukken van de verovering van de brug bij Arnhem in Operatie Market Garden eind september 1944, bevonden de Geallieerden zich in een smalle frontlijn door Nederland. Operatie Aintree midden oktober veroverde met succes Overloon en Venray en slaagde erin de salient in dat gebied te verbreden. Duitse patrouilles bleven echter de geallieerde troepen in het Boxmeerse gebied bedreigen door ’s nachts de Maas over te steken.
Op 7 november 1944 rijden zo’n 400 militairen van het 63rd Anti-Tank Regiment het Boxmeerse gebied binnen. De eenheid heeft 17-ponds kanonnen bij zich en tanks van het type M10. Een van de eerste doelen is de kerktoren in Afferden, aan de overkant van de Maas, uit te schakelen. De Duitsers gebruiken deze als Observation Point. Op 9 november richten zij hun tank, over de Maas, op de kerk en die wordt succesvol in puin geschoten.
Alhoewel de taak van de eenheid is om met hun M10 tankjagers en 17-ponds kanonnen vijandelijke tanks onschadelijk te maken, krijgt de eenheid van de Maas een andere taak: linies bewaken, infanteriewerk eigenlijk.
In het gebied moeten de militairen 3 Strong Points bemannen. Met deze SP’s is er voor het eerst sprake van structurele actie in het Boxmeerse niemandsland om Duitse patrouilles tegen te houden, die vooral ’s nachts de Maas oversteken. Onwennig gaan ze in het donker man tot man gevechten aan en krijgen ze veel voor hun kiezen. Duitse patrouilles en granaatvuur maken hun dagen verre van gemakkelijk. Ondanks hun onervarenheid komen de mannen van batterij 250 er in eerste instantie ongeschonden van af.
Maar het succes verbleekt snel en wordt overschaduwd door een groot drama. Op 17 november, wordt Batterij 250, aan de Sint Anthonisweg in Boxmeer, vlak bij de Baconfabriek, om half 9 in de ochtend, onder zwaar vuur genomen. De mannen zoeken dekking in een loopgraaf maar die krijgt een voltreffer. Zeven Britse militairen van deze batterij sneuvelen bij deze aanval en zes zijn er gewond. Hierbij komt Henry Wisker helaas om het leven.
De zeven gesneuvelden; R.F. Quainton, Sgt. J. Dyason, Korp. G.L.J. Hankin, R.B. Bland, E. Cleall, H.A. Wisker en Sgt. John Arthur Painting worden later die dag begraven in een veldgraf aan de Boxmeerseweg in Sint Anthonis. In mei 1947 worden ze allen herbegraven op Overloon War Cemetery.
Bronnen en credits
Van de FindMyPast website: Burgerlijke en parochiële geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters; volkstelling in Engeland en registers uit 1939; kiezerslijsten; militaire registers.
HMS Wahine NZ Geschiedenis Website
Ancestry diverse bronnen
“Tot Frontgebied verklaard” door Guido Siebers en Geurt Franzen.
Diverse familieleden van Henry Wisker. Janet Procter voor de foto van Henry.
Research Sue Reynolds, Elaine Gathercole en Anny Huberts