Skip to main content

Taylor | Sidney Alfred

  • Voornamen

    Sidney Alfred

  • Leeftijd

    28

  • Geboortedatum

    20-02-1916

  • Datum overlijden

    15-10-1944

  • Servicenummer

    14251545

  • Rang

    Lance Bombardier

  • Regiment

    Royal Artillery, 76 Field Regt.

  • Grafnummer

    IV. B. 10.

Sidney Alfred Taylor
Sidney Alfred Taylor
Graf-Sidney-Alfred-Taylor
Graf-Sidney-Alfred-Taylor

Biografie

Sidney Alfred Taylor (servicenummer 14251545) sneuvelde op 15 oktober 1944. Hij diende bij het Royal Artillery, 76 Field Regt. Hij werd eerder begraven aan de Peelkant (A. van Duren) in Overloon. Op 27 mei 1947 werd hij overgebracht naar de huidige begraafplaats op Overloon War Cemetery en ligt begraven in perceel nummer IV. B. 10. Op zijn grafsteen staat geschreven: “At the going down of the sun, and in the morning, we will remember them”.

Familiegeschiedenis

Sidney werd op 20 februari 1916 geboren in Chilvers Coton, Warwickshire Engeland.
Zijn ouders waren George William Taylor (1883-1957) en Alma Edith Nixon (1885-1954).

Hij had de volgende broers en zussen: John William 1905-1905, George Ernest 1907-1986, Frank Albert 1908-1989, Edna May 1910-1982, Walter 1911-1911, Mary A 1913-1913, Ellen 1913-1913, Elsie Anne 1913-1975, Eva Alma 1919-1995, Norah Ethel 1922-2007, Dorothy Edna 1924-2014 and Kenneth Cecil 1925-2007.
Het gezin woonde in Nuneaton in Warwickshire.

In 1940 trouwde hij met Ivy Irene Mann uit Stockingford Nuneaton en wordt hij vader van een dochter Kay.

Hij is vrachtwagenchauffeur als hij zich op 13 april 1937 aansluit bij het politiekorps van Coventry.

Sidney meldde zich vrijwillig aan voor het leger, hoewel hij een beschermd beroep had als politieagent in Coventry. De familie heeft nooit geweten wat zijn motivatie was; hij was pas getrouwd met Ivy, had een dochtertje (Kay) en had als agent van dichtbij de verwoesting gezien die de Duitse luchtaanvallen aanrichtten in Coventry en zijn geboorteplaats Nuneaton.

Militaire carrière

Nadat hij zich in 1942 op 26-jarige leeftijd aanmeldde, werd hij tijdens zijn opleiding aan een aantal eenheden toegewezen en kwam hij uiteindelijk terecht bij het 76th Royal Artillery (Highland) Regiment, een Schots territoriaal regiment, waar hij vermoedelijk geen vrienden uit zijn geboortestad Nuneaton had.

Sidney Taylor bevond zich in de frontlinie van de invasie en bevrijding van Europa, als D-Day-landingssoldaat bij de 76e Royal Artillery in de eerste aanvalsgolf op 6 juni 1944 op het strand ‘Sword’. Daarna vocht hij onafgebroken in vele belangrijke Europese veldslagen en opmarsen, voordat hij op 15 oktober 1944 buiten Overloon om het leven kwam.

76th Highland Field Regiment Royal Artillery

In 1942 trainden de militairen in Devon and Edingburgh en later in 1943 trainde het regiment intensief met de 3e Britse Infanteriedivisie ter voorbereiding op de geallieerde landing in Normandië, Operatie Overlord. Als onderdeel van de 21st Army Group ontwikkelde het regiment zich tot een modern, mobiel artillerieonderdeel, gespecialiseerd in zelfrijdende operaties.

Waar het regiment in 1940 nog als overrompelde eenheid had moeten vechten tijdens de terugtocht naar Duinkerken in Frankrijk, stond het in 1944 klaar als een hervormd, goed getraind en modern artillerieregiment — gereed voor de komende grote operaties op het Europese vasteland.

In mei 1944 was het regiment gestationeerd in Emsworth, Hampshire, waar ze wachtten om aan boord te gaan om te beginnen aan de geheime invasie. Daar werden ze geïnspecteerd door generaal Eisenhower en koning George VI. Om 13.00 uur op 5 juni 1944 vertrokken ze vanuit Portsmouth en landden ze om 7.25 uur op 6 juni op Sword Beach in Frankrijk, tussen Oustreham en Lion-sur-Mer. Er vielen slachtoffers, waaronder de troepencommandant, kapitein Ian Bell. Tegen de avond hadden ze het strand verlaten en hadden ze Hermanville-sur-Mer bereikt.

Vervolgens raakte het regiment betrokken bij de strijd om Caen, waardoor de geallieerden tot eind juli werden opgehouden. Het regiment raakte vooral vertraagd in de strijd om de controle over het Chateau de la Londe (operatie Mitten). Dit werd uiteindelijk op 28 juni door het 1e Suffolk Regiment veroverd op de Duitsers in een brute man-tegen-man-strijd.  Na de geallieerde landing van 6 juni 1944 had de Duitse bezettingsmacht het chateau gebruikt als commandopost.

De aanval op het chateau bleek bijzonder zwaar. Britse eenheden leden grote verliezen, vooral doordat zij het doel zonder voldoende pantserondersteuning moesten bestormen. Veteranen beschreven deze strijd later als een van de bloedigste gevechten van de Normandië-campagne, met honderden Britse slachtoffers. Het château vormde een belangrijk, zwaar verdedigd doel binnen de geallieerde poging om het gebied rond Caen te bevrijden: Operatie Goodwood. 

Op 8 juli ondersteunden ze operatie Charnwood om delen van Caen te zuiveren.

Caen

De strijd om Caen duurde meer dan een maand. Via het aanvalsplan Operation Charnwood slaagden de geallieerden er uiteindelijk in om op 9 juli het grootste deel van de stad in te nemen. Op 7 juli om 21.50 uur begon een grootschalig bombardement: 467 geallieerde vliegtuigen bestookten de stad, die binnen veertig minuten vrijwel volledig werd verwoest. Daarbij kwamen ongeveer 300 Franse burgers om het leven. De Duitsers waren hierdoor echter ook tijdig gealarmeerd.
 
De volgende ochtend bij zonsopgang begonnen Britse en Canadese troepen hun aanval, ondersteund door een zogenoemde creeping barrage (vuurwals). Britse en Canadese artilleriekanonnen vuurden onafgebroken op de Duitse stellingen ten noorden van de stad, waarbij het inslaggebied elke vijf minuten ongeveer honderd meter werd verlegd. De daaropvolgende aanval werd uitgevoerd door 115.000 man en 500 tanks.
 
Na Operation Charnwood volgden achtereenvolgens Operation Jupiter, Operation Goodwood en uiteindelijk Operation Atlantic, om Caen en de omliggende gebieden volledig in te nemen. Pas op 19 juli was dit doel bereikt — tegen een enorme prijs: circa 30.000 Britse en Canadese doden en ongeveer 3.000 burger­slachtoffers.
 
Na de gevechten bij Caen bleef het regiment ondersteuning leveren. Op 17 juli staken zij de rivier de Orne over via een Bailey Bridge, bekend als de Escarde Bridge. De dagen daarna verliepen naar verhouding rustig, met slechts sporadische gevechten en beperkte verliezen.
 
Om bij te komen van de zware gevechten van de voorafgaande maanden en het verwerken van de vele verliezen, besloot de commandant op 26 juli het gehele regiment een rustdag te geven op de stranden van Luc-sur-Mer. Volgens de war diaries was het een geweldige dag, al werden er zelfs toen nog verliezen geleden door vijandelijk vuur vanaf posities achter de stranden.

GEVECHTEN RONDOM FALAISE

Daarna trok het regiment westwaarts, langs het zuiden van Bayeux richting Vire. Dit maakte vermoedelijk deel uit van de manoeuvres die leidden tot het sluiten van de Falaise-kloof op 21 augustus, waarbij grote aantallen Duitse troepen werden omsingeld.

Het regiment verbleef achtereenvolgens in Vire, Tinchebray en Flers. Eind augustus rukten zij steeds noordelijker op en op 17 september staken zij de Frans-Belgische grens over, ten noorden van Mons. Op 19 september namen zij deel aan gevechten bij Lille–Saint-Hubert, waar zij hielpen het bruggenhoofd te versterken.

Tussen 11 en 19 september 1944 lag dit dorp in de frontlinie tussen Duitse en Britse troepen. De strijd om de oversteek van het Meuse–Escautkanaal, ten noorden van het dorp, speelde daarbij een cruciale rol. Op 19 september was Lille–Saint-Hubert volledig bevrijd en trok het regiment verder om met succes ondersteuning te bieden bij Hamont.

HOLLAND

Op 21 september staken zij bij Weert de Nederlandse grens over. In de daaropvolgende periode kwamen zij geregeld in actie in onder meer Bakel en Gemert.

Eind september werd het regiment verplaatst naar Molenhoek, nabij Nijmegen, ter ondersteuning van de 82nd US Airborne Division, waarbij de 3e Britse Infanteriedivisie in reserve bleef. Vanaf 1 oktober hielp het regiment de Amerikanen bij het zuiveren van de noordelijke Maasoever, van Mook tot voorbij Cuijk, om de bouw van nieuwe bruggen mogelijk te maken.

Het regiment kreeg echter als eerste het bevel om artillerievuur uit te brengen op Duits grondgebied, boven het gehucht Frasselt, dat direct tegen het Reichswald aan ligt. In september 1944 werden hier bombardementen uitgevoerd om Duitse eenheden te treffen en hergroepering te voorkomen. Hoewel de aanvallen gericht waren op militaire doelen, werden vooral burgers in de omgeving getroffen door splinterbommen. Het gebied zou nog maandenlang een zwaarbevochten frontzone blijven.

Overloon

In de eerste dagen van oktober 1944 hielpen ze de Amerikanen waar mogelijk, terwijl ondertussen voorbereidingen werden getroffen voor een verplaatsing naar Sint Anthonis. Op 9 oktober kwamen zij daar vrijwel direct in actie bij gevechten rond Oploo, ter ondersteuning van de 3e Britse Infanteriedivisie, en begonnen de voorbereidingen voor de aanval op Overloon.

Op 12 oktober vuurden zij om 11.00 rode rookgranaten af om doelen voor geallieerde jachtbommenwerpers in de bossen ten zuidoosten van Overloon te markeren. Later bleek dat deze aanvallen bijzonder succesvol waren.
Diezelfde dag om 11.00 uur openden meer dan 200 geallieerde kanonnen, opgesteld bij Sint Anthonis, Oploo, Stevensbeek en De Rips, het vuur. In anderhalf uur tijd kwamen meer dan 25.000 granaten op Overloon terecht. Om kwart over twaalf, toen het dorp was veranderd in een puinhoop, rukten twee infanteriebataljons op. Aan de westflank het 1e bataljon Suffolk Regiment, via Hazenbroek en Peelkampsveld, en aan de oostflank het 2e bataljon East Yorkshire Regiment door de Stevensbeekse bossen. Zij werden gevolgd door Churchill-tanks van de Coldstream Guards en door zogeheten Flail-tanks, speciaal uitgerust om mijnenvelden vrij te maken.

De infanteristen volgden de langzaam oprukkende tanks op korte afstand. Het eerste uur verliep voorspoedig, maar zodra de East Yorks het bos ten noorden van Overloon bereikten, boden de Duitsers steeds feller weerstand. Tanks liepen vast in mijnenvelden en leden zware verliezen door Duitse antitankkanonnen, mede doordat het drassige terrein hen dwong op de wegen te blijven.

Rond 15.00 uur werd ook het reservebataljon van de 8e Britse Brigade, het 1e bataljon South Lancashire Regiment, ingezet om de rechterflank te beschermen. Met steun van de Coldstream Guards bereikten zij de bossen ten westen van Overloon. Na een moeizaam gecoördineerde aanval was het zwaar verwoeste dorp die avond grotendeels in Britse handen.

Op vrijdag 13 oktober werd het offensief in de vroege ochtend hervat. Het patroon herhaalde zich: beperkte vooruitgang, zware verliezen en bittere gevechten in de omliggende bossen. De Duitsers werden slechts meter voor meter teruggedrongen. Vier Churchill-tanks raakten buiten gevecht. Ook op 14 oktober bleef het regiment actief bij het zuiveren van het gebied ten oosten en zuiden van Overloon. Deze dag wordt gezien als de bevrijding van Overloon maar dat ging wel ten koste van vele slachtoffers uit diverse regimenten als Royal Ulster Rifles, King’s Own Scottish Borderers en de Lincolnshires.

Op 15 oktober, een dag na de bevrijding van Overloon, kreeg het regiment opdracht om samen met de 11e Pantserdivisie een aanval uit te voeren richting het dorp Smakt. De aanval vertrok vanuit een gebied dat werd bewaakt door het 2e bataljon King’s Shropshire Light Infantry. Het doel was de spoorlijn die enkele honderden meters ten westen van Smakt van noord naar zuid liep.
De opmars verliep moeizaam doordat zwaar militair verkeer de wegen vrijwel onbegaanbaar had gemaakt. De aanval werd ondersteund door de Fife and Forfar Yeomanry en een rollend artilleriespervuur dat zich elke twee minuten honderd meter verplaatste. Het spervuur moest 10 minuten bij de openingslinie blijven. Door te korte inslagen vielen echter granaten in eigen gebied, wat slachtoffers veroorzaakte. Het offensief stokte tijdelijk, waarna het spervuur werd gestaakt en vervangen door springladingen.

Het terrein bestond uit een uitgestrekte zandvlakte met duinen, vrijwel onbegaanbaar voor voertuigen. De verkenningswagen van de commandant moest zelfs door een tank worden voortgesleept om de radioverbinding in stand te houden. Ondanks tegenstand bereikten meerdere compagnieën uiteindelijk de spoorlijn. Daarna volgde zwaar vijandelijk vuur met onder meer 105 mm- en 88 mm-kanonnen, mortieren en Nebelwerfers. De verliezen onder de Britse eenheden waren aanzienlijk. Het verdient vermeld te worden dat voor zijn optreden die dag sergeant George Harold Eardley van het King’s Shropshire Light Infantry later het Victoria Cross ontvangt.

Tijdens de gevechten op 15 oktober 1944 helaas kwam Sidney Taylor om het leven. Hij werd tijdelijk begraven aan de Peelkant in Overloon, bij A. van Duren en later in 1947 herbegraven op Overloon War Cemetery. Ook diezelfde dag sneuvelde Reginald Woodland, een kameraad uit hetzelfde regiment. 

Opmerking: De inscriptie op Sidney’s grafsteen in Overloon geeft foutief weer dat hij stierf op zijn 32e. Hij is geboren in 1916 waardoor hij dus 28 jaar was toen hij sneuvelde.

Na de oorlog

Sidney’s familie wist tijdens de oorlog niet waar hij was of wat hij deed. Er is een brief, gedateerd op 10 juni 1944 aan Ivy, waarin hij schrijft dat hij “ergens in Frankrijk” is, maar vanwege de veiligheid zonder verdere details. In zijn volgende brieven naar huis zijn geen specifieke kenmerken te lezen over waar hij zich bevond of bij welke acties hij betrokken was. Op het moment dat hij sneuvelde werd de familie alleen verteld wáár het was gebeurd.

Pas jaren later toen kleinzoon Andrew op onderzoek ging naar de achtergrond van de militaire carrière van zijn grootvader is duidelijk geworden dat hij al op 6 juni 1944 landde op Sword Beach in Normandië en hoe hij uiteindelijk in Overloon om het leven kwam. 

In 2013 bezocht Kay met haar man Barrie, haar zoon Andrew en zijn kinderen, de achterkleinkinderen van Sidney Taylor, het graf in Overloon. 

Kay Orme met echtgenoot, zoon Andrew en kleinkinderen in 2013 in Overloon
Kay Orme met echtgenoot, zoon Andrew en kleinkinderen in 2013 in Overloon

Bronnen en credits

Ancestry Burgerlijke en parochiële geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters; Engelse volkstelling en registers uit 1911, 1921 en 1939; kiezerslijsten; militaire registers en stambomen
Wikipedia voor o.a. informatie over Royal Artillery, 76th Field Regiment
War Diaries 76th Highland Field Regiment
Graham Butterfield, zoon van Francis Edward David Butterfield, kameraad uit hetzelfde regiment
ww2peopleswarstories BBC
Andrew Orme (zoon van Kay Orme) en Leo Janssen

Research Anny Huberts

volg ons op

e-mail: overloonwarchronicles@gmail.com
correspondentieadres:
Holthesedijk 2 a, 5825JG Overloon

Kvk nummer: 83346422
Banknummer: NL04 RBRB 8835 3869 69
t.n.v. Stichting Overloon War Chronicles
BIC / SWIFT code  RBRBNL21

©2021 Overloon War Chronicles