Wilson | Thomas
- Voornamen
Thomas
- Leeftijd
34
- Geboortedatum
05-11-1909
- Datum overlijden
19-10-1944
- Servicenummer
3185445
- Rang
Lance Serjeant
- Regiment
King’s Own Scottish Borderers, 1st Bn.
- Grafnummer
II. B. 10.
Biografie
Thomas Wilson (Servicenummer 3185445) sneuvelde op 19/10/1944 op 34-jarige leeftijd. Hij was een Lance Sergeant in het 1ste Bataljon van de King’s Own Scottish Borderers. Hij werd aanvankelijk begraven op de Begraafplaats A. vd Wijst, Overloon en later bijgezet in graf II. B. 10 op de Oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest Overloon op 15 mei 1947.
Militaire carrière
Thomas was de zoon van Thomas en Polly Wilson. Hij werd op 5 november 1909 geboren in de wijk Benwell in Newcastle upon Tyne. In 1928 verhuisde het gezin naar Yorkshire en woonden zijn ouders in 13 Strafford Street, Darton West, vlakbij Barnsley.
Thomas (Jnr) werkte aanvankelijk als mijnwerker, maar in oktober 1928 meldde hij zich in Sheffield bij de King’s Own Scottish Borderers. Hoewel het regiment niet strikt openstond voor nieuwe rekruten, stond men hem toch toe om zich op 23 oktober 1928 aan te melden. De recruteringsofficier motiveerde zijn beslissing door hem te beschrijven als “een slimme, respectabele en intelligente man – verlangend om zich bij het bovengenoemde regiment aan te sluiten en weigert een ander regiment te accepteren. Hij verklaart dat zijn vader een aantal jaren bij de KSOB heeft gediend. Hij meldde zich aanvankelijk aan als soldaat voor 7 jaar in deze lichting, gevolgd door 5 jaar in de reservisten.
Er wordt gedacht dat hij aanvankelijk in het 1e Bataljon diende maar op 25/2/1930 werd overgeplaatst naar het 2e Bataljon toen hij naar India werd uitgezonden waar hij 6 jaar diende. Gedurende deze tijd werd hij op 1/11/1932 benoemd tot Lance Corporal maar twee maanden later keerde hij op eigen verzoek terug naar de rang van Private.
Hij kreeg toestemming om zijn diensttijd met zes maanden te verlengen vanaf het moment dat hij op 26 maart 1936 in Groot-Brittannië aankwam om een beroepsopleiding te volgen aan het Army Vocational Training Centre in Aldershot. Het doel hiervan was om soldaten die het leger verlieten een vak te leren voordat ze bij de reservisten gingen. Hij mocht hier eerder vertrekken dan gepland om zich op 27/6/1936 bij de reservisten aan te sluiten, omdat hij werk had gevonden bij de Pressed Steel Co. Ltd. Cowley, Oxford in het vak dat hij geleerd had. Dit was een carrosseriebedrijf dat in 1926 in Cowley was opgericht als joint venture tussen William Morris, Budd Corporation uit Philadelphia USA en een Brits/Amerikaanse bank J. Henry Schroder & Co. Morris droeg zijn belang later over aan zijn bedrijf Morris Motors Limited. Pressed Steel werd later opgenomen in de British Motor Corporation en daarna British Leyland. De fabriek in Cowley bestaat nog steeds en hier wordt de Mini van BMW geassembleerd.
Uit een legerdocument tijdens zijn diensttijd blijkt dat hij zijn familienaam veranderde in die van zijn moeder, Polly, die nu in 17 Hawthorne Crescent, Dodworth, Barnsley woonde. Misschien was zijn vader overleden.
Thomas gaf zijn nieuwe adres bij zijn indiensttreding op als 42 Wilkins Road, Cowley, Oxford. Tijdens zijn verblijf in Oxford moet hij zijn toekomstige vrouw hebben ontmoet – Nancy Buckley – die op 28/7/1909 werd geboren als Annie Buckley, maar bekend stond als Nancy. Naar verluidt was ze Iers, maar het is niet bekend wanneer ze naar Engeland kwam. Ze trouwden in Oxford op 27/2/1938 en kregen een dochter, April V Wilson, in het voorjaar van 1939. In juni 1939 werd Thomas benaderd door het leger om beschikbaar te zijn voor training. Op dat moment woonden ze in 71 Croft Road, New Marston, Oxford.
Met de oorlogsverklaring op 1 september 1939 werd Thomas de volgende dag gemobiliseerd in Berwick on Tweed en op 3 september werd hij geplaatst bij het 1e Bataljon van de KSOB, opnieuw als soldaat. In september 1939 woonde Nancy in Croft Road 71 met haar jonge baby en ook haar ongetrouwde oudere zus, Nora Buckley, die op 4/7/1907 geboren was en haar in huis hielp. Nora (of Nonie zoals ze bij familie bekend stond) had ook een tweelingzus die bij haar geboorte Mary heette, maar bekend stond als Mollie.
Thomas werd op 3/10/1939 met zijn bataljon als onderdeel van de British Expeditionary Force naar Frankrijk gestuurd. Ze werden uiteindelijk teruggedreven naar Duinkerken vanwaar hij op 31/5/1940 werd geëvacueerd.
Het bataljon bracht de volgende vier jaar door met trainen in de UK. Van Thomas zelf is bekend dat hij in 1941 een aanvalscursus volgde, in juni 1942 een cursus gevechtsdrill en in 1943 een opleiding tot instructeur handvuurwapentraining.
Tijdens deze periode kreeg hij ook enkele promoties. Op 19/3/1940 werd hij eerst aangesteld als onbetaalde Lance Corporal en vervolgens op 1 juni in een betaalde functie. Op 19/7/1940 werd hij bevorderd tot waarnemend korporaal. Op 12/11/1940 werd hij toegevoegd aan het 9e Bataljon van de “Buffs” (het Royal East Kent Regiment). Het is niet bekend hoe lang deze aanstelling duurde maar het was waarschijnlijk maar voor een korte periode. In januari 1942 werd hij waarnemend sergeant. Een Lance Sergeant is een Korporaal die beoordeeld wordt voor promotie tot Sergeant. Hij werd op 28/11/1942 benoemd tot Acting Sergeant en in 1943 tot War Substantive Sergeant.
Hij scheepte zich op 5/6/1944 in voor Frankrijk en nam de volgende dag met zijn bataljon deel aan de landingen op D-Day in Normandië. Ze speelden hun rol in Operatie Goodwood in juli als onderdeel van de grotere strijd om Caen. Thomas werd op 14/7/1944 op eigen verzoek teruggezet naar Korporaal.
Het bataljon zag enige actie bij Vire op 9 augustus, maar werd in reserve gehouden tijdens aanvallen bij Tinchebray. Van 20 augustus tot 3 september hadden ze een trainingsperiode. Thomas werd op 20 augustus opnieuw aangesteld als waarnemend Lance Sergeant. Van 5 tot 16 september waren ze in Etrepangy waar ze opnieuw rustten en nog eens 30 andere rangen als versterking ontvingen bovenop de 6 officieren en 91 andere rangen die ze al sinds D-Day hadden ontvangen.
Daarna trokken ze snel voorbij Brussel en door Leuven om het 2e Bataljon van de Royal Ulster Rifles en het 2e Bataljon van het Lincolnshire Regiment te ondersteunen toen ze het Maas Escault Kanaal overstaken en verder België en Nederland in trokken en op 28 september Milheeze bereikten. Op dit punt vermeldt het oorlogsdagboek dat de badunit arriveerde en “het hele bataljon voelde zich voor het eerst sinds Etrepagny weer schoon”, wat meer dan 3 weken eerder was.
Op 1 oktober bereikten ze St Hubert waar ze zeer goed werden ontvangen door de inwoners. Ze bleven daar tot 12 oktober. Ze brachten hun tijd door met trainen, maar hadden ook tijd voor ontspanning. Op het voetbalveld van St Hubert werd een voetbalwedstrijd georganiseerd tegen het 6e Bataljon van het regiment. Ze verloren met 4 – 1 en de Pipe Band speelde in de rust en aan het eind van de wedstrijd. Ze hadden ook twee filmvoorstellingen op de 10e en 11e. In het dagboek staat dat ze St Hubert op 12 oktober verlieten na een aangenaam verblijf van 10 dagen.
Op 12 oktober bereikten ze een verzamelplaats net ten westen van St Anthonis. Op die dag slaagde de 1st Suffolks erin Overloon te veroveren en namen ze een positie in net ten zuiden van de stad. De volgende dag viel de 1st KOSB het bos ten zuidwesten van Overloon aan en bereikten het zuiden van het bos, hoewel ze onder vuur kwamen te liggen toen ze het bos bereikten. Ze bleven daar de volgende dag terwijl het Royal Ulster Regiment en de Lincolns het bos verder naar het oosten aanvielen.
Op de 15de trokken ze iets verder naar het zuiden en op de 16de gingen ze verder naar het zuiden, in de verwachting dat ze daar die nacht zouden blijven. In plaats daarvan kregen ze het bevel om de positie over te nemen van het 4de Bataljon King’s Shropshire Light Infantry ten oosten van Overloon in het gebied bij Smakt, waarbij de compagnieën zich van noord naar zuid ten westen van de spoorweg opstelden. Ze namen de positie pas om 19.30 uur over in zeer zware regen en de verkenningsploegen konden hun posities nauwelijks zien voor het donker werd. Op 17 oktober vermeldt het Oorlogsdagboek dat het bataljon de zwaarste beschietingen en mortierbeschietingen tot dan toe te verduren kreeg. Hun tijd werd besteed aan het patrouilleren in het gebied ten westen van de spoorweg en het in de gaten houden van vijandelijke stellingen. De zware beschietingen gingen door op de 18de en 19de. Op de 19e vermeldt het oorlogsdagboek successen in het bestrijden van vijandelijke activiteiten door middel van artillerievuur en het opzetten van een observatiepost in een boerderij genaamd “Hoeve de Knol”. Het was echter op die dag, vlak bij die boerderij, dat Thomas Wilson sneuvelde. In totaal had hij 15 jaar en 362 dagen in het leger gediend.
Met Thomas sneuvelden die dag ook Edward Fenn, William Cluett en Percy Chambers, kameraden uit hetzelfde regiment.
Onze stichting ontving een brief van de familie van Edward Fenn, waarin het dramatische voorval op die dag duidelijk omschreven is. De sergeant die hierin beschreven wordt is zeer waarschijnlijk Thomas Wilson en de twee anderen William Cluett en Percy Chambers. De graves concentration reports van deze militairen ondersteunen deze gedachte.
Een gedeelte uit deze brief:
“We vochten tegen de Duitsers in een heel groot bos en slaagden erin hen naar het open veld te drijven, zodat onze compagnie daar kon uitrusten. De Duitsers bevonden zich dus in het open veld op een spoordijk en wij waren in het bos. Aan het einde van het bos, tegenover de Duitsers, lag een boerderij en daar bevond zich het peloton waar Ted (Edward Fenn) deel van uitmaakte.
Op de ochtend van 19 oktober om 10.00 uur kreeg Ted het bevel om met een patrouille van de boerderij naar een bepaalde plek in het open veld te gaan. Toen hij daar aankwam, zag hij een groep Duitsers op zich afkomen en hij zei meteen tegen zijn mannen dat ze moesten gaan liggen en stil blijven liggen, omdat hij wilde wachten tot de Duitsers dichtbij waren en dan proberen hen allemaal gevangen te nemen.
Alles ging goed en toen de Duitsers dichterbij kwamen, begon het mis te gaan. Een van de mannen verloor zijn zelfbeheersing, sprong op en rende weg. Toen brak er paniek uit onder de mannen en nog een man rende weg, waardoor Ted met twee mannen achterbleef. Met drie mannen tegen een bende Duitsers was het hopeloos en daarom was er maar één ding te doen: ieder voor zich. Toen de drie helden opstonden, werden er twee gedood en Ted werd gezien terwijl hij zijn buik vasthield en weg rende.
Ondertussen viel de eerste man die was weggerend terwijl hij probeerde terug te komen naar de boerderij. Een sergeant (zeer waarschijnlijk Thomas Wilson) rende hem tegemoet en werd door een machinegeweer neergeschoten en op slag gedood. Terwijl dit alles gebeurde, vuurde ons machinegeweer vanuit het huis op de Duitsers, die onmiddellijk hun wapens op de boerderij richtten.
De eerste man die was weggerend, bereikte de boerderij zonder problemen. Op dat moment kregen wij, die op dat moment in het hoofdkwartier waren, het nieuws over wat er was gebeurd en meteen werd een reddingsploeg gevormd om de doden en gewonden binnen te halen. We slaagden erin de mannen van de boerderij binnen te halen, maar toen we probeerden de dode sergeant en Ted binnen te halen (van wie we dachten dat hij nog leefde), werden we beschoten door de Duitsers.
Toen zei de officier dat het hopeloos was en dat we moesten wachten tot het donker werd. De duisternis viel en de reddingsploeg ging op pad. We vonden de sergeant en brachten hem binnen. Drie uur later besloten we een derde poging te doen om Ted binnen te halen en om 22.30 uur vonden we hem, dood.”
De volgende dag op 20 oktober 1944, werden de kameraden begraven op de Begraafplaats A. vd Wijst, Overloon en later herbegraven op Overloon War Cemetery, dichtbij elkaar.
De volledige brief is te lezen in de biografie van Edward Fenn.


De vrouw van Thomas werd op 1/11/1944 van zijn dood op de hoogte gebracht. Ze kreeg een pensioen en ook een toelage voor haar kind die vanaf 5/2/1945 betaald zou worden. Ze kreeg ook zijn persoonlijke bezittingen toegestuurd in april 1945. Deze bestonden uit een dagboek, 15 foto’s, een kam in een etui (kapot) en 4 zijden vlinders in een envelop. Ze woonde toen nog op Croft Road 71.
Thomas’ dochter April trouwde in 1959 met Anthony P G McGuigan en kreeg drie kinderen, de kleinkinderen van Thomas.
Nonie en Mollie Buckley bleven tot hun dood bij Nancy wonen op 71 Croft Road, New Marston, Oxford. Nonie stierf op 21 januari 1980, Mollie op 6 januari 1989 en Nancy op 7 juli 1989.
Onderscheidingen
Thomas kreeg de volgende medailles: de 1939-43 Star, France and Germany Star, Defence Medal en
Oorlogsmedaille 1939/45.
Bronnen en credits
Van de FindMyPast website: Burgerlijke en parochiële geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters; Engelse volkstelling en registers uit 1939; militaire registers, kieslijsten
Dienststaat van Thomas Wilson
1e Bataljon KOSB Oorlogsdagboek
Wikipedia: Pressed Steel Company Limited
Foto en familie-informatie van Thomas’ dochter, April McGuigan
Deze biografie is mede samengesteld door onze Stichting op basis van eigen onderzoek en verhalen van andere militairen die dienden in hetzelfde regiment of deelnamen aan dezelfde strijd op die dag. Hierbij is deels gebruikgemaakt van collectief werk binnen de stichting.
Research Elske Dusselaar-van Kammen, Elaine Gathercole