Chambers | Percy
- Voornamen
Percy
- Leeftijd
29
- Geboortedatum
23-03-1915
- Datum overlijden
19-10-1944
- Servicenummer
5116538
- Rang
Private
- Regiment
King’s Own Scottish Borderers, 1st Bn.
- Grafnummer
II. B. 13.
Biografie
Percy Chambers sneuvelde op 19 oktober 1944 in de buurt van Overloon. Hij was een Private in het King’s Own Scottish Borderers, 1st Bn. (Servicenummer 5116538). Hij werd aanvankelijk begraven op Begraafplaats A. vd Wijst in Overloon en herbegraven op 13 mei 1947 in graf II.B.13. op de CWG Begraafplaats Overloon.
Familieachtergrond
Percy was de zoon van William Arthur Chambers en Caroline S Chambers (geboren Hillier). Hij had een tweelingbroer genaamd Reginald, een zus genaamd Ethel May, een zus genaamd Carrie, een broer genaamd William Edward en een broer genaamd Leslie Norman. In 1921 woonde het gezin op Fordhouse Lane 19 in Stirchley, Birmingham.
In 1939 was Percy tramconducteur bij Birmingham Corporation Tramways.
Hij trouwde op 14 november 1942 met Lilian Cecilia Ruth Colbourne in de parochiekerk van Selly Hill, Birmingham.
Na de tragische dood van Percy hertrouwde zijn vrouw Lilian in 1946.
Percy werd altijd door zijn familie genoemd en dat is nog steeds zo.
Militaire carrière
Het is op dit moment nog niet duidelijk wanneer Percy zich aansloot bij het King’s Own Scottish Borderers 1st Bn.
In juni verbleef het regiment in Noord Frankrijk, na de landingen op D-Day in Normandië. Ze speelden een rol in Operatie Goodwood in juli, als onderdeel van de grotere slag om Caen.
Het bataljon kwam op 9 augustus in actie bij Vire, maar werd tijdens de aanvallen op Tinchebray in reserve gehouden. Van 20 augustus tot 3 september volgden ze een trainingsperiode. Van 5 tot 16 september waren ze in Etrepangy, waar ze opnieuw rustten en nog eens 30 manschappen als versterking kregen, bovenop de 6 officieren en 91 manschappen die ze sinds D-Day al hadden gekregen.
Vervolgens trokken ze snel via Brussel en Leuven op om het 2e Bataljon van de Royal Ulster Rifles en het 2e Bataljon van het Lincolnshire Regiment te ondersteunen bij de oversteek van het Maas-Scheldekanaal en verder naar België en Nederland, waar ze op 28 september Milheeze bereikten. Op dit punt vermeldt het oorlogsdagboek dat de badunit arriveerde en “het hele bataljon zich voor het eerst sinds Etrepagny” weer schoon voelde, wat meer dan 3 weken geleden was.
Op 1 oktober bereikten ze St Hubert, waar ze zeer goed werden ontvangen door de inwoners. Ze bleven daar tot 12 oktober. Ze brachten hun tijd door met trainen, maar hadden ook tijd voor ontspanning. Er werd een voetbalwedstrijd georganiseerd tegen het 6e bataljon van het regiment op het voetbalveld van St Hubert. Ze verloren met 4-1 en de Pipe Band speelde tijdens de rust en na afloop van de wedstrijd. Op 10 en 11 oktober waren er ook twee filmvoorstellingen. In het dagboek staat dat ze op 12 oktober na een aangenaam verblijf van tien dagen St Hubert verlieten.
Op 12 oktober bereikten ze een verzamelplaats net ten westen van Sint Anthonis. Die dag slaagde het 1e Suffolks erin Overloon te veroveren en een positie in te nemen net ten zuiden van de stad. De volgende dag viel het 1stKOSB het bos ten zuidwesten van Overloon aan en bereikte het zuiden van het bos, hoewel het onder vuur kwam te liggen toen het daar aankwam. Ze bleven daar de volgende dag, terwijl het Royal Ulster Regiment en de Lincolns het bos verder naar het oosten aanvielen.
Op de 15e trokken ze iets verder naar het zuiden en op de 16e zetten ze hun opmars naar het zuiden voort, in de verwachting daar die nacht te blijven. In plaats daarvan kregen ze het bevel om het 4e bataljon King’s Shropshire Light Infantry ten oosten van Overloon in het gebied bij Smakt af te lossen, waarbij de compagnieën zich in noord-zuidelijke richting ten westen van de spoorlijn opstelden. Ze namen de positie pas om 19.30 uur over, in zeer hevige regen, waardoor de verkenningseenheden hun posities voor het donker nauwelijks konden zien. Op 17 oktober vermeldt het oorlogsdagboek dat het bataljon de zwaarste beschietingen met granaten en mortieren tot dan toe te verduren kreeg. Ze brachten hun tijd door met patrouilleren in het gebied ten westen van de spoorlijn en het in de gaten houden van vijandelijke posities. De zware beschietingen gingen op 18 en 19 oktober door. Op de 19e vermeldt het oorlogsdagboek successen in het bestrijden van vijandelijke activiteiten door middel van artillerievuur en het opzetten van een observatiepost in een boerderij genaamd “Hoeve de Knol”. Het was echter op die dag, vlak bij die boerderij, dat Percy Chambers sneuvelde.
Met Percy sneuvelden die dag ook Edward Fenn, William Cluett en Thomas Wilson, kameraden uit hetzelfde regiment.
Onze stichting ontving een brief van de familie van Edward Fenn, waarin het dramatische voorval op die dag duidelijk omschreven is. De sergeant die hierin beschreven wordt is zeer waarschijnlijk Thomas Wilson en de twee anderen William Cluett en Percy Chambers. De graves concentration reports van deze militairen ondersteunen deze gedachte.
Een gedeelte uit deze brief:
“We vochten tegen de Duitsers in een heel groot bos en slaagden erin hen naar het open veld te drijven, zodat onze compagnie daar kon uitrusten. De Duitsers bevonden zich dus in het open veld op een spoordijk en wij waren in het bos. Aan het einde van het bos, tegenover de Duitsers, lag een boerderij en daar bevond zich het peloton waar Ted (Edward Fenn) deel van uitmaakte.
Op de ochtend van 19 oktober om 10.00 uur kreeg Ted het bevel om met een patrouille van de boerderij naar een bepaalde plek in het open veld te gaan. Toen hij daar aankwam, zag hij een groep Duitsers op zich afkomen en hij zei meteen tegen zijn mannen dat ze moesten gaan liggen en stil blijven liggen, omdat hij wilde wachten tot de Duitsers dichtbij waren en dan proberen hen allemaal gevangen te nemen.
Alles ging goed en toen de Duitsers dichterbij kwamen, begon het mis te gaan. Een van de mannen verloor zijn zelfbeheersing, sprong op en rende weg. Toen brak er paniek uit onder de mannen en nog een man rende weg, waardoor Ted met twee mannen achterbleef. Met drie mannen tegen een bende Duitsers was het hopeloos en daarom was er maar één ding te doen: ieder voor zich. Toen de drie helden opstonden, werden er twee gedood en Ted werd gezien terwijl hij zijn buik vasthield en weg rende.
Ondertussen viel de eerste man die was weggerend terwijl hij probeerde terug te komen naar de boerderij. Een sergeant rende hem tegemoet en werd door een machinegeweer neergeschoten en op slag gedood. Terwijl dit alles gebeurde, vuurde ons machinegeweer vanuit het huis op de Duitsers, die onmiddellijk hun wapens op de boerderij richtten.
De eerste man die was weggerend, bereikte de boerderij zonder problemen. Op dat moment kregen wij, die op dat moment in het hoofdkwartier waren, het nieuws over wat er was gebeurd en meteen werd een reddingsploeg gevormd om de doden en gewonden binnen te halen. We slaagden erin de mannen van de boerderij binnen te halen, maar toen we probeerden de dode sergeant en Ted binnen te halen (van wie we dachten dat hij nog leefde), werden we beschoten door de Duitsers.
Toen zei de officier dat het hopeloos was en dat we moesten wachten tot het donker werd. De duisternis viel en de reddingsploeg ging op pad. We vonden de sergeant en brachten hem binnen. Drie uur later besloten we een derde poging te doen om Ted binnen te halen en om 22.30 uur vonden we hem, dood.”
De volgende dag op 20 oktober 1944, werden de kameraden begraven op de Begraafplaats A. vd Wijst, Overloon en later herbegraven op Overloon War Cemetery, dichtbij elkaar.


De volledige brief is te lezen in de biografie van Edward Fenn.

Bronnen en credits
Sarah Endicott voor de foto’s en toelichting op Findagrave.com
Deze biografie is mede samengesteld door onze Stichting, op basis van eigen onderzoek en verhalen van andere militairen die dienden in hetzelfde regiment of deelnamen aan dezelfde strijd op die dag. Hierbij is deels gebruikgemaakt van collectief werk binnen de stichting.
Research Anny Huberts