Richmond | Albert Samuel
- Voornamen
Albert Samuel
- Leeftijd
24
- Geboortedatum
1920
- Overlijdensdatum
13-10-1944
- Servicenummer
4806020
- Rang
Private
- Regiment
Suffolk Regiment, 1st Bn.
- Grafnummer
II. E. 9.
Biografie
Albert Samuel Richmond sneuvelde op 13-10-1944 in Overloon op 20-jarige leeftijd. Hij werd aanvankelijk begraven op de begraafplaats Th.J. Janssen en herbegraven in graf II.E.9. op Overloon CWG Cemetery op 20 mei 1944. Hij was soldaat in het 1ste Bataljon van het Suffolk Regiment (Servicenummer 4806020). De inscriptie op zijn graf luidt als volgt: “God’s greatest gift. remembrance”
Familie achtergrond
Albert werd geboren in januari 1920. Zijn ouders waren John William Richmond en Ada Meeds.
Albert had 10 broers en zussen. Ted, Lucy, Walt, George, Kath, Violet, Dot, Bill, Ivy and Derek. Lucy werd opgevoed door haar grootouders nadat ze op 9-jarige leeftijd polio had gekregen. Zijn jongste broertje Derek verdronk op 2-jarige leeftijd.
De Richmonds woonden op Holland Fen, Lincolnshire, in Engeland in de buurt van het dorp East Heckington en de stad Heckington. Helaas leeft geen van Alberts broers en zussen nog, zijn jongste zus overleed ongeveer 5 jaar geleden. De familie was landarbeider van generatie op generatie. Alberts laatste baan voordat hij naar de Suffolk’s ging was landarbeider.
Albert trouwde in 1943 met Kathleen Starbuck ergens in de buurt van Wisbech. Zijn oudere broer Walt was “his best man”. Tijdens de bruiloft werden militaire uniformen gedragen.
Kathleen diende bij de Auxiliary Territorial Service (ATS). De ATS werd opgericht in 1938. Aanvankelijk waren er alleen banen voor koks, bedienden, verpleegsters, winkelmeisjes of chauffeurs. Maar uiteindelijk waren er meer dan honderd verschillende functies bij de ATS, waaronder het dienen in luchtafweerbatterijen. Door deze uitbreiding konden meer mannen worden vrijgemaakt voor frontdienst. Meer dan 250.000 vrouwen dienden in de ATS tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarmee het de grootste vrouwendienst was.
Zijn broer Walt zat bij de Home Guard. De Home Guard werd in mei 1940 opgericht als de ‘laatste verdedigingslinie’ van Groot-Brittannië tegen de Duitse invasie. Leden van dit ‘Dad’s Army’ waren meestal mannen boven of onder de dienstplichtige leeftijd en degenen die ongeschikt of onverkiesbaar waren voor frontlinie militaire dienst. De militie ontwikkelde zich tot een goed uitgerust en goed getraind leger van 1,7 miljoen mannen. Mannen van de Home Guard werden niet alleen klaargestoomd voor invasies, maar vervulden ook andere taken, zoals het opruimen van bommen en het bemannen van luchtafweergeschut en kustartillerie.
Albert en Kathleen kregen een zoon Kenneth die in 1944 werd geboren. Albert stierf helaas voordat hij zijn zoon ontmoette. Er werd een brief naar hem gestuurd om hem te vertellen dat hij vader was geworden van een zoon Kenneth. Deze brief werd hem echter pas in Nederland overhandigd, wat betekende dat hij geen speciaal verlof meer kon aanvragen om naar huis te gaan om zijn gezin te zien.
Kathleen is nooit hertrouwd. Een uitspraak van haar was ”They took the one I loved, and I won’t marry again”. Deze moedige vrouw bleef bij haar uitspraak en voedde haar zoon Kenneth liefdevol op in haar eentje.
Kathleen en Kenneth zijn een keer op bezoek in Nederland geweest. Ook twee van zijn zussen hebben zijn graf bezocht. Alberts oudere broer Walt, de grootvader van Mandy, die ons schreef, heeft helaas nooit zijn graf kunnen bezoeken.
“De dood van zijn broer Albert was het grootste verdriet in zijn hele leven. Hij zou zo ontroerd zijn om te zien hoe zorgvuldig zijn broers graf wordt onderhouden. De dood van Albert bracht nog steeds tranen in mijn grootvaders ogen toen hij ver in de 80 was. Het verlies was een verdriet dat nooit geheeld is.”
“Ik hoop zelf heel erg dat ik ooit het graf van Albert kan bezoeken namens mijn opa, ik weet dat het de wereld voor hem zou hebben betekend.”
Alberts naam staat op het oorlogsmonument in East Heckington, waar o.a. zijn broer Walt als zijn vrouw elk jaar bloemen voor hem neerlegden op het Remembrance Day. Mandy legde kruisjes op het herdenkingsveld in Westminster Abbey op Remembrance day.
Militaire carriere
Albert meldde zich in 1940 aan bij het leger. Het is niet precies bekend of hij zich direct bij het 1ste Bataljon van het Suffolk Regiment voegde.
Na de evacuatie van Duinkerken in mei 1940 bracht het bataljon de volgende vier jaar door met trainen in het Verenigd Koninkrijk voor de invasie van Normandië in 1944. Ze landden op Sword Beach op D-Day, 6 juni, en waren betrokken bij de aanval en de inname van het Hillman Fort op die dag. Ze trokken verder door Frankrijk en België, met zware gevechten die veel levens kostten bij Chateau de la Londe en Tinchebrai voordat ze in Nederland aankwamen, waar ze op 1 oktober Molenhoek bereikten, net onder Nijmegen.
Tegen die tijd was Operatie Market Garden er niet in geslaagd de brug bij Arnhem te veroveren, zodat de Geallieerden in een smalle salient door Nederland achterbleven. Het bataljon zou daarom deel uitmaken van Operatie Aintree. Het doel was Overloon aan te vallen en de vijandelijke salient ten westen van de rivier de Maas vrij te maken. Ze draaiden daarom naar het zuiden, via Mook en Rijkevoort om bezet Overloon vanuit het noorden te naderen.
De aanval op Overloon werd vertraagd door hevige regen en zeer modderige omstandigheden tot de middag van 12 oktober. Het plan was dat het 1st Suffolk Regiment rechts zou aanvallen terwijl het 2nd Battalion van het East Yorkshire Regiment links verder zou gaan. Vroeg die ochtend trok het bataljon door St Anthonis en Oploo naar een verzamelplaats om Overloon aan te vallen. Een spervuur van de artillerie ging elke 5 minuten 100 meter vooruit met het bataljon erachteraan. Het bataljon bereikte die dag hun doel dat net ten westen van Overloon lag, maar met 10 gesneuvelde mannen en 57 gewonden. Gedurende die nacht werd het bataljon blootgesteld aan tamelijk zwaar granaat- en mortiervuur. De volgende dag, 13 oktober, verplaatste het bataljon zijn positie iets naar het oosten, langs de hoofdweg van Overloon naar Venray. Dit was een veiligere positie dan de vorige nacht omdat andere regimenten de nabijgelegen bossen van de vijand hadden gezuiverd. Toch werden er die dag vier mannen gedood en 20 gewond, waaronder Albert Samuel Richmond.
Zijn andere kameraden die op deze dag sneuvelden waren Stanley Douglas Bowyer, John Alfred Thomas Warnell en George Victor Willoughby.
Van het Suffolk Regiment, 1st Bn. liggen 23 mannen begraven op Overloon War Cemetery.
Bronnen en credits
Imperial War Museum
Ancestry records en stambomen
Mandy Godfree, achternicht van Albert Richmond voor familieachtergrond en foto’s.
Research Anny Huberts