Perrins | Hubert Raymond
- Voornamen
Hubert Raymond
- Leeftijd
21
- Geboortedatum
15-11-1923
- Datum overlijden
28-10-1944
- Servicenummer
14339522
- Rang
Gunner
- Regiment
Royal Artillery, 33 Field Regt.
- Grafnummer
I. E. 4.
Biografie
Hubert Raymond Perrins werd geboren op 15 november 1923. Hij was de jongste van 5 kinderen van Thomas en Harriet Perrins die woonden in 36 Freeman Street in de wijk Brynhyfryd in Swansea. Hubert was vernoemd naar zijn oom Hubert Perrins, die kort voor zijn geboorte op 12 oktober 1923 op 22-jarige leeftijd overleed. Zijn broers en zussen waren William Glanville, bekend als Glyn, geboren op 29 juni 1910; Thomas Frank Perrins, bekend als Frank, geboren op 24 augustus 1912; Edna May, geboren op 8 oktober 1914 en Winifred, geboren op 17 juni 1920.
Hubert ging van zijn vijfde tot zijn elfde jaar naar de Brynhyfryd Infants and Junior Schools, op vijf minuten lopen van hun huis in Freeman Street. Zoals alle kinderen van zijn leeftijd ging hij op zijn 11e naar de senior school in Manselton, waar hij op zijn 15e weer wegging.
Ten tijde van zijn indiensttreding werkte Hubert als arbeider in de barmolenafdeling van Messrs. Baldwins, een blikfabriek in het nabijgelegen Landore. Hubert’s vader en andere familieleden werkten daar ook.
Hubert was een volleerd muzikant die gitaar had leren spelen en in zijn vrije tijd speelde hij graag voor familie en vrienden.
Net als de hele familie ging hij regelmatig naar de Wesley Methodist kerk in Eaton Road, Brynhyfryd. Zijn vader voorzag de kerk van bloemen, voornamelijk chrysanten, gekweekt in een kas in de achtertuin van hun huis en zijn moeder hielp met het schoonmaken van de kerk en schikte de bloemen voor de dagelijkse diensten. Hubert gaf ook elke zondag zondagsschool aan de kinderen in de kerk als hij niet werkte.
Familiegeschiedenis
Hubert’s overgrootvader, William Perrins (1823 – 1903) en zijn vrouw Jane, geboren Abraham, (1821 – 1905) waren in 1846 getrouwd in Littlehempston in Devon en kregen een dochter Mary Elizabeth (1847 – 1849) voordat ze verhuisden naar Chepstow waar ze nog twee dochters kregen, Jane (1849 – 1850) en Mary Ann (1850 – ). Kort daarna verhuisden ze naar Swansea. William was spoorwegarbeider in Chepstow. In 1861 verhuisden ze naar de wijk Brynhyfryd in Swansea waar William werk vond als arbeider in de nabijgelegen koper- en smelterij. Vanaf 1853 kregen William en Jane nog 5 kinderen: William (1853 – 1923) die de grootvader van Hubert was, John (1859 – 1936), Richard (1860 – 1941), Sarah Ann (1863 – 1933), Abraham (1867 – 1939). Het grootste deel van de familie bleef in en rond het gebied Brynhyfryd/Cwmbwrla/Manselton wonen en de zonen van William en Jane werkten ook in de koper- en blikfabrieken.
In 1901 woonden William en Jane in 12 Caerowland Street, Manselton met hun jongste zoon Abraham. William’s beroep was kopersmelter in een plaatselijke gieterij en dat was ook het beroep van Abraham.
Hubert’s grootvader trouwde op 16 april 1879 in Swansea met Ann Beynon, Hubert’s grootmoeder, en kreeg van 1879 tot 1904 10 kinderen – William John (1879 – 1935), Mary Ann (1881 – ), Thomas, Hubert’s vader (1883 – 1967), Robert (1885 – 1955), Sarah (1887 – ), Gilbert (1889 – 1979), Emma (1891 – ), Sophia (1893 – 1960), Hubert (1901 – 1923), Edward (1904 – 1904).
In 1921 was het gezin verhuisd naar een huurwoning op 36 Freeman Street. William was tegen die tijd weduwnaar en zijn zoon Thomas, de vader van Hubert, was met zijn gezin bij hem ingetrokken. Huberts grootmoeder Mary, Harriet’s moeder, woonde ook bij hen in.
De familie bleef op 36 Freeman Street wonen. Hubert’s zus Edna en haar man trokken na de dood van Hubert in bij Thomas en Harriet en bleven daar wonen tot het huis in 2012, kort na de dood van Edna, werd verkocht.
Militaire carrière
De familie weet heel weinig over Hubert’s dienst bij de Royal Artillery. Het is niet precies bekend wanneer hij zich aansloot bij het 33 Field Regiment van de Royal Artillery.
Het 33 Field Regiment landde op D-Day op Sword Beach als onderdeel van de 3e Divisie. Ze waren betrokken bij zware gevechten in Normandië en bij het bombardement dat werd afgevuurd voor Operatie Goodwood op 18 juli 1944. Begin september vertrokken ze naar België en Nederland om als rechterflankbescherming te dienen voor Operatie Market-Garden, de poging om via Eindhoven, Nijmegen en Arnhem een weg over de Rijn te banen. De geallieerde opmars raakte zijn voorraden kwijt en een tijd lang moest de divisie Duitse rantsoenen eten: “De honingkoekjes en diepvriesgroenten werden goedgekeurd, maar het vlees was niet populair”. Na de mislukking van Market-Garden was de 3e Divisie in oktober 1944 betrokken bij de succesvolle verovering van het dorp Overloon, een kostbare en bloedige strijd. De volgende vier maanden hield de 3e Divisie de oever van de Maas in handen van Cuijk tot Vierlingsbeek. Op 28 oktober 1944 werd 33 Field echter getroffen door Duits anti-batterijgeschut waarbij meer dan honderd granaten neerkwamen op de posities van de 25-ponders. Hierbij sneuvelden 9 militairen, waaronder kameraden van Hubert. Hubert zelf raakte gewond maar stierf later die dag aan zijn verwondingen. Hij werd tijdelijk begraven op de Rieterdreef in Overloon (bij Huysmans) met in totaal vijf van de tien dodelijke slachtoffers van de voltreffer op 28 oktober 1944; D. C. Langham-Mason, G. R. Olsen, A. C. Pearce en Aylmer Penrose. In mei 1947 werden ze allemaal herbegraven op Overloon War Cemetery op perceel I, rij E.
Hubert’s ouders konden met hulp van de Royal British Legion en inwoners van Overloon zijn rustplaats bezoeken. Zijn zus Edna en haar zoon, schoondochter en kleindochter bezochten zijn graf ook in 1987. Hubert wordt ook herdacht op het graf van zijn ouders op Morriston Cemetery in Swansea. Zijn gitaar blijft bij de familie en wordt goed verzorgd.
Bronnen en credits
Tekst en foto’s van Jane Hope, schoondochter van Edna, de zus van Hubert.