Laggett Ronald Charles
Laggett | Ronald
Voornamen
Ronald Charles
Leeftijd
20
Geboortedatum
03-06-1924
Datum overlijden
27-04-1945
Servicenummer
14388156
Rang
Private
Regiment
The Queen’s Royal Regiment (West Surrey),1/6th Bn.
Grafnummer
IV. A. 7.

Ronald Charles Laggett
Ronald Charles Laggett

Graf Ronald Charles Laggett
Graf Ronald Charles Laggett
Biografie
Ronald Laggett (dienstnummer 14388156) stierf op 27 april 1945 als gevolg van een hartritme stoornis. Hij was 20 jaar oud en was soldaat in het Queen’s Royal Regiment (West Surrey), 1/6e Bataljon. Hij werd aanvankelijk begraven op de begraafplaats van Margraten in Nederland en op 1 mei 1947 herbegraven in graf IV.A.7 op de oorlogsbegraafplaats van Overloon. De inscriptie op zijn graf luidt: “Geef hen eeuwige rust, laat het hemelse licht op hen schijnen”.
Familieachtergrond
Ronald Charles Laggett werd geboren op 3 juni 1924 in Westhampnett, Sussex in Engeland.
Zijn ouders waren Charles Morris Lagget (1879 – 1962) en Edith Warren (1889 – 1975).
Hij had tenminste vier zussen: Nellie Laura (1910-1976), Edith May Laggett (1918-1994), Vera Gertrude Laggett (1921-1999) en Irene Joan Laggett (1926- ).
Ze woonden in Scott Street 4 in Bognor Regis, West Sussex in Zuid Engeland. Charles, zijn vader was tuinman. Ronald was melkboer toen hij in dienst trad.
Bognor Regis
Bognor Regis is een stad en badplaats in West Sussex aan de zuidkust van Engeland. Bognor was vroeger een vissers- (en smokkel)dorp met een haven, totdat het werd omgevormd tot een badplaats. Het was een plaats gelegen in een frontprovincie in oorlog; van een volk dat de gevaren en ontberingen van oorlogstijd doorstond, zich voorbereidde om de indringer het hoofd te bieden, zijn deuren opende voor ontheemden en ondergebrachte militairen, en op tal van manieren zijn steentje bijdroeg aan de bredere oorlogsinspanning.
Op het strand tussen Bognor Regis en Aldwick ligt het wrak van een drijvende ponton die ooit deel uitmaakte van de Mulberry-drijvende havens die door de geallieerden werden gebruikt om op D-Day, 6 juni 1944, de Franse kust binnen te vallen. Het brak los tijdens een storm op 4 juni, de dag voordat het het Engelse Kanaal zou oversteken naar Arromanches, en werd achtergelaten. Kort na D-Day spoelde het aan op het strand.
Ze werden ontworpen in 1942 en vervolgens in minder dan een jaar tijd in het grootste geheim gebouwd. Binnen enkele uren nadat de geallieerden na D-Day bruggenhoofden hadden gecreëerd, werden delen van de twee geprefabriceerde havens vanuit Zuid-Engeland over het Engelse Kanaal gesleept en voor de kust van Omaha Beach (Mulberry “A”) en Gold Beach (Mulberry “B”) geplaatst, samen met oude schepen die als golfbrekers zouden worden gebruikt.
De Mulberry B-haven bij Gold Beach werd na D-Day tien maanden lang gebruikt, terwijl meer dan twee miljoen mannen, vier miljoen ton aan voorraden en een half miljoen voertuigen werden aangevoerd voordat hij volledig buiten gebruik werd gesteld. De gedeeltelijk voltooide Mulberry A-haven bij Omaha Beach werd op 19 juni beschadigd door een hevige storm. Na drie dagen nam de storm eindelijk af en bleek de schade zo ernstig dat de haven werd verlaten en de Amerikanen hun toevlucht namen tot het landen van manschappen en materiaal op de open stranden.
Militaire achtergrond
Ronald Charles Laggett begon zijn militaire loopbaan op 17 december 1942 bij het Queen’s Royal Regiment. Na zijn basisopleiding werd hij op 27 april 1943 overgeplaatst naar het 2e Bataljon van het East Surrey Regiment in Groot-Brittannië.
Terwijl de actieve bataljons van dit regiment in Noord-Africa en Italië vochten, richtte Ronald zich met zijn bataljon op de verdediging van het thuisland en de voorbereiding op de invasie van Europa.
Op 16 april 1944 keerde hij terug naar het 1/6 Bataljon van het Queen’s Royal Regiment. De trainingen in deze periode waren uitgebreid en intens. Terwijl de manschappen de samenwerking met de RAF oefenden, stond de oorlog al voor de deur: tijdens hun oefeningen in Engeland stonden de troepen regelmatig onder vuur van vijandelijke Duitse machinegeweren vanuit de lucht.
Op 28 april werd een Reinforcement Unit opgericht waar Ronald aan toegevoegd werd, onder bevel van kapitein G.A.R.N. Warren, in afwachting van zijn inzet.
In mei 1944 werd het bataljon volledig klaargestoomd voor Normandië. Voertuigen werden waterdicht gemaakt en de manschappen werden voorbereid met tactische trainingen, lezingen en inspecties. Terwijl de voertuigen over de weg naar de kust trokken, reisden de troepen per trein naar de verzamelkampen. De mannen ontvingen hun “mess tin”-rantsoenen en Franse franken om de eerste week in Frankrijk door te komen. Begin juni scheepten zij in bij de Royal Albert Dock en Tilbury Docks, waarna hun konvooi voor anker ging bij Southend, wachtend op het startsein.
De Landing en de Slag om de Bocage
Terwijl op 6 juni de eerste golven militairen de stranden bestormden, werd Ronald in de kampen gebrieft over de voortgang. Tussen 7 en 9 juni voer zijn konvooi door de Straat van Dover onder dekking van een rookgordijn. Op 10 juni 1944 was de aankomst bij Gold Beach voltooid en verzamelde het complete bataljon zich bij Sommervieu, nabij Bayeux. Voor Ronald was de strijd in Frankrijk nu officieel begonnen.
Als onderdeel van de 131st Brigade van de beroemde 7th Armoured Division (de “Desert Rats”), trok Ronald door het verraderlijke Normandische landschap. Het was een uitputtingsslag in de “Bocage”: een gebied vol dichte heggen waar achter elke struik een Duitse hinderlaag kon liggen. De opmars leidde hen langs plaatsen als Briquessard, Grentheville en Fontenay-le-Marmion.
3 Augustus 1944: De Dag van de Vermissing
Begin augustus bevond het bataljon zich nabij Aunay-sur-Odon / Jurques, net onder Caen, tijdens Operation Bluecoat. De dag van 3 augustus begon hoopvol met een geslaagde hinderlaag op een Duitse colonne, maar in de middag sloeg het noodlot toe.
Om 14:50 uur lanceerde de vijand een massale tegenaanval met infanterie en tanks onder dekking van een rookgordijn. De gevechten waren ongekend fel; hoewel er Duitse tanks werden vernietigd, raakten de Britse antitankkanonnen buiten gevecht en werden de posities overrompeld. Rond 16:00 uur werden D-Compagnie en delen van B-Compagnie volledig onder de voet gelopen door de oprukkende Duitse pantsers.
In de chaos van deze overrompeling werd de balans opgemaakt: het bataljon leed zware verliezen met 161 slachtoffers, waarvan 23 doden, 45 gewonden en 93 vermisten. Dit was de dag dat Ronald Laggett als vermist werd opgegeven. Hij was een van de mannen die in de hevige strijd in vijandelijke handen viel.
Krijgsgevangenschap: Stalag IV-B en IV-D
Na de chaotische gevechten van 3 augustus 1944 bleef het lot van Ronald Laggett enige tijd onduidelijk. Terwijl zijn eenheid probeerde de linies te herstellen, werd hij officieel als vermist geregistreerd. Pas later kwam de bevestiging dat hij krijgsgevangen gemaakt was tijdens de overrompeling van zijn compagnie. Vanaf het slagveld in de Normandische “Bocage” begon voor hem een onzekere reis diep in het Duitse Rijk. Hij werd geregistreerd als krijgsgevangene nummer 71010 en overgebracht naar Stalag IV-B.
Stalag IV-B was een van de grootste en meest multinationale krijgsgevangenenkampen van nazi-Duitsland. Het kamp lag ongeveer 8 kilometer ten noordoosten van de stad Mühlberg, in de huidige deelstaat Brandenburg. Bij zijn aankomst trof Ronald een enorme, omheinde stad van barakken aan, waar tienduizenden mannen uit alle hoeken van de wereld gevangen zaten.
Het kamp was een smeltkroes van nationaliteiten: naast Britse soldaten zoals Ronald, hielden de Duitsers er ook Poolse, Franse, Australische, Sovjet-, Joegoslavische, Zuid-Afrikaanse en Italiaanse krijgsgevangenen vast. Ondanks de barre omstandigheden, de schaarste aan voedsel en de constante dreiging van de bewakers, ontstond er in Stalag IV-B een hechte gemeenschap onder de geallieerde gevangenen.
Voor Ronald betekende dit het einde van zijn actieve deelname aan de strijd, maar het begin van een nieuwe, uitputtende beproeving: overleven achter prikkeldraad, ver weg van het front, in afwachting van de uiteindelijke bevrijding.
Het leven in het kamp was een dagelijkse strijd tegen de elementen. Stalag IV-B was extreem overbevolkt, zeker in het begin van 1945 toen er maar liefst 30.000 gevangenen – waaronder 7.250 Britten – opeengepakt zaten. De hygiëne was slecht, de voedselrantsoenen waren minimaal en ziektes zoals tuberculose en tyfus eisten de levens van zo’n 3.000 gevangenen.
Vanuit dit hoofdkamp werden veel gevangenen als dwangarbeiders naar diverse Arbeitskommandos in de regio gestuurd. Begin 1945 kwam er plotseling een evacuatieorder. In de chaos van het naderende front werden de krijgsgevangenen halsoverkop op transporttrucks geladen voordat de linies opnieuw zouden verschuiven.
Of Ronald nog in Stalag IV-B was is niet bekend want volgens zijn Service Record is hij op een onbekend moment overgeplaatst naar Stalag IV-D in Torgau, een stad aan de Elbe die later wereldberoemd zou worden als de plek waar de Amerikaanse en Sovjet-legers elkaar voor het eerst ontmoetten. Stalag IV-D was geen traditioneel barakkenkamp, maar bestond uit gevorderde gebouwen in de stad zelf, waaronder een voormalige drukkerij en een onderofficiersschool.
Hoewel Torgau fungeerde als administratief centrum voor tienduizenden dwangarbeiders in de omliggende mijnen en fabrieken, diende het hoofdkamp in de eindfase van de oorlog ook als “Heilag”: een verzamelplaats voor zieke en gewonde gevangenen die in aanmerking kwamen voor repatriëring of uitwisseling. Er werd gehoopt op een terugkeer naar huis, maar deze uitwisselingen vonden uiteindelijk nooit plaats omdat de Britse legerleiding vreesde dat uitgewisselde Duitse gevangenen direct weer aan het front zouden worden ingezet.
Bevrijding en het Tragische Einde
De langverwachte vrijheid kwam eind april 1945. Terwijl het Rode Leger Stalag IV-B op 23 april bevrijdde, bereikten de geallieerde troepen Torgau op 25 april. Ronald werd uiteindelijk bevrijd in Bennewitz, nabij Leipzig.
Na maanden van ondermijning, slechte voeding en de enorme fysieke en mentale druk van het kampleven, was zijn lichaam echter uitgeput. Hij werd overgebracht naar een Amerikaans evacuatiehospitaal in Naumburg voor medische zorg. De hoop op een behouden thuiskomst was nu tastbaar dichtbij, maar het mocht niet zo zijn. Slechts enkele dagen na zijn bevrijding begaf zijn hart het; Ronald Laggett overleed in het ziekenhuis aan de gevolgen van een hartritmestoornis (heart block complete).
Ronald overleefde de hel van de Bocage, de overrompeling van zijn compagnie en de ontberingen van de Duitse kampen, om uiteindelijk in de vroege dagen van de vrede te bezwijken.
Een jaar van hoop en vrees
Terwijl de wereld in mei 1945 de overwinning in Europa vierde, begon voor de ouders van Ronald, de heer en mevrouw Laggett uit Bognor Regis, een slopende periode van onzekerheid. Ze wisten dat hun zoon in augustus 1944 gevangen was genomen in Normandië, maar daarna was het nagenoeg stil gebleven. In de gehele periode dat Ronald van huis was, hadden zij slechts één brief van hem ontvangen.
Maand na maand bleef het bericht over zijn bevrijding of repatriëring uit. Terwijl andere soldaten huiswaarts keerden, bleef de deur aan Scott Street nummer 4 gesloten.
De schok was dan ook immens toen er op 20 mei 1946 — meer dan een jaar na de feitelijke bevrijding van de kampen — eindelijk een officieel bericht van het War Office op de mat viel. Het was niet de mededeling van zijn terugkeer, maar het bericht van zijn overlijden. Pas op dat moment hoorden zijn ouders dat hun zoon al dertien maanden eerder was gestorven, vlak na zijn bevrijding door de Amerikanen in Bennewitz.
De wrange timing van het nieuws was extra pijnlijk: Ronald zou de maandag daarop zijn 22ste verjaardag hebben gevierd.
Kort na het officiële bericht verscheen er een artikel in de lokale krant van Bognor Regis onder de kop: “Slecht nieuws voor ouders in Bognor: Zoon kort na bevrijding overleden”. De krant beschreef de tragische gang van zaken en sprak namens de gehele gemeenschap van Bognor Regis haar medeleven uit. Het artikel vatte het offer van de jonge soldaat samen: opgeroepen in 1943, gevangengenomen tijdens de Slag om Normandië, en bezweken aan de ontberingen net toen de vrijheid binnen handbereik was.
De brief van het War Office sloot af met woorden van diep medeleven voor de ouders, die na een jaar van onzekerheid hun hoop definitief zagen omslaan in rouw. Ronald Charles Laggett stierf voor de vrijheid, maar de littekens van zijn strijd werden nog lang gedragen door degenen die in Bognor Regis op hem bleven wachten.
Ronald werd aanvankelijk door de Amerikanen in Margraten begraven, maar in 1947 vond hij zijn definitieve rustplaats op de Britse erebegraafplaats Overloon War Cemetery (Graf 4. E. 1.). Hij rust daar als een van de velen die de bevrijding mochten meemaken, maar de vrijheid zelf niet meer mochten beleven.
Ronald had 1 jaar en 175 dagen in het Verenigd Koninkrijk gediend en 322 dagen in Noordwest-Europa. Hij werd onderscheiden met de 1939-45 Star, de France & Germany Star en de War Medal 1939/45.
Hij wordt herdacht op het Oorlogsmonument in Bognor Regis.

Edith Laggett en haar kinderen
Edith Laggett en haar kinderen

Graf Ronald Laggett eind jaren 40
Graf Ronald Laggett eind jaren 40

Stalag-IV-B-camp
Stalag-IV-B-camp

Krantenartikel over overlijden Ronald Laggett
Krantenartikel over overlijden Ronald Laggett

Ronald Charles Laggett
Ronald Charles Laggett

Bognor Beach WW2 door lokale fotograaf Frank Alouette
Bognor Beach WW2 door lokale fotograaf Frank Alouette

War Memorial Bognor Regis
War Memorial Bognor Regis

Oorlogsplaquette War Memorial Bognor Regis
Oorlogsplaquette War Memorial Bognor Regis
Bronnen en credits
Ancestry Burgerlijke en parochiële geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters; Engelse volkstelling en registers uit 1911, 1921 en 1939; kiezerslijsten; militaire registers en stambomen.
Wikipedia Queen’s Royal Regiment (West Surrey)
Wikipedia Stalag IV-B en IV-D
Prisoner of War Museum
The Queens Royal Surrey Regiment website
West Sussex Record Office Blog
War Diaries 1/6 Bn the Royal Queens Regiment
Service Record WO WO 423/537243 van Ronald Charles Laggett van de National Archives
Elske Dusselaar-van Kammen en Emma Jane Gwen voor de foto en krantenartikel
Research Anny Huberts






























